Skip to main content

Wat met de contractsvrijheid, het gelijkheidsbeginsel en kostenverhaal?

In een recente uitspraak (ECLI:NL:GHSHE:2021:1447) trof ik een duidelijk voorbeeld aan van de beoordeling van een anterieure overeenkomst in relatie tot bovenvermelde beginselen. Tijd voor een overzicht.

Wat? Anterieur vs. Posterieur

Zie hiervoor mijn eerdere artikel.

Strijd met het gelijkheidsbeginsel?

De casus uit de uitspraak is relatief eenvoudig. Een perceeleigenaar wenst een bedrijfsbestemming voor een perceel dat voorheen gedeeltelijk agrarisch was bestemd. Zij betaalt een exploitatiebijdrage op basis van een met de gemeente overeengekomen exploitatie-overeenkomst. Zij was ook bijdragen was verschuldigd voor bovenwijkse voorzieningen, kosten planbegeleiding en kosten bouwrijp maken. Het vastgestelde bestemmingsplan voorziet een bedrijventerrein voor kleinschalige bedrijvigheid.

In 2012 stelt de gemeente voor een andere locatie echter een nieuw bestemmingsplan vast. Zij voorziet daarbij in uitbreiding van bestaande bedrijvigheid. De gemeente heeft met twee eigenaren exploitatie-overeenkomsten gesloten waarin geen bijdrage was opgenomen voor planbegeleidingskosten of voor bovenwijkse voorzieningen.

De eerste ontwikkelaar vindt dat zijn exploitatie-overeenkomst daarom in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en zelfs dat sprake was van bedrog. Hij vordert restitutie van de betaalde bijdrage.

Kader kostenverhaal = semi-contractsvrijheid

De gemeente is verplicht tot kostenverhaal maar heeft wel contractsvrijheid zodat maatwerk kan. Ze kan dus met iedere initiatiefnemer andere afspraken maken. Haar contractsvrijheid wordt begrensd door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel. Van ongelijke behandeling kan enkel sprake zijn als gelijke of vergelijkbare gevallen ongelijk worden behandeld zonder dat daarvoor een objectieve of redelijke rechtvaardiging bestaat.
In deze zaak had de gemeente bij het aangaan van de anterieure overeenkomsten gehandeld conform haar destijds geldende beleid inzake kostenverhaal, dat later gewijzigd werd. Bovendien ging het bij de andere initiatiefnemers om gronden die al bedrijfsmatig in gebruik waren en daarom volgens het plan ruimte voor groei kregen. Daarom was, alle omstandigheden in aanmerking genomen, verschil in kostenverhaal gerechtvaardigd.

Oftewel: is er geen sprake van goed vergelijkbare zaken, dan zal het gelijkheidsbeginsel zelden baten. Bovendien kunnen omstandigheden in de tijd veranderen.

Kostenverhaal verplicht?

Er wordt alleen een exploitatieplan vastgesteld als het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd (of als het nodig is om locatie- en faseringseisen te stellen). Meestal is dat wel het geval via een anterieure overeenkomst. De wet schrijft niet voor wat daarin moet zijn opgenomen. Er is dus evenmin voorgeschreven dat er in het geval van toerekenbare bovenwijkse voorzieningen, een bijdrage moet zijn opgenomen. Er is sprake van ruime contractsvrijheid. De wet schrijft niet voor dat iedere overeengekomen bijdrage tot achter de komma wordt onderbouwd.

Posterieure overeenkomst

Bij de posterieure overeenkomst is dat anders: na vaststelling van het exploitatieplan moet de gemeente bij het aangaan van de overeenkomst het exploitatieplan in acht nemen. Artikel 6.17 Wro verplicht ertoe aan de omgevingsvergunning een voorschrift te verbinden om de exploitatiebijdrage te verhalen. Als kostenverhaal door een ontoereikende en afwijkende posterieure overeenkomst niet wordt verzekerd én er geen voorschrift aan de omgevingsvergunning is verbonden kan zo’n vergunning niet in stand blijven.

In de praktijk zijn er om bovenstaande redenen veel voorbeelden van anterieure overeenkomsten te vinden. Posterieure overeenkomsten zijn minder dik gezaaid. Contractuele vrijheid lijkt veelal een sterke wens.

Meer informatie

Meer weten over dit onderwerp of een hieraan gerelateerd vraagstuk? Neem contact op met Steven Dassen of een van onze andere specialisten.

 

 

September 2021