Skip to main content

Naast de rechtspersoon loopt ook de bestuurder risico’s. Zo kan de rechtspersoon of diens curator de bestuurder onder omstandigheden aansprakelijk stellen op grond van artikel 2:9 BW voor schade die door zijn handelen is veroorzaakt. Gelukkig bestaat deze dreiging niet tot in de eeuwigheid. Na een bepaald moment verjaart de mogelijkheid om een bestuurder op grond van artikel 2:9 BW aansprakelijk te stellen. In dit artikel vertellen wij u meer over deze verjaringstermijn en bijzonderheden die hiermee gepaard gaan.

1. Hoofdregel: verjaringstermijn vijf jaar
Er zijn verschillende beginselen op grond waarvan een bestuurder aansprakelijk kan worden gesteld voor de door hem of haar geleden schade (bijvoorbeeld bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement op grond van artikel 2:248 BW). Afhankelijk van de grondslag kan een bestuurder voor zijn handelen aangesproken worden door de rechtspersoon zelf, een curator en derden. Indien de rechtspersoon of diens curator de bestuurder aansprakelijk wenst te stellen, kan de aansprakelijkheid (onder andere) gebaseerd worden op artikel 2:9 BW. Dit artikel bepaalt dat een bestuurder tegenover de rechtspersoon verplicht is om zijn taak behoorlijk te vervullen. In deze bijdrage besteden wij enkel aandacht aan de verjaringsperikelen van deze grondslag.

Naar de hoofdregel verjaart de mogelijkheid om een vordering in te stellen op grond van artikel 2:9 BW na verloop van vijf jaren nadat de rechtspersoon bekend is geworden met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon (artikel 3:310 BW). Ook in geval van een faillissement vangt de verjaringstermijn van een vordering ex 2:9 BW aan wanneer de rechtspersoon bekend is geworden met de schade en de aansprakelijke persoon. Dit blijkt uit een arrest van de Hoge Raad van 4 mei 2012 waarin de Hoge Raad duidelijk maakt dat het niet gaat om het moment dat de curator hiervan kennis neemt.

2. Verlenging verjaringstermijn
In sommige gevallen is de bestuurder na het verloop van deze vijf jaar nog niet veilig voor een aansprakelijkheidsclaim gebaseerd op artikel 2:9 BW. Artikel 3:320 jo 3:321 lid 1 sub d BW bepaalt namelijk dat de verjaringstermijn wordt verlengd indien de verjaringstermijn afloopt binnen zes maanden na het defungeren van een bestuurder. De verjaringstermijn wordt ook verlengd indien de verjaringstermijn afloopt vóór het defungeren van een bestuurder. In deze gevallen wordt de verjaringstermijn verlengd met zes maanden vanaf het moment van dit defungeren.

3. Implicaties
Bovenstaande heeft tot gevolg dat de rechtspersoon of diens curator de bestuurder ook na afloop van de verjaringstermijn aansprakelijk kunnen stellen op grond van artikel 2:9 BW; namelijk binnen zes maanden na het defungeren van de bestuurder. De rechtspersoon en de curator worden dus beschermd door de verlenging van de verjaringstermijn met zes maanden. Deze verlenging is echter wel kort indien de curator het onderzoek naar de aansprakelijkheid van de bestuurder binnen deze termijn dient af te ronden en over moet gaan tot aansprakelijkheidstelling van de bestuurder. Wanneer een bestuurder defungeert en deze vijf jaar of langer bestuurder is geweest, doet een curator er dus goed aan de verjaring van de vordering ex artikel 2:9 BW jegens de bestuurder te stuiten. Gezien het vorenstaande kan het voor de bestuurder onder bepaalde omstandigheden dus gunstiger zijn om zo spoedig mogelijk na faillissement ontslag te nemen. Wilt u weten of dat ook voor u geldt of heeft u andere vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met ons team insolventie & herstructurering.