Coronavirus

Coronavirus

Het Coronavirus verspreidt zich over de wereld en heeft een forse impact op de bedrijfsvoering van ondernemingen en instellingen. Bedrijven en (onderwijs)instellingen sluiten uit voorzorg hun deuren, evenementen worden op het laatste moment geannuleerd en werknemers wordt massaal gevraagd thuis te werken. Gezien de ernst van deze bijzondere situatie heeft Boels Zanders speciaal voor ondernemingen en instellingen een eerstelijns telefoonnummer geopend. Hier kunt u terecht met juridische vragen over de gevolgen van het coronavirus voor uw bedrijfsvoering.

Werkwijze van onze helpdesk

  1. Wij doen ons best zoveel mogelijk vragen direct telefonisch te beantwoorden;
  2. Indien wij u niet direct kunnen adviseren noteren wij uw naam en telefoonnummer en wordt u binnen 24 uur teruggebeld om uw vraag te beantwoorden;
  3. Is uw vraag te complex dan verwijzen wij u graag door naar onze specialisten;
  4. Onderstaand vindt u een uitgebreide Q&A met veelvoorkomende vragen die wij ontvangen van ondernemingen en instellingen.

Q&A – belangrijke juridische vragen en antwoorden over corona

Hieronder vindt u veelvoorkomende juridische vragen en antwoorden over (de gevolgen van) het coronavirus.
De onderstaande antwoorden dienen uitsluitend als algemene informatie. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de disclaimer op onze website.

Laatst gewijzigd – 29/07/2020

Arbeidsrecht

Hoever reikt het instructierecht van de werkgever?

Werknemers moeten redelijke instructies opvolgen over de wijze waarop de werkzaamheden moeten worden verricht en met betrekking tot de goede orde in de onderneming. Een werkgever kan de werknemers dan ook instrueren om de hygiënemaatregelen binnen de onderneming na te leven. Als thuiswerken gebruikelijk of mogelijk is, dan kan de werkgever de werknemer opdragen om voor een bepaalde periode thuis te werken.

Kunnen werknemers verplicht worden thuis te werken?

Advies van de Nederlandse overheid is momenteel dat zoveel mogelijk thuisgewerkt dient te worden. Werkgevers dienen werknemers hiertoe zo veel mogelijk in de gelegenheid te stellen. Een algehele verplichting opleggen om thuis te blijven is er echter niet. Er is dan ook geen grond voor werkgevers dit te verplichten, al kan dit in specifieke sectoren anders zijn. Werknemers met verkoudheids- of griepklachten kunnen, gelet op de adviezen van de overheid, wel verplicht worden thuis te blijven.

Moet een werkgever de vaste onbelaste reiskostenvergoeding stopzetten als werknemer thuiswerkt?

Nee. Hoofdregel is dat als langer dan 6 weken thuis wordt gewerkt  de werkgever verplicht is om de vaste onbelaste reiskostenvergoeding geheel of gedeeltelijk stop te zetten. Dit om belastingheffing op een later moment te voorkomen. In verband met het coronavirus is het Besluit noodmaatregelen coronavirus gepubliceerd. Hieruit volgt dat de werkgever in de periode van het coronavirus de reiskostenvergoeding onbelast kan doorbetalen.

Let op: als sprake is van een hogere reiskostenvergoeding dan de daadwerkelijke reiskosten is mogelijk sprake van verkapt loon. Betaling hiervan mag niet zomaar worden stopgezet.

Een gezinslid van een werknemer heeft klachten die op het coronavirus duiden. Mag de werknemer nog werken?

De Rijksoverheid heeft besloten dat een werknemer in deze situatie niet naar het werk mag komen, tenzij de organisatie/bedrijf van werkgever tot de cruciale beroepen behoort.

Wat is de rol van de ondernemingsraad bij beleid inzake het coronavirus?

Maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zullen veelal instemmingsplichtig zijn. Op grond van artikel 27 lid 1 sub d WOR moet om instemming worden gevraagd voor een voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het re-integratiebeleid. Hieronder valt dus ook vaak het beleid rond het coronavirus.

Het instemmingsrecht van de OR is niet aan de orde als werkgever verplicht is wettelijke voorschriften op te volgen of als er regelingen zijn getroffen in de cao. Voor adviezen van het RIVM geldt dat dit geen wettelijke adviezen zijn en derhalve de OR ook om advies/instemming moet worden gevraagd indien de adviezen het RIVM worden opgevolgd.

Zorgplicht werkgever met betrekking tot het coronavirus?

In Nederland geldt dat werkgevers jegens werknemers een zorgplicht hebben. Zo is een werkgever onder meer verplicht zorg te dragen voor een veilige werkomgeving. In dit kader adviseert de overheid werkgevers dan ook om het personeel goed in te lichten over de symptomen van het coronavirus en om daarnaast duidelijk op hygiënevoorschriften te wijzen.

Indien een werknemer zich meldt met het vermoeden van een besmetting, dan kan de werkgever de werknemer – uit hoofde van de zorgplicht voor andere werknemers – de toegang tot de werkplek ontzeggen. Geadviseerd wordt om de werknemers vervolgens direct telefonisch contact op te laten nemen met de huisarts en deze over de symptomen te informeren. De huisarts bepaalt de vervolgstappen.

Werkgever dient zakelijke reizen naar het buitenland zo veel mogelijk te beperken. De overheid heeft evenementen waarbij meer dan 100 mensen samenkomen verboden. Deze regel geldt ook voor bedrijven. De komende periode mag een werkgever geen grote bijeenkomsten meer organiseren of werknemers daar heen sturen.

Welke verplichtingen rusten op een werkgever ten aanzien van thuiswerken?

Voor thuiswerken geldt een verlicht arboregime Dit houdt concreet in dat bepaalde arbo-verplichtingen niet van toepassing zijn. Bij wijze van illustratie: een werkgever hoeft niet te voldoen aan de eisen die zien op verplichtingen ten aanzien van onder andere brandgevaar, vluchtwegen en kleedruimtes.

Belangrijk is dat het verlichte regime werkgevers er wel toe verplicht zorg te dragen voor een ergonomisch ingerichte thuiswerkplek. Een werkgever moet hierop toezien en indien een werkplek niet voldoet, dient de werkgever te zorgen voor ergonomische arbeidsmiddelen (zoals een stoel of bureau).

Wat als een werknemer naar een risicogebied wil reizen?

Waar een werknemer naartoe op vakantie gaat, behoort tot de privésfeer. Een werkgever kan een vakantie niet verbieden, het instructierecht ziet hier niet op. Aanbevolen wordt wel om de werknemers duidelijk op de risico’s te wijzen en daarbij ook duidelijk (bij voorkeur schriftelijk) van de werknemers te verlangen dat zij niet zullen afreizen naar een gebied dat als risicogebied voor de besmetting is aangemerkt. Bezoekt een werknemer een dergelijk gebied vervolgens toch, dan brengt deze, naast zichzelf, hiermee mogelijk ook andere collega’s in gevaar.

Heeft een werkgever een meldplicht als een werknemer besmet is met het coronavirus?

Als een werknemer besmet blijkt te zijn, wordt dit door de huisarts gemeld aan de GGD. Werkgever hoeft dit dus niet nog een keer door te geven.

Wat als werkgever door een verslechterde liquiditeitspositie de pensioenpremies niet kan voldoen aan het bedrijfstakpensioenfonds?

Verplichtingen tegenover het bedrijfstakpensioenfonds gelden ook tijdens de coronacrisis. Eventuele tegemoetkomingen richting werkgevers verschillen per bedrijfstakpensioenfonds. Belangrijk is om tijdig een melding betalingsonmacht te doen bij het fonds. Het niet tijdig melden van betalingsonmacht kan leiden tot een persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders voor de onbetaald gebleven pensioenpremies.

Moet een werkgever loon betalen als een werknemer ziek is door het coronavirus?

Het uitgangspunt van het Nederlands arbeidsrecht is dat situaties van ziekte bij een werknemer voor rekening van de werkgever komen. Ook een werknemer die besmet raakt met het coronavirus en hierdoor (tijdelijk) geen werkzaamheden kan verrichten, behoudt dus aanspraak op (een gedeelte van het) loon.

Er zijn bepaalde exceptionele risicogevallen, welke in sommige gevallen niet voor rekening van werkgever – en dus voor rekening van werknemer – behoren te komen. Denk daarbij aan gevallen waarin geen arbeid kan worden verricht als gevolg van een natuurramp, noodtoestand of oorlogssituatie. Vooralsnog lijkt het er niet op dat de wereldwijde corona-uitbraak als een dergelijk exceptioneel risico kan worden aangemerkt, zodat ook bij ziekte als gevolg van een besmetting recht blijft bestaan op loon.

Moet een werkgever loon betalen tijdens quarantaine?

Ja. Dit zou in theorie anders kunnen zijn als de quarantaine het gevolg is van het in de wind slaan van het advies/instructie van werkgever om niet naar een bepaald gebied af te reizen.

Zijn er situaties denkbaar waarin geen recht op loon bestaat?

Hoewel het uitgangspunt tot voor kort was dat een werknemer geen recht op loon heeft indien geen arbeid is verricht, is deze hoofdregel met ingang van 1 januari 2020 gewijzigd. Sinds begin dit jaar heeft een werknemer in beginsel recht op loon, ook indien géén arbeid is verricht, tenzij dit niet verrichten van de arbeid voor rekening van werknemer komt.

Er zijn bepaalde exceptionele risicogevallen, welke in sommige gevallen niet voor rekening van werkgever – en dus voor rekening van werknemer – behoren te komen. Denk daarbij aan gevallen waarin geen arbeid kan worden verricht als gevolg van een natuurramp, noodtoestand of oorlogssituatie. Vooralsnog lijkt het er niet op dat de wereldwijde corona-uitbraak als een dergelijk exceptioneel risico kan worden aangemerkt, zodat ook bij noodgedwongen ‘niet werken’ als gevolg van het coronavirus recht blijft bestaan op loon.

Wel zijn de volgende situaties denkbaar:

  • Als een werknemer weigert te komen werken uit vrees voor besmetting, komt dit voor zijn rekening en risico. Alleen als sprake is van een reëel gevaar mag een werknemer voor de duur van dit gevaar zijn werk onderbreken. In feite betreft het niet komen werken vanwege de enkele angst voor besmetting werkweigering. Een werkgever is in deze situatie geen loon verschuldigd.
  • In theorie is het mogelijk dat een werknemer het recht op loon verliest als de ziekte door opzet of bewuste roekeloosheid is ontstaan. Hiervan zou onder omstandigheden bijvoorbeeld sprake kunnen zijn indien een werknemer ondanks een negatief reisadvies en duidelijke instructies van de werkgever toch een risicogebied bezoekt. Of sprake is van opzet zal uiteindelijk door de rechter moeten worden getoetst. Aangezien opzet in het kader van ziekte niet snel wordt aangenomen, is op dit moment moeilijk te voorspellen hoe de toets in de gegeven omstandigheden uitpakt.

Re-integratieverplichtingen en corona

Door het coronavirus kunnen zich situaties voordoen waardoor werkgever en werknemer niet (tijdig) aan de re-integratieverplichtingen kunnen voldoen. Indien zonder deugdelijk grond niet (tijdig) aan de re-integratieverplichtingen wordt voldaan, dan kan UWV een loonsanctie opleggen (loondoorbetalingsverplichting van maximaal 52 weken).

Het UWV heeft beleidsregels gepubliceerd waaruit blijkt op welke wijze wordt beoordeeld of in tijden van het coronavirus (tijdig) aan de re-integratieverplichtingen is voldaan. Uitgangspunt blijft de Werkwijzer Poortwachter. Indien niet aan deze verplichtingen kan worden voldaan zal moeten worden onderbouwd hoe de situatie in het bedrijf als gevolg van het coronavirus van invloed op het re-integratieproces is geweest.

In principe wordt geen loonsanctie opgelegd, indien de werkgever als gevolg van het coronavirus tekortkomingen in de re-integratie niet kan herstellen.

NB: Dreigende betalingsonmacht van de werkgever is nadrukkelijk geen reden om van een loonsanctie af te zien.

Wat als een werknemer niet kan komen werken vanwege de sluiting van de scholen?

Vanwege de sluiting van de scholen zal een werknemer op grond van de Wet Arbeid en Zorg mogelijk aanspraak kunnen maken op enkele uren (tot enkele dagen) calamiteitenverlof. Dit calamiteitenverlof zal wel slechts van korte duur zijn. Heeft een werknemer meer tijd nodig, dan zal gedacht kunnen worden aan het opnemen van vakantiedagen of onbetaald verlof. Verder kan een werknemer aanspraak maken op kortdurend zorgverlof om tijdelijk een ziek familielid te verzorgen. Ook voor deze verlofvorm geldt dat dit voor slechts enkele uren of dagen mag worden opgenomen. Maximaal mag kortdurend zorgverlof 2x de arbeidsduur per week bedragen per periode van 12 achtereenvolgende maanden vanaf de eerste verlofdag.

De werknemer moet het opnemen van calamiteitenverlof of kortdurend zorgverlof melden bij zijn werkgever. Gedurende het calamiteitenverlof heeft een werknemer recht op 100% van het loon. Gedurende kortdurend zorgverlof is dit tenminste 70% van het loon. In de cao of het personeelsreglement staan mogelijk aanvullende c.q. afwijkende regels.

Een werknemer wil een geplande vakantie niet meer opnemen. Is een werkgever verplicht akkoord te gaan?

Als een vakantie conform de wens van de werknemer is vastgesteld, is deze in beginsel gehouden ook daadwerkelijk in de betreffende periode vakantie op te nemen. Mocht de werknemer wegens onvoorziene omstandigheden deze periode willen wijzigen, dan zal hij in overleg met zijn werkgever moeten treden en heeft de werkgever de verplichting zich als goed werkgever te gedragen. Uit de rechtspraak volgt dat een werkgever voldoende zwaarwegende omstandigheden moet hebben om een werknemer tegen zijn zin aan een gemaakte vakantieafspraak te kunnen houden.

Of werkgevers moeten meewerken aan de intrekking van vakantie wegens de coronacrisis, hangt in de eerste plaats af van de vraag of werkgever voldoende werkzaamheden voor de werknemer heeft. Als er voldoende werk is, zal er niet snel sprake zijn van een goede reden om de intrekking van de vakantie te weigeren. Als er geen of onvoldoende werk voorhanden is, kan dit anders liggen. Werkgever kan zich op het standpunt stellen in de gegeven omstandigheden niet mee te kunnen werken aan de intrekking van de vakantieaanvraag, omdat de bedrijfseconomische gevolgen van de coronacrisis ernstig zijn en het nu niet redelijk is om de verlofaanspraken te vergroten. Hoe rechters hierover denken, is nog niet duidelijk.

Mag een werkgever de werktijden van zijn werknemers aanpassen?

Het wijzigen van werktijden behoort in de meeste gevallen tot het instructierecht van een werkgever. Een werkgever mag de werktijden meestal dan ook eenzijdig aanpassen. Onder omstandigheden kan echter sprake zijn van een wijziging van arbeidsvoorwaarden, waar behoudens bij zwaarwichtige redenen, doorgaans instemming van werknemers voor nodig is. Gelet op het feit dat de overheid werkgevers heeft opgeroepen de werktijden zoveel mogelijk te spreiden, kan wel worden aangenomen dat in veel situaties sprake is van dermate zwaarwichtige redenen aan de zijde van de werkgever om de werktijden te wijzigen, dat het individuele belang van werknemers hiervoor zal moeten wijken.

Kan een werkgever werknemers verplichten betaald (vakantie) of onbetaald verlof op te nemen? Bijvoorbeeld in de situatie waarin een werknemer niet thuis kan werken.

Nee, dit is niet mogelijk. Partijen kunnen wel overleggen over het opnemen van vakantiedagen, overuren of het opnemen van onbetaald verlof.

Kan een werkgever vanwege de huidige crisissituatie toegewezen vakanties intrekken?

Dit is mogelijk. Op grond van de wet kunnen werkgevers, indien daartoe gewichtige redenen zijn, na overleg met de werknemer, het vastgestelde tijdvak van de vakantie wijzigen. De schade die de werknemer lijdt ten gevolge van de wijziging van het tijdvak van de vakantie, moet door de werkgever worden vergoed. Bij de schade wordt in de eerste plaats gedacht aan annuleringskosten. Het is de vraag of werknemers nu te kampen hebben met annuleringskosten, omdat veel geboekte vakanties sowieso al geen doorgang konden vinden vanwege de annulering van vluchten en de vele reisbeperkingen overal de wereld.

Het moet dus gaan om gewichtige redenen. De wetgever heeft als voorbeelden van gewichtige redenen genoemd: plotselinge drukte in het bedrijf ten gevolge van een spoedorder of onmisbaarheid van de werknemer in verband met de plotselinge ziekte van diens vervanger. In onze optiek is in deze coronacrisis al snel sprake van gewichtige redenen. Beoordeel de noodzaak van intrekking van een vastgestelde vakantie wel op medewerkersniveau en ga altijd na of dit echt noodzakelijk is.

Mag een werkgever over-, meer, adv- en/of compensatieuren verrekenen met dagen waarop een werknemer als gevolg van het coronavirus niet werkt?

Indien niet overeengekomen dan is dit in beginsel niet toegestaan. Gezien de uitzonderlijke situatie dienen echter zowel werkgever en werknemer met elkaars gerechtvaardigde belangen rekening te houden. Werkgever en werknemer zijn namelijk verplicht als goed werkgever en goed werknemer tegenover elkaar op te stellen.

In de cao en/of arbeidsvoorwaardenreglementen kunnen bepalingen zijn opgenomen waarin is bepaald dat in een bijzondere situatie als deze bovengenoemde openstaande uren kunnen worden verrekend.

Mag een werkgever werknemers op het coronavirus controleren?

Uitgangspunt van de AVG is dat een werkgever geen medische gegevens van de werknemer mag verwerken. Dat betekent dat werkgevers, werknemers niet op het coronavirus mogen controleren. Alleen een (bedrijfs)arts mag een werknemer controleren. De (bedrijfs)arts deelt de uitslag vervolgens alleen met de werknemer.

De werkgever mag wel van de werknemer verlangen dat de gezondheid – in deze bijzondere omstandigheden van het coronavirus – scherp in de gaten wordt gehouden. Met name als de werknemer niet thuis aan het werk is, maar bijvoorbeeld met klanten in contact komt. De werknemer zou de gezondheid onder werktijd zelf kunnen controleren, bijvoorbeeld door een temperatuurmeting.

Indien een werknemer positief op corona is getest, is het niet aan de werkgever om iedereen met wie de werknemer in contact is gekomen in te lichten. Indien een werknemer positief op het coronavirus is getest, treedt het protocol van de GGD in werking. Het is dan ook aan de GGD om de personen met wie de werknemer in contact is geweest in te lichten.

Een werkgever heeft een zorgplicht richting de werknemer. Dit houdt in dat de werkgever de werknemer op de richtlijnen van het RIVM attent moet maken. Het RIVM heeft instructies gegeven hoe met contacten op het werk en met klanten moet worden omgegaan.

Wat mag een werkgever in verband met de privacywetgeving aan werknemers vragen?

Werkgever mag vragen naar welk gebied een werknemer met vakantie gaat of is gegaan. Deze vraag kan noodzakelijk zijn in verband met het vaststellen of een werknemer in een risicogebied is geweest.

Als gevolg van de Corona crisis verloopt de re-integratie van een zieke werknemer moeizamer dan normaal. Loopt de werkgever risico op een loonsanctie?

UWV legt een loonsanctie van maximaal 52 weken op indien de werkgever gedurende de loondoorbetalingsperiode tijdens ziekte van 104 weken – zonder een deugdelijke grond – zijn re-integratieverplichtingen niet is nagekomen. Een loonsanctie kan overigens ook worden opgelegd aan de werkgever die eigenrisicodrager is voor de ziektewet en onvoldoende aan re-integratie heeft gedaan van zijn zieke (ex)werknemer of in het geval een werknemer ziek uit dienst gaat voor ommekomst van 104 weken.

Werkgevers lopen ook tijdens of als gevolg van de Corona crisis een risico op een loonsanctie. UWV is zich er echter van bewust dat als gevolg van de Corona crisis bijzondere omstandigheden kunnen ontstaan die ertoe leiden dat werkgevers in het kader van de re-integratie van zieke werknemers tegen problemen aanlopen. De werkgever dient in het re-integratieverslag (RIV) te motiveren waarom en gedurende welke periode de re-integratie is gestagneerd. UWV zal beoordelen of er gezien de bijzondere omstandigheden in alle redelijkheid toch voldoende aan re-integratie is gedaan.

Als gevolg van een verplichte bedrijfssluiting in verband met het Corona virus kan tijdelijk geen uitvoering worden gegeven aan re-integratie in Spoor 1 en/of Spoor 2. Vormt dit een deugdelijke grond of loopt de werkgever risico op een loonsanctie?

Volgens UWV kan een verplichte bedrijfssluiting in verband met het Corona virus als gevolg waarvan (tijdelijk) geen uitvoering kan worden gegeven aan re-integratie in Spoor 1, als een deugdelijke grond worden aangemerkt. Wel verwacht UWV van de werkgever dat hij de zieke werknemer een onherroepelijk toezegging doet van herplaatsing na heropening als de werknemer daartoe in staat is.

Ook re-integratie in Spoor 2 bij een andere werkgever kan belemmerd worden door een verplichte bedrijfssluiting bij die werkgever. Het Spoor 2 traject kan dan tijdelijk worden opgeschort en moet na afloop van de Corona periode heroverwogen en bijgesteld worden.

UWV heeft een loonsanctie opgelegd. Als gevolg van de Corona crisis ervaart de werkgever problemen met het herstellen van de tekortkomingen. Kan een bekortingsverzoek worden ingediend?

UWV adviseert werkgevers om een bekortingsverzoek in te dienen indien zij problemen ondervinden bij het herstellen van de door UWV geconstateerde tekortkomingen. In het bekortingsverzoek moet de werkgever motiveren waarom en hoelang de re-integratie is gestagneerd.

Moet de werkgever gedurende de Corona periode ook aan administratieve verplichtingen ten aanzien van zieke werknemers voldoen?

Voorafgaand aan de claimbeoordeling WIA toetst UWV de re-integratie inspanningen van de werkgever en werknemer. De basis van de re-integratie inspanningen is het re-integratieverslag. UWV toetst allereerst of het re-integratieverslag compleet is. Kortom: zijn alle voorgeschreven documenten (o.a. plan van aanpak, (eerstejaars)evaluatie, eindevaluatie) aanwezig?

De corona periode laat de administratieve verplichtingen van de werkgever ongewijzigd in stand. Volgens UWV kan informatie ook elektronisch uitgewisseld worden. Bovendien zijn fysieke handtekeningen op documenten niet nodig.

Wanneer vormt de Corona crisis geen deugdelijke grond?

Uitgangspunt is dat re-integratie tijdens de Corona periode zoveel als mogelijk doorgang vindt; waar mogelijk op afstand. UWV verwijst ter illustratie naar re-integratiebedrijven. Volgens UWV kan de dienstverlening van re-integratiebedrijven (Spoor 2) in beginsel op afstand plaatsvinden. Het stopzetten van een Spoor 2 traject door een re-integratiebedrijf zal daarom niet zomaar als deugdelijke grond worden aangemerkt.

Ook betalingsonmacht als gevolg van Corona kwalificeert volgens UWV niet als een “deugdelijke grond” voor onvoldoende re-integratie inspanningen.

Kan een werkgever UWV ook tijdens de Corona periode om een deskundigenoordeel vragen?

Ook tijdens de Corona periode kan UWV om een deskundigenoordeel worden gevraagd.

UWV zal het deskundigenoordeel zoveel mogelijk op basis van de stukken en op afstand behandelen. Hiervoor zal UWV creatieve oplossingen zoeken.

Een deskundigenoordeel kan bijvoorbeeld worden afgegeven over de vraag of een werkgever voldoende aan re-integratie heeft gedaan. Indien UWV geen deskundigenoordeel kan afgeven, bijvoorbeeld omdat daarvoor een fysiek spreekuur bij de verzekeringsarts nodig is, dan kan een werkgever achteraf niet worden verweten dat geen deskundigenoordeel is aangevraagd. Een werkgever mag echter niet stil blijven zitten en dient daar waar dat binnen de gegeven bijzondere omstandigheden mogelijk is re-integratie-inspanningen te verrichten. Volgens UWV ontslaat de onmogelijkheid van UWV om een deskundigenoordeel af te geven de werkgever niet van de verplichting om de re-integratie zoveel mogelijk voort te zetten.

NOW

NOW 2.0

De NOW-regeling is verlengd. De voorwaarden onder NOW 2.0 zijn nagenoeg gelijk aan de voorwaarden onder NOW 1.0. Hieronder worden de belangrijkste voorwaarden van NOW 2.0 uiteengezet:

  1. Het betreft een tegemoetkoming in de loonkosten van juni, juli, augustus en september 2020 (4 maanden);
  2. De mogelijkheid om NOW-subsidie aan te vragen is per 6 juli 2020 opengesteld;
  3. Uitgangspunt blijft dat werkgevers die te maken hebben met een omzetdaling van tenminste 20% bij UWV een tegemoetkoming kunnen aanvragen ter hoogte van maximaal 90% van de loonsom, gerelateerd aan de omzetdaling;
  4. De referentiemaand voor het bepalen van de hoogte van de loonsom is in principe maart 2020. Is er geen loonsom in maart 2020 dan is de referentiemaand november 2019;
  5. Er wordt gerekend met een forfaitaire opslag van 40% voor werkgeverslasten als pensioen, werkgeverspremies en vakantiegeld. Bij NOW 1.0 was dit 30%;
  6. Het subsidietijdvak loopt van juni 2020 tot en met september 2020 (4 maanden). Dat betekent dat de omzetdaling over 4 maanden ten minste 20% moet zijn ten opzichte van de referentieperiode (jaaromzet 2019 / 3). De referentieperiode van de omzetdaling sluit voor werkgevers die een beroep op NOW 1.0 hebben gedaan, aan bij de omzetperiode die zij onder NOW 1.0 kozen. Voor nieuwe aanvragers start de periode van omzetdaling op 1 juni, 1 juli of 1, augustus;
  7. Indien een subsidievoorschot ter hoogte van EUR 100.000,- wordt ontvangen of de subsidie wordt vastgesteld op EUR 125.000,- dan is een accountantsverklaring vereist. Wordt een subsidievoorschot ter hoogte van EUR 20.000,- ontvangen of wordt de subsidie op EUR 25.000,- vastgesteld dan is een deskundigenverklaring vereist;
  8. Bij vaststelling van de subsidie wordt het subsidie bedrag gecorrigeerd (lees: verlaagd) met 100% van de loonsom van de werknemers waarvoor ontslag wegens bedrijfseconomische redenen is aangevraagd. Het gaat om ontslagaanvragen die in de periode 1 juni 2020 tot en met september 2020 bij het UWV worden ingediend;
  9. Het totale subsidiebedrag wordt verminderd met 5% indien een werkgever een melding als bedoeld in de Wet melding collectief ontslag (WMCO) doet én gedurende het subsidietijdvak voor 20 of meer werknemers per werkgebied als bedoeld in de WMCO ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aanvraagt. De korting van 5% kan worden voorkomen door met belanghebbende vakbonden (of bij gebreke daarvan met een andere vertegenwoordiging van de werknemers) een akkoord te bereiken over de ontslagen waar de WMCO melding op ziet. Een werkgever dient, na het doen van de WMCO melding, in ieder geval 4 weken te wachten voordat de ontslagaanvragen bij UWV worden ingediend. In deze periode kunnen partijen overeenstemming trachten te bereiken. Indien geen overeenstemming wordt bereikt kunnen partijen – ter voorkoming van de korting van 5% – nog mediation aanvragen bij een door de Stichting van de Arbeid in te richten commissie. Deze voorwaarden gelden voor WMCO-meldingen die worden gedaan vanaf 29 mei 2020;
  10. Er geldt een inspanningsverplichting voor werkgevers om werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen;
  11. De werkgever mag bij een beroep op de NOW geen dividend of bonussen uitkeren of eigen aandelen inkopen over 2020. Dit moet de werkgever bij de NOW-aanvraag verklaren. Dit verbod geldt voor werkgevers die een subsidie voorschot ontvangen ter hoogte van EUR 100.000,-, waarvan de subsidie wordt vastgesteld op EUR 125.000,- of de werkgever die gebruik van de concernvrijstelling maakt;
  12. De ondernemingsraad (of andere vertegenwoordiging van werknemers) moet over de NOW aanvraag worden geïnformeerd.;
  13. Vaststelling van de subsidie onder NOW 1.0 kan worden aangevraagd vanaf 7 oktober 2020. Indien tevens NOW 2.0 is aangevraagd dan kan vaststelling van de subsidie (NOW 1.0 en NOW 2.0) pas na afloop tijdvak NOW 2.0 worden aangevraagd. Het tijdvak van NOW 2.0 kan, afhankelijk van de opgegeven referentieperiode voor het bepalen van de omzetdaling, tot en met november 2020 lopen;
  14. Tot slot, de aanvraag NOW 2.0 kan tot en met 31 augustus 2020 worden gedaan.

Hoe ziet de regeling voor het Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) er op hoofdlijnen uit?

• Het NOW voorziet in een tegemoetkoming in loonkosten (subsidie) over de loonsom in de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020. UWV zal een voorschot verstrekken van 80% van de gevraagde tegemoetkoming;
• Het voorschot wordt betaald in ten hoogste 3 termijnen;
• Werkgevers moeten uiterlijk 31 mei 2020 een aanvraag doen per loonheffingennummer;
• De werkgever moet tenminste 20% omzetverlies verwachten in een periode van drie maanden gelegen tussen 1 maart tot en met 31 juli 2020;
• Ook als sprake is van omzetdaling wegens andere redenen dan de coronacrisis kan gebruik worden gemaakt van de regeling;
• Er geldt een inspanningsverplichting voor de werkgever om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden als de referentie maand (januari 2020);
• Bij de aanvraag moet de werkgever zich vooraf aan de verplichting committeren géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen gedurende de periode 18 maart tot en met 31 mei 2020 bij UWV.

Welke stappen moeten werkgevers allemaal doorlopen?

  1. Aanvraag van NOW-regeling via UWV.nl;
  2. Het UWV moet binnen 13 weken beslissen, maar verwacht een beslistermijn van 2 tot 4 weken
  3. Het voorschot van 80% wordt in principe in 3 termijnen betaald;
  4. Aanvraag vaststelling NOW-subsidie binnen 24 weken na 1 juni 2020;
  5. Het UWV beslist vervolgens binnen 52 weken over de definitieve subsidie. Werkgevers krijgen een nabetaling of moeten een bedrag terugbetalen.

Wordt de NOW-regeling verlengd na 3 maanden?

Vermoedelijk wel. De regering houdt deze mogelijkheid nadrukkelijk open en zal hier vóór 1 juni 2020 duidelijkheid over verschaffen. Bij verlenging van de NOW-regeling kunnen nadere voorwaarden worden gesteld, waarbij de regering denkt aan een andere omzetdrempel of een lagere tegemoetkoming in de loonsom.

Op welke termijn ontvangen werkgevers het voorschot van het UWV?

Er geldt een korte doorlooptijd voor de behandeling van NOW-aanvragen. Soms zelfs enkele dagen. Minister Koolmees heeft toegelicht dat voorschotten in ieder geval binnen  2 tot 4 weken na de opening van het loket op 6 april 2020 worden uitbetaald.

Welke verplichtingen rusten op een werkgever?

Aan werkgevers wordt een aantal verplichtingen opgelegd. De belangrijkste verplichtingen zijn:
• De loonsom moet zoveel mogelijk gelijk worden gehouden (zie vraag 1.10);
• Vanaf 18 maart mag geen ontslagvergunning meer worden aangevraagd bij het UWV (bedrijfseconomisch ontslag) over de periode waarover NOW-subsidie wordt toegekend
• De NOW-subsidie mag alleen worden gebruikt om de lonen te betalen;
• De OR, de personeelsvertegenwoordiging of (als geen medezeggenschapsorgaan is ingesteld) het personeel, moet worden geïnformeerd over de subsidieverlening;
• De werkgever moet een controleerbare administratie bijhouden met betrekking tot de gegevens die van belang zijn voor de NOW-subsidie en deze informatie moet 5 jaar worden bewaard;
• De minister van SZW moet direct geïnformeerd worden als zich gewijzigde omstandigheden voordoen die relevant zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de NOW-subsidie;
• In veel gevallen moet achteraf een accountantsverklaring met betrekking tot de omzetdaling worden overgelegd.

Wanneer kan een aanvraag voor NOW-subsidie worden geweigerd?

Uit de regeling volgen een aantal weigeringsgronden. Subsidieverlening kan worden geweigerd of ingetrokken indien of voor zover:

  • onjuiste of onvolledige gegevens zijn aangeleverd;
  • sprake is van een faillissement of surséance van betaling;
  • niet of onvoldoende aannemelijk is dat de omzetdaling ten minste 20% zal zijn;
  • het rekeningnummer dat bij de aanvraag is opgegeven niet overeenkomt met het rekeningnummer dat hoort bij het opgegeven loonheffingennummer. Indien aan het loonheffingennummer een buitenlandsrekeningnummer is gekoppeld, krijgen werkgevers de mogelijkheid een Nederlands rekeningnummer door te geven;
  • geen loongegevens beschikbaar zijn over januari 2020 of november 2019; of
  • de aanvraag anderszins niet voldoet aan de in de NOW-regeling gestelde eisen.

Wat is de rol van de ondernemingsraad?

De werkgever is verplicht de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of (bij het ontbreken daarvan) de werknemers te informeren over de subsidieverlening.

Worden pensioenpremies en werkgeverslasten ook gecompenseerd?

Het UWV rekent met een forfaitaire opslag van 30% voor werkgeverslasten als pensioen, werkgeverspremies en vakantiegeld. Bij de loonsom van een werkgever
wordt dus 30% opgeteld. Dit om de regeling zo goed mogelijk uitvoerbaar te maken.

Welke looncomponenten vallen allemaal onder de loonsom?

Uitgegaan wordt van het sociale verzekeringsloon, dus het loon voor de loonbelasting. Onder andere het brutoloon, vakantiegeld, toeslagen en uitbetaalde overuren.

Vallen stagiairs en BBL'ers onder de loonsom?

Ja, over stagevergoedingen en het loon van BBL’ers worden immers premies werknemersverzekeringen betaald.

Wat als tóch moet wordt gereorganiseerd?

Als een werkgever door bedrijfseconomische omstandigheden toch genoodzaakt is te reorganiseren en ontslagaanvragen voor werknemers indient, volgt een boete. Deze boete bestaat uit een vermindering van de loonsom waar de uiteindelijke hoogte van de NOW-subsidie op wordt gebaseerd. De vermindering is gelijk aan het loon van de voor ontslag voorgedragen werknemer(s) (3 maanden) plus 50%.

Hoe om te gaan met reeds ingediende ontslagaanvragen?

Ontslagaanvragen die zijn ingediend vóór 18 maart 2020 kunnen worden voortgezet zonder dat daarmee de regels uit de NOW-regeling worden overtreden. In de regeling wordt toegelicht dat, hoewel de subsidie ook ziet op deze periode, de werkgever toen nog niet kon weten dat deze voorwaarde verbonden zou worden aan het NOW.

Wat wordt met omzetverlies bedoeld?

In principe wordt van netto-omzet uitgegaan. Voor netto-omzet moet worden aangesloten bij de netto-omzet zoals die uit de jaarrekening volgt. De manier waarop netto-omzet kan worden aangetoond kan voor ondernemingen van verschillende groottes verschillen (mirco- kleine-, middelgrote- en grote ondernemingen). Het gebruikelijke omzetbegrip kan voor bijvoorbeeld non-profit organisaties moeilijk toepasbaar zijn. Daarom kunnen onder andere subsidies en giften ook tot het omzetbegrip van een non-profit organisatie worden gerekend.

Hoe wordt de definitieve NOW-subsidie vastgesteld?

Achteraf wordt de definitieve subsidie vastgesteld. De aanvrager moet dan aantonen wat de omzet in beide periodes (meet- en referentieperiode) daadwerkelijk is geweest. In veel gevallen zal daarvoor een accountsverklaring vereist zijn. De regering streeft er naar om binnen vier weken een regeling te publiceren in welke gevallen een accountantsverklaring is vereist.

Wordt omzet per rechtspersoon of op concernniveau beoordeeld?

Indien sprake is van een concern is de omzetdaling van de gehele groep de basis voor de subsidieberekening. Voor alle loonheffingennummers die horen bij rechtspersonen of natuurlijk personen die onder de groep vallen moet dezelfde omzetdaling worden opgegeven.

Voor concerns met Nederlandse en buitenlandse dochters geldt dat de omzetdaling van de rechtspersonen in de groep die geen Nederlands sociaalverzekerd loon hebben niet meegeteld wordt.

Van welk concernbegrip wordt uitgegaan?

Met betrekking tot omzetdaling van het concern wordt van een groep (economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorische verbonden zijn, daarover moet centrale leiding worden uitgeoefend) of een gelijkgestelde constructie (de moeder-dochtermaatschappij) uitgegaan.

Kunnen buitenlandse werkgevers gebruik maken van NOW?

Buitenlandse werkgevers met werknemers die in Nederland sociaalverzekerd zijn kunnen een beroep op het NOW doen. Dit geldt bijvoorbeeld voor gedetacheerde werknemers die in Nederland sociaal verzekerd zijn. Buitenlandse werkgevers moeten wel de beschikking over een Nederlands rekeningnummer hebben.

Moeten werkgevers de lonen van oproepkrachten volledig doorbetalen?

Hiertoe verplicht de NOW-regeling niet. Als oproepkrachten niet werken, zal vaak geen loondoorbetalingsverplichting bestaan. De regering roept werkgevers echter wel op om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en oproepkrachten dus op gebruikelijke wijze door te betalen.

Als een werknemer minder werkt in de periode maart tot en met mei daalt de uiteindelijke loonsom in de subsidieperiode en is dit daarmee van invloed de hoogte van de definitieve subsidie. Dit kan leiden tot een terugvordering.

Samenloop met werktijdverkorting (WTV)

WTV aanvragen waarop voor 17 maart 2020, 18:45 uur nog niet is beslist, worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van het NOW. De werkgever zal worden verzocht om aanvullende informatie aan te leveren, zodat de aanvraag conform de criteria uit de NOW-regeling beoordeeld kan worden.

Hoe hoog is de tegemoetkoming in de loonkosten?

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de daling van de omzet en bedraagt maximaal 90% van de totale loonsom:
• als 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming van de loonsom 90%;
• als 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom;
• als 20% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 18%.

Welke informatie moet worden overgelegd bij de aanvraag?

  • Dossiernummer van de eventuele WTV-aanvraag;
  • De verwachte omzetdaling;
  • Loonheffingennummer;
  • Nederlands rekeningnummer;
  • Voor welke aaneengesloten periode van drie maanden (meetperiode) tussen 1 maart tot en met 31 juli 2020 voor omzetdaling wordt gekozen.

Wanneer kan een aanvraag worden ingediend?

Indien vermoed wordt dat sprake zal zijn van omzet verlies van 20% of meer.

Wanneer ontvangen werkgevers de overige 20% van de NOW-subsidie?

Werkgevers moeten binnen 24 weken na afloop van de periode waarin de omzetdaling heeft plaatsgevonden verzoeken om vaststelling van de NOW-subsidie. Binnen 52 weken na ontvangst van deze aanvraag wordt de definitieve subsidie door het UWV vastgesteld. Bij de afrekening kan sprake zijn van terugvordering van (een deel van) het betaalde voorschot of van nabetaling.

Wat houdt de inspanningsverplichting in?

De regering verwacht van werkgevers dat zij zich inspannen om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden. De NOW-regeling stimuleert daardoor dat aan werknemers met een 0-urencontract het gemiddelde loon wordt doorbetaald. De NOW-regeling wordt namelijk gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020.

Hoe wordt omzetdaling en verrekening van het voorschot achteraf vastgesteld?

Werkgevers moeten binnen 22 weken na afloop van de periode waarin de omzetdaling heeft plaatsgevonden verzoeken om vaststelling van de NOW-subsidie. Mogelijk moet hierbij een accountantsverklaring worden overgelegd, dit zal de regering binnen 4 weken na 31 maart 2020 nader toelichten. Vervolgens zal het UWV beoordelen hoe groot de daadwerkelijke omzetdaling is geweest en of aan alle aan de werkgever opgelegde verplichtingen in het kader van de NOW is voldaan. Binnen 52 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de NOW-subsidie, wordt de definitieve subsidie door het UWV vastgesteld. Bij de afrekening kan sprake zijn van terugvordering van een deel van het voorschot of van nabetaling.

Wat wordt met loonsom bedoeld?

Hiermee wordt bedoeld het loon van alle werknemers, behorende tot één loonheffingennummer. In principe dient januari 2020 als referentieperiode bij de berekening van het voorschot. Bij de uiteindelijke vaststelling van de NOW-subsidie wordt het voorschot vergeleken met de loonsom over de periode maart 2020 tot en met mei 2020.

Valt de management fee onder de loonsom?

Het loon van een bestuurder of DGA valt alleen onder de loonsom als hier sociale verzekeringspremies voor worden afgedragen.

Wordt rekening gehouden met een bepaald maximumloon?

Voor het loon wordt maximaal 2 keer het maximumdagloon per maand per individuele werknemer in aanmerking genomen. Dat komt neer op EUR 9.538,- bruto per maand. Salarissen boven dit maximum worden dus niet volledig gecompenseerd.

Hoe zit het met ontslag in relatie tot de NOW-regeling?

De NOW-regeling stelt als voorwaarde voor tegemoetkoming dat geen ontslagvergunningen om bedrijfseconomische redenen bij het UWV mogen worden aangevraagd in de periode 18 maart tot en met 31 mei 2020. Werkgevers moeten na 18 maart 2020 gedane aanvragen bij UWV binnen 5 werkdagen intrekken om aanspraak te kunnen maken op de NOW-regeling. Als werkgevers toch ontslagaanvragen indienen om bedrijfseconomische redenen of een al ingediende aanvraag niet intrekken, wordt een boete opgelegd (zie 3.3) Ontslag op andere gronden dan bedrijfseconomische redenen (verstoorde arbeidsrelatie, disfunctioneren etc.) heeft in principe geen gevolgen voor de subsidie.

Heeft het niet verlengen van tijdelijke arbeidsovereenkomsten gevolgen?

Nee, de NOW-regeling ziet niet op het al dan niet verlengen van arbeidsovereenkomsten.

Kan een arbeidsovereenkomst nog wel beëindigd worden?

Zover tot nu toe bekend is, heeft alleen het aanvragen van bedrijfseconomisch ontslag gevolgen voor de toekenning van de NOW-subsidie. Afgaande op de regeling, lijkt proeftijdontslag of ontslag om persoonlijke redenen (bijvoorbeeld via een vaststellingsovereenkomst) dan ook toegestaan te zijn.

Niet valt echter uit te sluiten dat hier nog nadere regels over worden geformuleerd. Zeker ten aanzien van het sluiten van vaststellingsovereenkomsten vanwege bedrijfseconomische omstandigheden. Werkgevers moeten namelijk in overeenstemming handelen met het doel van de NOW-regeling (werknemers in dienst houden ondanks slechte bedrijfseconomische omstandigheden) en op werkgevers rust een inspanningsverplichting om dienstverbanden in de crisistijd voort te zetten.

Als een werknemer uit dienst gaat in de periode maart tot en met mei daalt de uiteindelijke loonsom in de subsidieperiode en is dit daarmee van invloed de hoogte van de definitieve subsidie.

Hoe wordt omzetverlies berekend?

Voor aanspraak op de subsidie moet sprake zijn op een omzetdaling van ten minste 20% over een aaneengesloten periode van 3 maanden. De eerste dag van die aaneengesloten periode valt steeds op 1 maart, 1 april of 1 mei. Werkgevers kunnen bij de aanvraag dus kiezen over welke periode zij de omzetdaling berekenen. Dit wordt de meetperiode genoemd. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door vier. Dit wordt de referentieperiode genoemd. De omzetdaling moet ten minste 20% zijn.

Voorbeeld I
Meetperiode: maart t/m mei 2020: omzet = EUR 210.000,-
Referentieperiode: Omzet 2019 is EUR 1.200.000,- / 4 = EUR 300.000,-

Omzetdaling: 30%

Ondernemingen die op 1 januari 2019 nog niet bestonden: Voor deze ondernemingen geldt dat voor de referentieperiode hele kalendermaanden vanaf het moment dat de werknemer de onderneming is gestart tot en met februari 2020 wordt aangehouden, dit wordt omgerekend naar drie maanden.

Voorbeeld II
Meetperiode: april t/m juni 2020: omzet = EUR 30.000,-

Referentieperiode: Werkgever is op 1 augustus 2019 zijn bedrijf gestart. De omzet van 1 september 2019 tot en met februari 2020 is 140.000,-. Dit betreft de omzet voor zeven maanden. Omgerekend naar drie maanden is de omzet dus gemiddeld: 60.000,-.

Omzetdaling: 50%.

Wie moet de NOW-aanvraag indienen?

De werkgever. De meeste werkgevers hebben een onderneming die uit één rechtspersoon bestaat, met daaraan gekoppeld één loonheffingennummer voor de loonaangifte bij de Belastingdienst. In dat geval moet de verwachte omzetdaling van de hele onderneming worden bepaald en één aanvraag worden ingediend. Het voorschot wordt dan uitgekeerd op basis van de loonsom van de onderneming.

Sommige werkgevers hebben echter meerdere loonheffingennummers. In dat geval moeten meerdere aanvragen worden ingediend als de werkgever voor zijn hele loonsom subsidie wil aanvragen, dus per loonheffingennummer. De werkgever dient bij iedere aanvraag dezelfde omzetdaling voor de gehele onderneming op te geven.

Concernvrijstelling

Indien op concernniveau sprake van minder dan 20% omzetverlies is, dan is het mogelijk om als individuele werkmaatschappij NOW subsidie aan te vragen. Aan deze verruiming zijn extra voorwaarden verbonden:

  1. De werkmaatschappij moet een eigen rechtspersoonlijkheid hebben (bijv: besloten vennootschap);
  2. Concerns moeten verklaren dat geen dividend of bonussen worden uitgekeerd. Er mogen verder geen eigen aandelen worden teruggekocht tot aan de datum (en inclusief die datum) van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening van 2020 wordt vastgesteld. Deze aandeelhoudersvergaring vindt veelal pas in 2021 plaats;
  3. De werkmaatschappij met 20 werknemers of meer moet een akkoord met de betrokken vakbonden – of bij het ontbreken daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers – hebben over werkbehoud bij de werkmaatschappij.
  4. Concerns met personeel-bv’s moeten altijd uitgaan van omzetdaling op concernniveau. De uitzondering die hierop geldt is dat binnen het concern wel een personeels-bv voor het management mag zijn.
  5. Andere werkmaatschappijen binnen het concern mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die de werkmaatschappij die de NOW aanvraagt normaliter zou uitvoeren en voor die andere werkmaatschappij afwijkend zijn.
  6. Indien de werknemers van de werkmaatschappij waarvoor NOW wordt aangevraagd tijdelijk bij een andere werkmaatschappij arbeid verrichten, dan dient de NOW-subsidie met de (theoretische) omzet die uit het verrichten van de werkzaamheden volgt, te worden verlaagd.
  7. Het transferpricing systeem zoals gehanteerd in de jaarrekening van 2019 is leidend voor de meetperiode van omzet in 2020 en mag niet worden aangepast;
  8. Mutatie voorraden gereed product worden aan de omzet toegerekend.

NB: voor concerns die een omzetdaling van ten minste 20% hebben, blijft  de omzetdaling van het concern het uitgangspunt voor de NOW subsidie.

Vallen grensarbeiders onder de regeling?

Grensarbeiders vallen onder de regeling, als zij (in Nederland) sociaalverzekerd loon ontvangen.

Geldt de NOW-regeling ook voor flexibele arbeidsovereenkomsten?

De regeling geldt nadrukkelijk ook voor werknemers met een flexibele arbeidsovereenkomst. In tegenstelling tot de Werktijdverkorting-regeling (WTV) is de NOW-regeling ook van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen (gehele) loondoorbetalingsplicht heeft. Bijvoorbeeld voor oproepkrachten met een 0-uren of min-max-contract. De regering roept werkgevers nadrukkelijk op werknemers met flexibele contracten in dienst te houden en aan hen het gebruikelijke salaris te blijven doorbetalen.

Wat zijn de regels voor flexibele krachten, zoals uitzendkrachten?

De NOW-regeling is ook van toepassing op de loonkosten voor uitzendkrachten, met of zonder uitzendbeding. De uitzendwerkgever kan NOW-subsidie aanvragen. Advies van de regering aan uitzendwerkgevers in de situatie dat het uitzendbeding is ingeroepen, is om de uitzendkracht een tijdelijk contract voor de duur van de tegemoetkoming aan te bieden.

Is een combinatie WTV en NOW mogelijk?

Werkgevers die al een WTV vergunning hebben, kunnen de WTV-aanvraag niet verlengen. De reeds verleende vergunning blijft tot aan het einde van de looptijd van kracht. Deze werkgevers kunnen wel een aanvraag voor een subsidie in het kader van de NOW-regeling doen. Als samenloop optreedt tussen de NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden die in het kader van de WTV regeling zijn verkregen, worden de WW-gelden bij de subsidievaststelling in mindering op de loonsom over maart tot en met mei gebracht. Dit om dubbele financiering te voorkomen.

Handelsrecht

Wanneer kan ik een beroep doen op overmacht?

Van overmacht is sprake als een partij zijn verplichtingen feitelijk niet meer na kan komen, terwijl dat niet aan die partij kan worden toegerekend. Denk hierbij aan een evenement dat op last van de overheid wordt afgelast. De organisatie van het evenement kan het evenement dan feitelijk niet meer aanbieden.

Anders is het als een partij zijn verplichtingen wel nog kán nakomen, maar dit niet meer wil omdat hij bepaalde goederen of diensten niet meer nodig heeft. Denk hierbij aan een hotel dat een afnameverplichting heeft voor voedsel, maar geen grote hoeveelheden voedsel meer nodig heeft omdat er minder gasten zijn. Er kán dus wel voedsel worden afgenomen, maar dit heeft weinig zin. In dat geval is geen sprake van overmacht.

In overeenkomsten of algemene voorwaarden worden vaak specifieke overmachtsbepalingen opgenomen. De definitie van ‘overmacht’ in een overeenkomst of algemene voorwaarden kan net iets anders zijn als de hierboven omschreven wettelijke overmacht. Daarnaast worden vaak specifieke omstandigheden genoemd die overmacht kunnen opleveren. Belangrijk is dus dat u ook de gesloten overeenkomsten controleert of laat controleren om uw positie goed te kunnen bepalen.

Kan ik een overeenkomst beëindigen onder verwijzing naar het coronavirus?

U kunt een overeenkomst alleen onder verwijzing naar het Coronavirus beëindigen indien er sprake is van overmacht of het Coronavirus onder een contractuele beëindigingsgrond valt. Het enkele feit dat er door de het Coronavirus en de maatregelen hiertegen druk op uw bedrijfsvoering is komen te staan, is hiervoor onvoldoende.

Voor meer informatie over overmachtssituaties, zie ‘Wanneer kan ik een beroep doen op overmacht?’.

Mijn evenement is afgelast. Ben ik verplicht de entreeprijs of het inschrijfgeld aan bezoekers of deelnemers terug te geven?

Als uw evenement in verband met het Coronavirus op last van de overheid wordt afgelast, dan kunt u niet meer aan uw gedeelte van de overeenkomst voldoen. U kunt het evenement in dat geval namelijk niet meer aanbieden, waardoor er sprake is van niet-nakoming van de overeenkomst, zonder dat dat aan u kan worden toegerekend. In een dergelijk geval bent u in beginsel verplicht om de entreeprijs of het inschrijfgeld aan bezoekers of deelnemers te restitueren.

Dit is anders indien u in de overeenkomst of algemene voorwaarden heeft opgenomen dat de entreeprijs of het inschrijfgeld niet aan bezoekers of deelnemers zal worden gerestitueerd indien de afgelasting van het evenement het gevolg is van overmacht. In dat geval behoeft u de entreeprijs of het inschrijfgeld niet aan de deelnemers of bezoekers terug te geven, voor zover de afgelasting van het evenement kwalificeert als een overmachtssituatie.

Voor meer informatie over overmacht, zie ‘Wanneer kan ik een beroep doen op overmacht?’.

Aanbestedingsrecht

Vanwege de coronapandemie bent u genoodzaakt snel leveringen, diensten en/of werken in te kopen. Wat zijn uw mogelijkheden?

Verkorte termijnen (2.74 Aw)

In het geval van een (i) urgente situatie (ii) die niet aan de aanbestedende dienst is te wijten én (iii) waarin het niet mogelijk is de normale doorlooptijden van de Europese aanbestedingsprocedure in acht te nemen, voorziet de Aanbestedingswet in de mogelijkheid om een verkorte procedure te volgen. Dit betekent dat:

  1. in het geval van een openbare procedure, een termijn voor het indienen van de inschrijvingen van ten minste vijftien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de overheidsopdracht mag worden gehanteerd;
  1. in het geval van een niet-openbare procedure of een mededingingsprocedure met onderhandeling, een termijn voor het indienen van de verzoeken tot deelneming van ten minste vijftien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de overheidsopdracht mag worden gehanteerd;
  1. in het geval van een niet-openbare procedure of een mededingingsprocedure met onderhandeling, een termijn voor het indienen van de inschrijvingen van ten minste tien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.

Om een gerechtvaardigd beroep te kunnen doen op een urgente situatie is vereist dat sprake is van (i) dringende spoed ten gevolge van (ii) onvoorziene gebeurtenissen en (iii) een causaal verband bestaat tussen de onvoorziene gebeurtenis en de daaruit voortvloeiende urgente situatie. Van de aanbestedende dienst wordt in dat kader verwacht dat alles in het werk is gesteld om de procedure tijdig op te starten en waar nodig te anticiperen op de uitvoering.

Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking (2.32 lid 1 onder c Aw)

Is uw situatie zo nijpend dat zelfs het gebruik van verkorte termijnen geen soelaas biedt, dan rest u mogelijk een beroep op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. Voorwaarde is dat u deze dwingende spoed niet kon voorzien en deze ook niet aan u te wijten is. Gunning middels de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking is enkel mogelijk indien er geen minder vergaande maatregelen – zoals het gebruik van verkorte termijnen – beschikbaar zijn.

Zie ook de mededeling van de Europese Commissie betreffende door de Corona-uitbraak veroorzaakte noodsituatie.

Wij kijken graag met u mee of een van beide alternatieven voor u een oplossing biedt. Neem contact op via 088-30 40 200.

Vanwege het coronavirus bestaat er een reëele kans dat het voor geïnteresseerde partijen niet haalbaar is om binnen de gestelde termijnen in te schrijven op de opdracht. Kunt u de termijnen verlengen en hoe doet u dit?

Ja, dit kan. De Aanbestedingswet 2012 kent strikte voorschriften met betrekking tot de termijnen die gegadigden en aanbestedende diensten in acht moeten nemen in het kader van de Europese niet-openbare procedure, de mededingingsprocedure met onderhandeling, de concurrentiegerichte dialoog en het innovatiepartnerschap. Alle termijnen in de aanbestedingswet zijn minimumtermijnen. Gebruik van kortere termijnen is derhalve niet toegestaan. Het staat de aanbestedende dienst daarentegen wel vrij langere termijnen in acht te nemen.

Indien u gedurende de looptijd van de aanbestedingsprocedure besluit de termijnen te verlengen, kan dit middels een rectificatie van de eerdere gedane aankondiging (2.67 Aw). Bij een digitale aanbestedingsprocedure dient de rectificatie elektronisch via het elektronische systeem van aanbesteden te worden bekendgemaakt.

Tot wanneer u de termijn(en) dient te verlengen, moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Hierbij dient in elk geval rekening te worden gehouden met (i) het voorwerp van de opdracht en (ii) de voor de voorbereiding van het verzoek of de inschrijving benodigde tijd (artikel 2.70 Aw). Al met al heeft de aanbestedende dienst veel vrijheid bij het vaststellen van de omvang van de verlenging. Eventueel kan instemming worden gevraagd aan inschrijvers voor schorsing procedure.

Neem voor meer informatie contact op via 088 30 40 200.

Als gevolg van de coronapandemie heeft u meer producten/diensten nodig dan aanvankelijk gedacht. Mag u een gesloten overeenkomst wijzigen cq. uitbreiden?

Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien (i) de behoefte aan wijziging het gevolg is van omstandigheden die een zorgvuldige aanbestedende dienst niet kon voorzien, (ii) de wijziging geen verandering in de algemene aard van de opdracht meebrengt, en (iii) de verhoging van de prijs niet meer bedraagt dan 50% van de waarde van de oorspronkelijke opdracht (artikel 2:163e Aanbestedingswet).

Het coronavirus is nu, anno 25 maart 2020, geen onvoorzienbare omstandigheid meer. Iedereen is bekend met het coronavirus en voor een zorgvuldige aanbestedende dienst is het voorzienbaar dat bepaalde goederen en/of diensten schaars(er) worden.

Of de (omvang van de) coronapandemie enkele weken c.q. maanden geleden ook al voorzienbaar was, is discutabel. Kunt u voldoende gemotiveerd uitleggen dat de gevolgen van de coronacrisis ondanks een normale zorgvuldige voorbereiding van de oorspronkelijke gunning niet door u konden worden voorzien, en de wijziging geen verandering in de algemene aard van de opdracht brengt, dan mag de opdracht worden uitgebreid tot een maximum van 50% van de waarde van de oorspronkelijke opdracht.

Bij de beoordeling of sprake was van een ‘normale zorgvuldige voorbereiding’ dienen in elk geval de volgende factoren worden betrokken: (i) de beschikbare middelen, (ii) de aard en de kenmerken van het specifieke project, (iii) de gangbare praktijk op het betrokken gebied en (iv) het feit dat er een redelijke verhouding moet zijn tussen de voor de voorbereiding van de gunning uitgetrokken middelen en de verwachte waarde ervan.

Biedt artikel 2:163e aanbestedingswet (zoals hierboven besproken) voor u geen oplossing, dan resteert mogelijk een beroep op artikel 2.163b Aanbestedingswet. Deze bepaling regelt dat indien het bedrag waarmee de wijziging gepaard gaat lager is dat 10% van de waarde van de oorspronkelijke overheidsopdracht voor levering en diensten of 15% van de waarde van de oorspronkelijke overheidsopdracht voor werken, de wijziging(en) – bij het gros van de overheidsopdrachten – zonder meer toelaatbaar is.

Voor meer informatie neem contact op via 088 30 40 200.

U bent voornemens om een aanbesteding te starten, doch vanwege het coronavirus kan het zijn dat u de aanbesteding op een later moment moet intrekken. Bijvoorbeeld omdat u afhankelijk ben van enkele onzekere factoren; denk aan de situatie waarin het niet zeker is of lukt tijdig de nodige vergunningen of subsidies te verkrijgen. Kunt u hierop anticiperen?

Wij adviseren u om in de aanbestedingsstukken aan te geven dat u zich het recht voorbehoudt om de aanbesteding op ieder moment tijdens de procedure in te trekken en niet tot gunning van de opdracht over te gaan. Hiermee beperkt u uw mogelijke schadeplicht ten opzichte van de inschrijvers. Ook kunt u overwegen de opdracht te gunnen onder opschortende of ontbindende voorwaarden. Als u voorziet dat u (mogelijk) een voorwaardelijke opdracht gaat verstrekken is het verstandig dit in het aanbestedingsdocument al aan te kondigen. Geef ook aan hoe alsdan afgerekend wordt en zorg dat dit proportioneel is.

U heeft uitsluitingsgronden van toepassing verklaard, maar wil hier vanwege het Coronavirus van afzien. Kan dit?

Artikel 2.88 geeft aanbestedende diensten de bevoegdheid om van de op de opdracht van toepassing verklaarde dwingende en facultatieve uitsluitingsgronden af te zien wegens dwingende redenen van algemeen belang. Dit artikel houdt rekening met het feit dat er noodsituaties denkbaar zijn, waarbij de aanbestedende dienst zo snel mogelijk de opdracht wil gunnen, ongeacht of al dan niet sprake is van een uitsluitingsgrond.

Bij ‘dwingende redenen van algemeen belang’ valt te denken aan de uitbraak van een epidemie waarbij snel gehandeld moet worden zo volgt uit de Parlementaire geschiedenis (Kamerstuk 32440, nr. 3, p. 81). Een beroep op deze afwijkingsmogelijkheid moet noodzakelijk zijn om het doel (bijvoorbeeld de bescherming van de volksgezondheid) te bereiken en dit doel mag niet met minder vergaande maatregelen kunnen worden bereikt. Oftewel; het afzien van toepasselijke uitsluitingsgronden moet noodzakelijk en proportioneel zijn. Overweging 100 Richtlijn 2014/24/EU noemt als voorbeeld wanneer dringend behoefte is aan vaccins of nooduitrusting die alleen te verkrijgen zijn bij een ondernemer op wie een van de verplichte gevallen van uitsluiting van toepassing is.

Gelet op in de Richtlijn 2014/24/EU en Parlementaire Geschiedenis genoemde voorbeelden kunnen wij ons voorstellen dat ook de corona-uitbraak een buitengewone situatie kan opleveren waarin goederen dienst of werken enkel geleverd kunnen worden door een ondernemer die bij toepassing van de uitsluitingsgronden eigenlijk zou worden uitgesloten.

Overweegt u om af te zien van gestelde uitsluitingsgronden? Wij kijken graag met u mee. Neem contact op via 088 30 40 200.

U wilt deelnemen aan of inschrijven op een opdracht, maar voorziet dat de gestelde termijn voor u niet haalbaar is. Wat kunt u doen?

Communicatie met de aanbestedende dienst – bijvoorbeeld over de te krappe termijnen als gevolg van het coronavirus – is toegestaan, mits u de geldende communicatievoorschriften in acht neemt. Dit houdt doorgaans in dat (i) de communicatie en informatie-uitwisseling tussen een aanbestedende dienst en een ondernemer plaatsvindt met behulp van elektronische middelen en (ii) u enkel in contract treedt met de in de aanbestedingsstukken aangewezen contactpersoon.

Wenst u contact op te nemen met de aanbestedende dienst over niet zijnde (i) de aanbestedingsstukken, (ii) verzoeken om deelneming en inschrijvingen en/of (iii) mededeling van de gunningsbeslissing dan mag dit – in afwijking van het uitgangspunt van elektronische informatie-uitwisseling – ook mondeling mits de inhoud van de mondelinge communicatie goed wordt gedocumenteerd. Een voorbeeld van een niet essentieel element is bijvoorbeeld een inlichtingenbijeenkomst. Neem bovendien enkel mondeling contact op met de in de aanbestedingsstukken aangewezen contactpersoon.

U heeft ingeschreven op een aanbesteding, maar kunt uw inschrijving - als gevolg van de coronapandemie - niet langer gestand doen? Kunt u uw inschrijving intrekken?

Een inschrijver kan zijn inschrijving intrekken tot aan het moment voorafgaande aan de opening van de inschrijving. Is het Aanbestedingsreglement Werken 2016 van toepassing dient intrekking plaats te vinden middels een duidelijke, ondertekende verklaring (artikel 2.25.7 ARW). De intrekking heeft als gevolg dat de inschrijving verder buiten mededinging blijft.

Binnen de gestanddoeningstermijn mag de inschrijver zijn inschrijving niet meer wijzigen of intrekken. U bent aan uw inschrijving gehouden. Prijsstijgingen kunnen niet worden doorberekend aan de aanbesteder.

Zie voor uw mogelijkheden bij een verlenging van de gestanddoeningstermijn ons artikel ‘Verlengen gestanddoeningstermijn: waar rekening mee te houden als inschrijver?’.

Vastgoedrecht

Geldt de corona-uitbraak als "onvoorziene omstandigheid" in de zin van de wet, waardoor de rechter de aannemingsovereenkomst kan ontbinden of haar gevolgen kan wijzigen?

Slechts bij hoge uitzondering slaagt een beroep op onvoorziene omstandigheden. Er moet dan sprake zijn van omstandigheden die op het ogenblik van het tot stand komen van de overeenkomst nog in de toekomst lagen en waarin partijen niet hebben voorzien in de overeenkomst, ook niet impliciet. Deze omstandigheden moeten bovendien van zodanige aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst verwacht mag worden. Deze lat ligt erg hoog.

Naar het normale spraakgebruik lijkt de corona-uitbraak “onvoorzien”. In rechtspraak over de kredietcrisis uit 2008, is echter meermaals geoordeeld dat dergelijke crises niet als onvoorzien (hoeven te) gelden in de zin van de wet. Ondanks de ingrijpende (internationale) gevolgen van de kredietcrisis en de “snelheid” van ineenstorting van de financiële markten slaagde een beroep op onvoorziene omstandigheden in die gevallen niet. Ook al manifesteert de corona-uitbraak zich wereldwijd in rap tempo, het is dus geenszins uitgesloten een beroep op onvoorziene omstandigheden toch niet opgaat. Toekomstige rechtspraak zal hierover uitsluitsel moeten geven.

Kan de aannemer zich door de corona-uitbraak beroepen op overmacht?

Op dit moment zal een beroep op overmacht in de meeste gevallen niet slagen. Lopende bouwwerkzaamheden zijn niet stilgelegd. Met de bouw- en technieksector worden door de Nederlandse overheid momenteel afspraken gemaakt om de voortgang van de bouwproductie in de komende weken en maanden juist zo goed mogelijk te borgen. Er komt daarvoor een protocol Samen veilig doorwerken’.

Zou een “lockdown” van bouwplaatsen op enig moment wel worden ingevoerd, dan zal een beroep op overmacht voor reeds lopende bouwprojecten mogelijk wel slagen. Het is echter niet zo dat dit de aannemer van zijn verplichtingen bevrijdt. Het betekent slechts dat het niet-nakomen daarvan aan hem niet kan worden toegerekend zolang de overmacht voortduurt. Daarna kan de aannemer echter weer onverkort aan zijn verplichtingen worden gehouden.Ook gedurende de overmacht loopt de aannemer echter risico’s. De opdrachtgever kan dan weliswaar geen aanspraak maken op schadevergoeding, boete of op korting in de zin van de UAV 2012 (uitzonderingen daargelaten), maar hij kan desgewenst wel nog steeds de aannemingsovereenkomst (gedeeltelijk) ontbinden.

Soms kan de aannemer zich er zelfs helemaal niet op beroepen dat hij in een overmachtssituatie verkeert. Dit is bijvoorbeeld het geval als een beroep op overmacht contractueel zodanig is beperkt dat de corona-uitbraak daarbuiten valt. Ook zal een beroep op termijnverlenging wegens overmacht falen indien de UAV 2012 van toepassing is en de opleveringstermijn is uitgedrukt in een aantal werkbare werkdagen.

Kan de aannemer bij de opdrachtgever aanspraak maken op vergoeding van prijsstijgingen waarmee hij wegens de corona-uitbraak wordt geconfronteerd?

Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de inhoud van de aannemingsovereenkomst en van de vraag of en zo ja, welke algemene voorwaarden tussen partijen gelden. Op grond van de wet kan de rechter op vordering van de aannemer de prijs (de aanneemsom) aanpassen aan kostenverhogende omstandigheden. Nota bene: een beroep hierop moet worden onderscheiden van een beroep op onvoorziene omstandigheden, dat eveneens kan worden gedaan maar waarvoor de lat (zeer) hoog ligt (zie vraag “Geldt de corona-uitbraak als “onvoorziene omstandigheid” in de zin van de wet, waardoor de rechter de aannemingsovereenkomst kan ontbinden of haar gevolgen kan wijzigen?”).

Een beroep op kostenverhogende omstandigheden in de zin van de wet kan enkel slagen indien de omstandigheden na het sluiten van de overeenkomst aan het licht zijn gekomen en niet aan de aannemer kunnen worden toegerekend. Ook moet de aannemer met de kans op zulke omstandigheden geen rekening hebben hoeven te houden. De rechter heeft grote vrijheid bij de beoordeling van een vordering tot prijsaanpassing. Het is daarom denkbaar dat een beroep daarop wegens kostenverhogingen door de corona-uitbraak slaagt. Wel rust op de aannemer een (forse) bewijslast om de omvang van de kostenstijgingen, het oorzakelijk verband met de corona-uitbraak, alsmede de omvang van de kans op zulke omstandigheden met bewijsmiddelen voldoende aannemelijk te maken.

Is de UAV 2012 van toepassing, dan geldt niet het bepaalde in de wet maar paragraaf 47 UAV 2012. Daaruit volgt dat van bijbetaling aan de aannemer enkel sprake kan zijn indien de aannemer bij het tot stand komen van de overeenkomst geen rekening behoefde te houden met de kans dat de corona-uitbraak zich zou voordoen en deze evenmin aan hem kan worden toegerekend, terwijl de corona-uitbraak de kosten van het werk aanzienlijk verhogen.

Uit de rechtspraak volgt dat aan dit laatste criterium niet zomaar wordt voldaan. In de eerste plaats geldt als uitgangspunt dat het tot het ondernemersrisico van de aannemer behoort om rekening te moeten houden met (de kans op) een bepaalde mate van prijsstijgingen. Ten tweede dienen kostenverhogende omstandigheden die zich voordoen “aanzienlijk” te zijn voor het werk als geheel, niet slechts voor een deel daarvan. Ten derde worden in de regel overige omstandigheden van het geval ook meegewogen, zoals de mate waarin zich tegenover de kostenstijgingen kostendalingen hebben voorgedaan, de uiteindelijke winstgevendheid van het project en de mate van voorzienbaarheid van de stijging op het moment van opdrachtverlening. Ondanks de verstrekkende maatschappelijke gevolgen van de corona-uitbraak is het onder toepasselijkheid van de UAV 2012 dus nog geen uitgemaakte zaak of een aannemer bij een lopend bouwproject aanspraak maakt op bijbetaling.

Heb ik recht op verlenging van de opleveringstermijn?

Dat hangt ervan af of en zo ja, welke in de bouwsector gebruikelijke algemene voorwaarden tussen partijen gelden. De wet kent géén regeling voor (verzoeken om) verlenging van de opleveringstermijn. Enkel indien een beroep op onvoorziene omstandigheden zou slagen kan bij de rechter wijziging van de overeenkomst worden gevorderd, welke wijziging ook een verlenging van de opleveringstermijn in kan houden. Die lat ligt echter (zeer) hoog (zie vraag “Geldt de corona-uitbraak als “onvoorziene omstandigheid” in de zin van de wet, waardoor de rechter de aannemingsovereenkomst kan ontbinden of haar gevolgen kan wijzigen?”). Komt de aannemer daarop geen beroep toe, terwijl wel waarschijnlijk wordt dat hij de overeenkomst niet zal kunnen uitvoeren door de corona-uitbraak, dan kan de aannemer op grond van de wet nog enkel bij de rechter (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst vorderen. Dat geldt bovendien uitsluitend indien en voor zover deze omstandigheden niet aan hemzelf kunnen worden toegerekend.

Gelden de UAV 2012, dan heeft de aannemer meer opties. De aannemer kan schriftelijk aan zijn opdrachtgever verzoeken om termijnverlenging, mits dit verzoek ook aan de directievoerder is bezorgd. Opdrachtgever dient het verzoek dan in overweging te nemen en een standpunt in te nemen. Mocht de corona-uitbraak gelden als een voor rekening van de opdrachtgever komende omstandigheid of als een overmachtssituatie, dan kan de opdrachtgever worden verplícht de oplevertermijn te verlengen. Of dit zo is moet per geval worden beoordeeld. Zo ja, dan bestaat het recht op termijnverlenging bovendien enkel indien nakoming van de oorspronkelijke oplevertermijn niet van de aannemer kan worden gevergd.

Tot slot geldt dat bij een geslaagd beroep op termijnverlenging wegens overmacht, door de aannemer geen aanspraak kan worden gemaakt op stagnatiekosten. Denk daarbij aan schade door onderdekking voor algemene kosten, winst en risico die door de verlenging optreedt, doordat de aannemer in die periode geen ander werk heeft kunnen aannemen waarop zij algemene kosten en winst kon boeken, of aan extra bouwplaatskosten van de aannemer over de periode van verlenging. Omdat die gebeurtenissen evenmin in de risicosfeer van opdrachtgever liggen, blijven deze schade en kosten volgens arbitrale rechtspraak bij aannemer berusten.

Zijn de voorschriften van de overheid en het RIVM wettelijke voorschriften of beschikkingen van overheidswege waarvan de gevolgen voor rekening van opdrachtgever komen?

De maatregelen van de Nederlandse overheid en de richtlijnen van het RIVM kennen meerdere grondslagen. Zo worden de maatregelen die bijeenkomsten en evenementen en het open houden van verschillende publieke locaties of ondernemingen verbieden gebaseerd op de Wet publieke gezondheid en de Wet veiligheidsregio’s. Voor (een deel van) de aanvullende maatregelen die het kabinet op 23 maart 2020 bekend heeft gemaakt geldt dat burgemeesters de mogelijkheid krijgen om via een noodverordening, gebaseerd op artikel 176 Gemeentewet, op te treden door specifieke gebieden zoals parken, stranden en campings aan te wijzen waar groepsvorming verboden is, waarbij boetes kunnen worden opgelegd bij overtreding.

Voor de bouwsector zal een deel van de inmiddels genomen maatregelen wel, en een deel niet relevant zijn. Voor de relevante maatregelen geldt dat indien en voor zover deze kwalificeren als wettelijke voorschriften of als beschikkingen van overheidswege, de aannemer bij een reeds lopend bouwproject waarop de UAV 2012 van toepassing is mogelijk een aanspraak jegens zijn opdrachtgever heeft. Volgens paragraaf 6 lid 13 UAV 2012 komen de gevolgen van de naleving van dergelijke voorschriften en beschikkingen namelijk voor rekening van de opdrachtgever.

Voor bouwprojecten die nu nog aanbesteed moeten worden geldt het voorgaande niet. Ook geldt dit niet indien de gevolgen voor de aannemer zijn gelegen in (prijs)wijzigingen waaromtrent in de aannemingsovereenkomst is bepaald dat deze door de aannemer niet verrekend kunnen worden. Een dergelijk non-verrekenbeding prevaleert ten opzichte van paragraaf 6 lid 13 UAV 2012. De gevolgen van de naleving van de maatregelen komen dan alleen voor rekening van de opdrachtgever indien en voor zover dat uit het non-verrekenbeding volgt.

Bestuursrecht

Welke rechtsmiddelen kunnen worden aangewend indien niet tijdig wordt beslist op uw aanvraag voor NOW-subsidie?

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dient uiterlijk binnen 13 weken nadat de aanvraag is ontvangen – middels een subsidiebeschikking – te besluiten of de subsidie al dan niet wordt verleend. De termijn van 13 weken vangt pas aan op het moment dat een volledige aanvraag is ontvangen. Bij ontvangst van een onvolledige aanvraag wordt de werkgever in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen. Indien niet tijdig op de aanvraag wordt beslist, kan de minister een dwangsom verbeuren. Hiervoor is vereist dat de werkgever de minister eerst in gebreke stelt. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit staat bovendien rechtstreeks beroep open bij de bestuursrechter.

Welke bestuursrechter is bevoegd?

De NOW-regeling is gebaseerd op de Kaderwet SZW-subsidies. Die wet geeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de bevoegdheid om subsidies te verstrekken. Deze subsidieregeling is ook gebaseerd op artikel 32d lid 2 Wet SUWI, omdat de regeling (via mandaat) wordt uitgevoerd door het UWV.

In eerste aanleg is de rechtbank, sector bestuursrecht, bevoegd. Naar alle waarschijnlijkheid is de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep bevoegd. Zo volgt uit artikel 8:105 lid 1 Awb dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in hoger beroep bevoegd is, tenzij in de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak een andere hogere beroepsrechter is aangewezen. De Kaderwet SZW-subsidies staat niet vermeld in die Bevoegdheidsregeling, maar de Wet SUWI wel. Voor laatstgenoemde wet is de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep bevoegd.

Wanneer kan de subsidievaststelling worden ingetrokken of gewijzigd?

Uit de NOW-regeling volgt dat de subsidievaststelling kan worden ingetrokken of gewijzigd, als op enig moment blijkt dat er door handelen of nalaten van de werkgever sprake is van strijd met het doel van deze subsidieregeling. Denk hierbij aan vormen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de regeling, die tot gevolg kunnen hebben dat subsidiebedragen terecht komen bij werkgevers die bewust hebben gehandeld om in aanmerking te komen voor een (groter bedrag aan) NOW-subsidie.

Gelet op artikel 4:49 Awb is het daarnaast mogelijk om de subsidievaststelling te wijzigen of in te trekken:

  • op grond van feiten of omstandigheden waarvan de minister bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager zou zijn vastgesteld;
  • Indien de subsidievaststelling onjuist was en de werkgever dit wist of behoorde te weten;
  • Indien de werkgever na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Welke rechtsmiddelen staan open indien uw aanvraag voor NOW-subsidie wordt geweigerd?

De (inhoudelijke) afwijzing van de subsidieaanvraag is een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld. De termijn voor het indienen van het bezwaar vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit is bekendgemaakt en bedraagt zes weken. Het maken van bezwaar tegen dit besluit heeft geen schorsende werking. Dit houdt in dat de gevolgen van het besluit waarmee u het niet eens bent, niet worden opgeschort. Om dit wel te kunnen bewerkstelligen, dient u een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening bij de rechtbank in te dienen.

Geldt er een subsidieplafond?

In de NOW-regeling is – met instemming van de Minister van Financiën – geen subsidieplafond opgenomen. Dit houdt in dat in principe iedere aanvraag die voldoet aan de inhoudelijke criteria moet worden toegewezen.

Financiering & Zekerheden

TVL in het kort

Ondernemers met maximaal 250 werknemers die door de coronacrisis meer dan 30% van hun omzet hebben verloren kunnen afhankelijk van de omvang van het bedrijf en de hoogte van de vaste kosten aanspraak maken op een tegemoetkoming van maximaal EUR 50.000 voor de periode van 1 juni tot 1 oktober 2020. Deze regeling volgt de TOGS-regeling op.

 

De regeling is niet bedoeld voor loonkosten, daarvoor kan men aanspraak maken op de NOW-regeling.

Hoe werkt de aanvraag?

De tegemoetkoming is aan te vragen via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Op het moment is het nog niet mogelijk om steun onder de TVL aan te vragen. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is de regeling nog aan het uitwerken.

Wat zijn de voorwaarden?

  • Het bedrijf heeft maximaal 250 werknemers;
  • Het bedrijf heeft meer dan 30% omzet verloren door de coronacrisis;
  • De SBI-code van het bedrijf komt voor op de vastgestelde lijst;
  • Het bedrijf is voor 15 maart 2020 opgericht en is ingeschreven in het Handelsregister;
  • Het bedrijf heeft een vestiging in Nederland;
  • Minimaal 1 vestiging van het bedrijf heeft een ander adres dan het privéadres van de eigenaar/eigenaren. Of de vestiging staat los van de privéwoning en heeft een eigen opgang of toegang;
  • Het bedrijf is niet failliet en heeft geen uitstel van betaling aangevraagd bij de rechtbank;
  • Het bedrijf is geen overheidsbedrijf.

Tozo in het kort

Wanneer u als zelfstandig ondernemer door de coronacrisis in de problemen bent geraakt of voorziet in problemen te raken, dan kunt u aanspraak maken op ondersteuning op grond van Tozo. Enkele zorgaanbieders vallen niet onder deze regeling.

Inmiddels is de Tozo 1-regeling verlengd met de Tozo 2-regeling. U kunt geen aanspraak meer maken op steun onder de Tozo 1-regeling. Tozo 2 kunt aanvragen tot en met 30 september 2020 en werkt terug tot 1 juni 2020. Heeft u al gebruik gemaakt van Tozo 1, dan komt u alsnog in aanmerking voor steun onder Tozo 2.

Wat voor ondersteuning kunt u ontvangen onder Tozo?

  • Inkomensondersteuning: wanneer u kunt aantonen dat uw inkomen gedurende de volgende 3 maanden niet hoger zal zijn dan het sociaal minimum, dan kunt u voor een periode van maximaal 3 maanden aanspraak maken op een bedrag tot maximaal EUR 1.500,-. Onder Tozo 2 geldt een partnerinkomenstoets. U kunt geen steun onder Tozo 2 aanvragen indien het inkomen van u en uw partner in de maanden waarvoor u de uitkering aanvraagt hoger is dan het sociaal minimum.
  • Bedrijfskapitaal: in het geval van liquiditeitsproblemen kunt u op basis van Tozo eveneens een lening aanvragen voor bedrijfskapitaal ter hoogte van maximaal EUR 10.517,- met een rente van 2%. De lening kent een looptijd van 3 jaar en hoeft tot januari 2021 niet te worden afgelost. Heeft u eerder onder Tozo 1 bedrijfskapitaal aangevraagd, maar heeft u niet het maximale bedrag aangevraagd, dan kunt u een aanvullende aanvraag doen tot EUR 10.517,-

Wat zijn de voorwaarden?

Om aanspraak te kunnen maken op deze ondersteuning moet u vóór 17 maart 2020 zijn gestart met uw onderneming, gemiddeld 24 uur per week werken, ingeschreven staan in de Kamer van Koophandel en uw werkzaamheden grotendeels in Nederland uitoefenen.

Waar kunt u Tozo aanvragen?

U kunt ondersteuning op basis van deze regeling aanvragen bij uw woongemeente. De wijze van aanvragen kan per gemeente verschillen, maar de gemeenten proberen dit zoveel mogelijk digitaal te regelen.

Kan ik als ondernemer om uitstel vragen voor het voldoen van belasting?

Wanneer u door de coronacrisis in betalingsproblemen komt, dan kunt u in ieder geval tot 1 oktober 2020 uitstel van betaling verzoeken aan de belastingdienst ten aanzien van de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonheffingen. U kunt in één keer bijzonder uitstel van betaling aanvragen voor meer belastingen tegelijk.

Heeft u al eerder dit jaar een bijzonder uitstel van betaling van 3 maanden gekregen, dan kunt u alsnog verlenging aanvragen tot 1 oktober 2020.

Voor een totale belastingschuld van meer dan EUR 20.000,- moet u een verklaring van een derde deskundige meesturen. Hierbij kan worden gedacht aan een belastingadviseur of accountant.

Betaalt u een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting en u verwacht een lagere winst door de coronacrisis?

In dat geval kunt u de voorlopige aanslag wijzigen door middel van een wijziging van de eerder ingevulde inkomsten. Wanneer het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag vervolgens lager uitvalt dan de belasting die u al betaald heeft, dan krijgt u het verschil terugbetaald. In het geval dat uw inkomsten weer stijgen, dan moet u uw voorlopige aanslag ook wijzigen.

BMKB(-C) in het kort

Om bedrijven in hun liquiditeitsbehoefte te voorzien, bestaat de maatregel Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). MKB-ondernemers kunnen op basis van deze regeling een borgstelling krijgen voor een gedeelte van een te verstrekken bancaire financiering. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) staat garant voor dit deel. De regeling stelt ondernemers in staat meer te lenen dan ze op basis van hun onderpand zouden kunnen krijgen. Deze maatregel is als gevolg van de coronacrisis verruimd (BMKB-C).

Wat zijn de voorwaarden?

  • De onderneming moet onder de definitie van het mkb vallen. De voorwaarden zijn kort gezegd: maximaal 250 werknemers (fte) met een jaaromzet tot EUR 50 miljoen of een balanstotaal tot EUR 43 miljoen (let op, voor concerns gelden specifieke voorwaarden!);
  • De volgende sectoren zijn uitgesloten: vastgoed exploitatie, verzekerings- en financieringsbedrijf, publiek verzekerde zorg, land- en tuinbouw, visserij;
  • Voor land- en tuinbouwbedrijven geldt een afzonderlijke regeling;
  • De financier (bank) dient deel te nemen aan de BMKB(-C);
  • De financier toetst of de onderneming voldoende kredietwaardig is en of het financieringsdoel binnen de BMKB past;
  • De onderneming is een eenmalige provisie verschuldigd;
  • De onderneming dient een verklaring te tekenen dat er niet meer dan EUR 200.000 aan de minimis steun wordt ontvangen;
  • De BMKB(-C) kan slechts door één financier worden verstrekt;
  • Voor starters en innovatieve ondernemers kunnen extra gunstige voorwaarden gelden.

Wat betekent de verruiming in de praktijk?

  • Onder de oude regeling (BMKB) bedroeg het borgstellingskrediet 50% van het krediet dat de financier verstrekt;
  • Onder de nieuwe regeling (BMKB-C) bedraagt het borgstellingskrediet 75% van het krediet dat de financier verstrekt;
  • De borg van de overheid bedraagt 90% van dit borgstellingskrediet voor MKB-ondernemingen en 80% voor grootbedrijven;
  • De maatregel is bestemd voor overbruggingskrediet of verhoging rekening courant-krediet bij een financier, met een maximale looptijd van een jaar.
  • Ondernemingen met een kredietbehoefte tot EUR 266.667,- kunnen tot en met 30 juni 2022 maximaal EUR 200.000,- financieren met BMKB-krediet;
  • Het maximumkrediet is tot EUR 1,5 miljoen;
  • De provisie was oorspronkelijk 3,9% en is nu verlaagd naar 2% bij een financiering met een looptijd tot en met 8 kwartalen en 3% bij een financiering met een looptijd van 9 tot en met 16 kwartalen;
  • De looptijd van de BMKB-C regeling was oorspronkelijk twee jaar. Deze is nu uitgebreid naar 4 jaar.

Hoe werkt de aanvraag?

De aanvraag verloopt via de eigen financier. De aanvraag wordt doorgaans grotendeels digitaal afgehandeld. De vereiste informatie kan per financier verschillen. Het ligt voor de hand dat de jaarcijfers en aangifteformulieren inkomstenbelasting over de jaren 2018 en 2019 worden opgevraagd.

Qredits in het kort

Stichting Qredits Microfinanciering Nederland (Qredits) verstrekt, onder meer, microkredieten aan startende ondernemers en kleine bedrijven. Qredits komt ondernemers tegemoet door het verstrekken van overbruggingsleningen van maximaal EUR 25.000,-. De lening is bedoeld ter overbrugging van de coronacrisis periode.

Waar kunt u een aanvraag doen?

De aanvraag dient te geschieden via Qredits, via: https://mijn.qredits.nl/krediet/aanvraag/

De financiering door Qredits

Het betreft een lening van maximaal EUR 25.000,- voor reeds bestaande ondernemers. Starters komen niet in aanmerking hiervoor. De lening heeft een looptijd van maximaal 48 maanden, waarvoor gedurende de eerste 6 maanden geen aflossing is verschuldigd. Deze periode kan worden verlengd naar 12 maanden. De rente bedraag 2% over het eerste jaar. Daarna bedraagt de rente 5,75%.

KKC in het kort

Heeft u als kleine onderneming behoefte aan financiering, maar kan de bank hier niet (volledig) in voorzien? Dan kan de overheid u daarin tegemoetkomen door garant te staan voor een gedeelte van deze lening. Hiervoor heeft de overheid een budget uitgetrokken van EUR 750 miljoen.

Wat zijn de voorwaarden?

  • U bent een kleine ondernemer: micro-, midden- en kleinbedrijf;
  • U heeft een omzet vanaf € 50.000 en was voor de coronacrisis voldoende winstgevend en in de kern financieel gezond;
  • Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon, dan dient de ondernemer zich voor 10% van de hoofdsom in privé borg te stellen;
  • U was voor 1 januari 2019 ingeschreven in het Handelsregister bij KVK.

Wat houdt de regeling in?

Deze regeling is bedoeld voor bedrijven die voor de coronacrisis voldoende winstgevend waren. Op grond van de KKC-regeling staat de overheid garant voor 95% van een overbruggingskrediet dat tussen de EUR 10.000,- en 50.000,- bedraagt. De KKC is een lening met een looptijd van 5 jaar en een rente van maximaal 4%. U betaalt de overheid eenmalig een premie van 2% als vergoeding.

Waar kunt u een KKC-lening aanvragen?

Om een beroep te kunnen doen op deze regeling moet de betreffende financier zijn aangesloten bij de regeling. De financier vraagt vervolgens de garantstelling aan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

 

De volgende banken zijn aangesloten bij de GO-regeling:

  • ING-bank
  • New10 (ABN-AMRO Bank)
  • Rabobank
  • Spotcap
  • Triodos Bank
  • Volksbank

COL in het kort

In de voorbije weken heeft de overheid verschillende steunmaatregelen bekendgemaakt. In de praktijk bleken een aantal types ondernemingen niet in aanmerking te komen voor de reeds gepubliceerde maatregelen. Om ook startups, scale-ups, innovatieve MKB’ers en MKB-ondernemingen zonder bancaire financiering van overbruggingsleningen te voorzien heeft de overheid een voorziening van EUR 100 miljoen in het leven geroepen. De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs), te weten: LIOF, BOM, Oost, NOM, IQ en Impuls, verstrekken deze overbruggingsleningen met ingang van 29 april 2020. Deze regeling ziet op overbruggingsleningen tussen EUR 50.000 en EUR 2 miljoen.

De ROMs streven ernaar de aanvragen voortvarend te behandelen, waarbij een doorlooptijd van twee weken het maximum is. Voor leningen tot EUR 500.000,- zou de doorlooptijd tussen 4 en 9 dagen bedragen.

De financiering onder COL

Verschillende voorwaarden verschillen naar gelang de hoogte van de lening. Voor alle leningsvormen geldt een rentepercentage van 3% per jaar. Voor leningen die hoger zijn dan EUR 250.000 geldt dat er cofinanciering plaats dient te vinden ter hoogte van 25%. Voor meer informatie kunt u terecht op: https://www.rom-nederland.nl/qena/#type

Waar kunt u een aanvraag doen?

De aanvraag verloopt niet via de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen, maar via een speciaal daarvoor ontwikkeld portaal, te weten via: https://www.techleap.nl/content/bridgefinancing-portal/

Voor wie geldt deze regeling?

  • Startups: het betreft dan een niet-beursgenoteerde onderneming die niet is ontstaan uit een fusie en op het moment van aanvraag maximaal 5 jaar in bedrijf is;
  • Scale-ups: het betreft dan bedrijven met 10 tot 250 werknemers waarbij de werkgelegenheid of omzet in de afgelopen 5 jaar met tenminste 60% is toegenomen respectievelijk deze toename in de komende 5 jaar wordt verwacht;
  • Innovatieve MKB’ers: dit ziet op bedrijven tot 250 werknemers waar onderzoek of ontwikkeling plaatsvindt met als doel realisatie van financieel en maatschappelijk rendement;’
  • MKB’ers zonder bancaire financiering: dit ziet op de groep MKB’ers die overwegend met eigen vermogen zijn gefinancierd. Ook deze groep ondernemers komt in aanmerking voor de COL, maar slechts wanneer het niet mogelijk is om een BKMB of GO-lening te verkrijgen bij de bank.

Wat zijn de voorwaarden?

  • De overbruggingslening kan slechts worden aangewend om te voorzien in additionele liquiditeit en niet om bestaande faciliteiten of leningen af te lossen.
  • De onderneming moet door de Coronacrisis zijn geraakt. Hiervoor zal een terugval in verwachte omzet worden aangetoond.
  • De onderneming moet kunnen aantonen dat aflossing na 1 jaar kan plaatsvinden en dat de volledige lening binnen 3 jaar wordt afgelost.

Wat houdt SOL in?

Deze regeling is bedoeld voor startups in Midden-of West Brabant die op dit moment onder druk staan door de coronacrisis. Voor deze groep ondernemers heeft de Provincie Noord-Brabant en Gemeente Breda middelen ter beschikking gesteld om te kunnen voorzien in overbruggingskredieten.

Voorwaarden onder SOL

  • De startup moet zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of daar op korte termijn worden ingeschreven;
  • De startup mag niet ouder zijn dan zes jaar;
  • U maakt reeds gebruik van andere corona-regelingen van de overheid of heeft geprobeerd hiervoor in aanmerking te komen;
  • Het geld is bedoeld voor de start-up en niet voor het aflossen van andere kredietfaciliteiten;
  • Indien nodig bent u bereid om kosten te verlagen.

Waar kunt u SOL aanvragen?

U kunt SOL aanvragen via Starterslift. Via dit formulier wordt u in contact gebracht met een business developer om de mogelijkheden te bespreken.

Voor wie is SOL bedoeld?

Deze regeling is bedoeld voor startups in Midden-of West Brabant die op dit moment onder druk staan door de coronacrisis. Om in aanmerking te komen voor deze regeling moet u een startup hebben in West- of Midden-Brabant, student zijn aan- of medewerker zijn van Tilburg University, Breda University of Applied Sciences of Avans Hogeschool.

De lening onder SOL

De lening is aan te vragen van 3 juni tot en met 31 oktober 2020. De lening heeft een looptijd van 3 jaar en bedraagt, afhankelijk van omstandigheden, minimaal EUR 5.000 en maximaal EUR 50.000. De lening is rente- en aflossingsvrij tot en met 31 december 2020. Daarna bent u maandelijks aflossing en rente ter hoogte van 5% verschuldigd. Het betreft een persoonlijke lening waarvoor u persoonlijk aansprakelijk bent.

Voor wie geldt de GO-regeling?

Heeft u als middelgroot of groot bedrijf behoefte aan financiering, maar kan de bank hier niet (volledig) in voorzien? Dan kan de overheid de benodigde financiering faciliteren met een staatsgarantie op middelgrote en grote leningen.

Waar kunt u aanspraak maken op deze lening?

Om een beroep te kunnen doen op deze regeling moet de betreffende financier zijn aangesloten bij de regeling. De financier vraagt vervolgens de garantstelling aan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

De volgende banken zijn aangesloten bij de GO-regeling:

·        ABN-Amro

·        Bank of Tokyo-Mitsubishi UFJ (Holland)

·        Deutsche Bank AG, Amsterdam Branch

·        ING

·        NIBC Bank

·        Rabobank

·        Riverbank

·        Royal Bank of Scotland (RBS)

·        Société Générale

·        Triodos Bank

Wat houdt de verruimde regeling in?

Op grond van de GO-C regeling kan de overheid de financierbaarheid van uw onderneming ondersteunen door middel van het verstrekken van een garantie aan de bank. Deze regeling bestond al voorafgaand aan de coronacrisis, maar is nu verder uitgebreid. Onder de uitgebreide GO-C Regeling staat de overheid garant voor leningen tussen EUR 1,5 miljoen en EUR 150 miljoen voor 80% in het geval van grootbedrijven en 90% in het geval van MKB-ondernemingen.

TOPSS in het kort

Het TOPPS-programma is door Invest-NL opgesteld in samenwerking met Techleap.nl en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen. Hiervoor heeft zij een bedrag van EUR 100 miljoen uitgetrokken. Dit programma heeft als doel om risicokapitaal voor innovatieve start- & en scaleups te waarborgen waarbij de verstrekking is gericht op voortzetting van activiteiten. Het betreft financieringen vanaf EUR 2 miljoen waarbij professionele investeerders betrokken zullen zijn.

Wat zijn de voorwaarden om in aanmerking?

De belangrijkste voorwaarden om in aanmerking te komen zijn:

  • TOPSS kan slechts worden aangewend om te voorzien in additionele liquiditeit en niet om bestaande faciliteiten of leningen af te lossen.
  • De financieringsbehoefte moet een direct gevolg zijn van de coronacrisis.
  • Er moet cofinanciering plaatsvinden van tenminste 50% van de investering.
  • De onderneming dient reeds voor de crisis sterk te zijn geweest en moet een gezonde omzet- en winstpotentie hebben na de Coronacrisis.

Waar kunt u een aanvraag doen?

De aanvraag dient te geschieden via Techleaps.nl: https://www.techleap.nl/content/bridgefinancing-portal/

Voor wie is TOPSS bedoelt?

TOPSS ziet op innovatieve startups-en scaleups met een gezond toekomstperspectief die door terughoudendheid van financiers tegengehouden worden in het versnellen van hun groei of het vinden van financiering van hun plannen.

De financiering onder TOPPS

De financiering heeft de vorm van een converteerbare lening met een rente van 8%. De rente moet worden betaald bij de aflossing of kan onderdeel uitmaken van de conversie. De lening is aflossingsvrij en heeft een looptijd van 3 jaar. Voor nadere informatie kunt u terecht op: https://www.invest-nl.nl/page/862/aanvullende-informatie-tijdelijk-overbruggingskrediet-innovatieve

TOGS in het kort

Ondernemers die direct financiële gevolgen ondervinden als gevolg van de kabinetsmaatregelen om COVID-19 te bestrijden kunnen, onder voorwaarden, aanspraak maken op een eenmalige tegemoetkoming van EUR 4.000,-. De tegemoetkoming is enkel bedoeld voor ondernemingen die door het kabinet als ‘gedupeerde onderneming’ zijn aangemerkt.

Wat zijn de overige voorwaarden?

  • De onderneming mag in beginsel geen fysieke vestiging hebben op een woonadres. Uitgezonderd zijn kroeg- en restauranteigenaren die een horecagelegenheid huren, pachten of in eigendom hebben;
  • De onderneming verwacht in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 een omzetverlies van tenminste EUR 4.000,- te lijden;
  • De onderneming verwacht in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 EUR 4.000,- aan vast lasten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van COVID-19;
  • De onderneming heeft maximaal 250 werknemers in dienst;
  • De onderneming moet zijn opgericht en ingeschreven bij de KvK op 15 maart 2020;
  • De onderneming is geen overheidsbedrijf in de zin van de Mededingingswet;
  • De onderneming is niet failliet;
  • De onderneming heeft geen verzoek tot verlening van surseance van betaling ingediend bij de rechtbank.

Wat is een 'gedupeerde onderneming'?

  • Om als gedupeerde onderneming te worden aangemerkt dient de hoofdactiviteit overeen te komen met een van de vastgestelde SBI-codes;
  • De zoektool SBI-codes biedt een handig hulpmiddel;
  • De onderneming moet op 15 maart 2020 met de bedoelde hoofdactiviteit ingeschreven staan in het Handelsregister van de KvK;
  • Let op! Enkele ondernemingen komen op een later tijdstip mogelijk alsnog in aanmerking voor de tegemoetkoming.

Hoe werkt de aanvraag?

De tegemoetkoming is aan te vragen via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De regeling is al opengesteld. Aanvragen kunnen tot en met vrijdag 26 juni 2020 17:00 uur worden ingediend. Indien de aanvraag wordt goedgekeurd, geschiedt uitbetaling ongeveer drie weken na de aanvraag.

BL(-C) in het kort

Om landbouwondernemingen in hun liquiditeitsbehoefte te voorzien, bestaat een specifieke borgstellingsregeling (BL). Landbouwbedrijven kunnen op basis van deze regeling een borgstelling krijgen voor een gedeelte van een financiering. De overheid staat garant voor dit deel. De regeling stelt landbouwonderneming in staat meer te lenen dan ze op basis van hun onderpand zouden kunnen krijgen. Deze maatregel is als gevolg van de coronacrisis verruimd (BL-C).

Wat zijn de voorwaarden?

  • De onderneming moet onder de definitie van het mkb vallen. De voorwaarden zijn kort gezegd: maximaal 250 werknemers (fte) met een jaaromzet tot EUR 50 miljoen of een balanstotaal tot EUR 43 miljoen (let op, voor concerns gelden specifieke voorwaarden!);
  • De volgende sectoren zijn uitgesloten: vastgoed exploitatie, verzekerings- en financieringsbedrijf, publiek verzekerde zorg, advocatuur, deurwaarders, MKB niet zijnde land- en tuinbouw;
  • De financier (bank) dient deel te nemen aan de BMKB(-C);
  • De onderneming is een eenmalige provisie verschuldigd;
  • De BMKB kan slechts door één financier worden verstrekt;
  • Voor starters en innovatieve ondernemers kunnen extra gunstige voorwaarden gelden.

Wat betekent de verruiming in de praktijk?

  • De maatregel is bestemd voor overbruggingskrediet of verhoging rekening courant-krediet bij een financier, met een maximale looptijd van een jaar;
  • Ondernemingen kunnen een maximaal borgstellingskrediet van EUR 1,2 miljoen verkrijgen (EUR 2,5 miljoen bij een Garantstelling Landbouw lening(GL-lening) of Borgstellingskrediet voor de landbouw Plus lening (BL-plus lening);
  • De maximale looptijd van het BL-C krediet is 8 kwartalen;
  • De borg van de overheid bedraagt 70% van dit borgstellingskrediet;
  • De financier toetst of de onderneming voldoende kredietwaardig is en of het financieringsdoel binnen de BMKB past;
  • Het maximumkrediet is tot en met 30 juni 2022 verhoogd tot EUR 1,5 miljoen.

Hoe werkt de aanvraag?

De aanvraag verloopt via de eigen financier. De aanvraag wordt doorgaans grotendeels digitaal afgehandeld. De vereiste informatie kan per financier verschillen. Het ligt voor de hand dat de jaarcijfers en aangifteformulieren inkomstenbelasting over de jaren 2018 en 2019 worden opgevraagd.

U heeft een financiering bij een bank, maar voorziet dat u in de nabije toekomst in de knel raakt met de nakoming. Wat kunt u doen?

Allereerst is het van belang om na te gaan of u met uw bank hebt afgesproken dat u gedurende de looptijd aan bepaalde ratio’s dient te voldoen. Is dat het geval en verwacht u dat u omwille van de coronacrisis op termijn niet meer aan deze ratio’s kunt voldoen? Dit vormt voor de bank een opzeggingsgrond van uw financiering. Het is verstandig om uw bank daarover proactief in te lichten en daarover afspraken te maken. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een waiver brief. Dat is een verklaring op basis waarvan de bank (tijdelijk) afziet van directe opeisbaarheid, onder het maken van nieuwe afspraken.

De banken hebben aangegeven dat er voldoende buffers aanwezig zijn waar nodig maatregelen te kunnen treffen in verband met de coronacrisis. In dat verband hebben de banken aangegeven dat een uitstel van betaling mogelijk is. Wanneer u een lening heeft die niet hoger is dan 2,5 miljoen, dan heeft in de regel te gelden dat u de bank kunt vragen om uitstel van betaling. Klanten van ABN, AMRO, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos Bank kunnen een uitstel van betaling krijgen van maximaal 6 maanden. Het uitstel wordt in beginsel enkel verstrekt aan bedrijven die in de kern gezond zijn. Ten aanzien van bedrijven waar dit niet het geval is, kunnen de banken in maatwerk voorzien.

Let echter wel op de specifieke voorwaarden die gelden per bank. Zo vermeld een enkele bank op haar website dat de maatregel slecht een uitstel van betaling betreft. Aan het einde van het verleende uitstel moeten de uitgestelde bedragen in één keer worden betaald. De regeling kan vervolgens worden beëindigd wanneer u als ondernemer niet meer voldoet aan de voorwaarden daarvoor. Indien u dan niet meer voldoet aan de afspraken die u heeft gemaakt met de bank, dan kan alsnog tot opeising over worden gegaan. Om dit te voorkomen kunt u met de bank overeenkomen dat zij een waiver verstrekt. Dat is een verklaring op basis waarvan de bank afziet van directe opeisbaarheid.

Onderwijsrecht

Moeten studenten in het hoger onderwijs de spits vermijden?

Studenten in het hoger onderwijs reizen veelal met het openbaar vervoer van en naar de universiteit of hogeschool. Omdat er na de zomervakantie meer ruimte zal zijn voor onderwijs op de instellingen, zijn voor gebruik van het openbaar vervoer richtlijnen opgesteld. De studenten kunnen ook gedurende de coronacrisis in de spits reizen. Echter, onderwijsinstellingen maken een spreidingsrooster, waardoor studenten zo min mogelijk in de spits gaan reizen. Ook zal een (groot) deel van het onderwijs nog steeds online worden aangeboden. Bij gebruik van het openbaar vervoer is het dragen van een mondkapje verplicht.

Mogen ouders uit angst voor het coronavirus hun kind thuis houden?

Kinderen van 5 tot 16 jaar zijn leerplichting. Voor jongeren tussen 16 en 18 geldt dat zij minimaal over een startkwalificatie dienen te beschikken. Dit betekent dat de ouders niet de vrijheid hebben hun kind thuis te houden op het moment dat zijn of haar school weer opengaat. Als een leerling een bijzonder risico loopt  kunnen de ouders afwijkende afspraken met de school

Voor wie geldt de 1,5 meter regel?

Voor mbo, hbo en universiteit geldt de 1,5 meter regel onverkort. Hierbij dienen studenten 1,5 meter afstand te houden van elkaar en van het personeel. Voor de kinderopvang, het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs is het anders geregeld per 1 juli 2020. Leerlingen hoeven geen 1,5 meter afstand te houden ten opzichte van elkaar maar wel ten opzichte van andere volwassenen, en de 1,5 meterregel geldt ook voor volwassenen onderling.

Mogen ouders weigeren dat hun kind deelneemt aan online onderwijs?

Kinderen van 5 tot 16 jaar zijn leerplichting. Voor jongeren tussen 16 en 18 geldt dat zij minimaal over een startkwalificatie dienen te beschikken. Het coronavirus plaatst scholen voor een uitzonderlijke situatie en vraagt om bijzondere oplossingen om het gewone onderwijs te ondervangen. Veelal wordt er gekozen voor vormen van online onderwijs. Het is in het belang van de leerling dat het schoolwerk gewoon doorgaat. Dit betekent dat de ouders niet de vrijheid hebben om te weigeren dat hun kind deelneemt aan online onderwijs. Als wordt geconstateerd dat een leerling het programma niet volgt, kan de school het beste contact opnemen met de ouders en/of leerling om te onderzoeken waarom de leerling het programma niet volgt.

Hoe is bepaald of een leerling slaagt of zakt voor het eindexamen?

Er is een maatregel genomen die bepaalt dat voor het schooljaar 2019/2020, in verband met het coronavirus, de centrale examens niet doorgaan in het voortgezet onderwijs. Het document ‘slaag-zakregeling 2019/2020’ is opgesteld om onderwijsinstellingen te informeren over de uitwerking van deze maatregel. De ‘slaag-zakregeling 2019/2020‘ geeft aan dat op basis van de cijfers van het schoolexamen bepaald wordt of een leerling geslaagd is of gezakt. Voor schooljaar 2020-2021 wordt in beginsel het eindexamen weer afgelegd zoals gebruikelijk, onderverdeeld in schoolexamens en centraal schriftelijk eindexamen.

Hoe zit het met het bindend studieadvies?

In het eerste jaar van het hoger onderwijs en het mbo krijgen studenten te maken met het bindend studieadvies (BSA). De onderwijsstellingen bepalen dat de student een bepaald aantal studiepunten dient te behalen om de opleiding te mogen voortzetten. Wanneer de student het gestelde aantal studiepunten niet behaalt, volgt er een ‘negatief studieadvies’. Dit houdt in dat de student met de opleiding moet stoppen. Om door te stromen naar het tweede jaar behoeft de student een ‘positief studieadvies’. Door de coronacrisis komt het voor dat studenten niet aan het BSA kunnen voldoen, bijvoorbeeld omdat bepaalde tentamens niet afgenomen kunnen worden. Voor studenten die door het coronacrisis niet aan het BSA kunnen voldoen, is het mogelijk om uitstel te krijgen. Deze studenten kunnen doorstromen naar het tweede jaar, maar er wordt van hen verwacht om in het school/studiejaar 2020/2021 alsnog de BSA-norm te behalen.

Hoe is de overgang in het voortgezet onderwijs bepaald?

In bepaalde gevallen kan de school ervoor kiezen een leerling te laten doubleren. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de leerling onvoldoende schoolresultaten behaalt of (te) weinig ontwikkeling maakt ten opzichte van leeftijdsgenoten. Scholen proberen doubleren zoveel mogelijk te voorkomen. Gedurende de coronacrisis dienen scholen de afweging anders in te kaderen omtrent de overgang van leerlingen. In beginsel dient een school na te gaan of er voldoende informatie is om op een deugdelijke en onderbouwde manier de overgang te bepalen. Hierbij dient niet alleen gekeken te worden naar de toetsen en prestaties voorafgaand aan het coronavirus. Gedurende deze coronacrisis spelen factoren die normaliter geen onderdeel vormen van de afweging een rol: factoren als de thuissituatie en de impact van het coronavirus op de leerling kunnen onderdeel vormen van de afweging. De VO-raad heeft voor schooljaar 2019-2020 een protocol gemaakt om de scholen daarbij te helpen.

Wat betekent de coronacrisis voor de overgang van mbo naar hbo?

Normaliter dienen mbo-studenten die naar het hbo willen doorstromen vóór 1 september af te studeren. Het kan voorkomen dat laatstejaarsstudenten binnen het mbo door de coronacrisis vertraging oplopen. Ondanks de opgelopen vertraging, is het voor deze studenten mogelijk om doorstromen naar het hbo. Zij krijgen bij vertraging tot 1 januari 2021 de mogelijkheid om alsnog het mbo-diploma te behalen. Indien voor 1 januari 2021 het diploma niet behaald is, dan moet de student stoppen met de hbo-opleiding. Daarnaast is voor de aanmelddatum door de coronacrisis verschoven van 1 mei 2020 naar 1 juni 2020.

Kunnen leerlingen op het coronavirus getest worden?

Wanneer op een school een ongewoon aantal leerlingen is met symptomen als verkoudheid, niezen of hoesten, dan dient de school dit door te geven aan de GGD. De school dient een melding te maken bij de GGD wanneer er drie of meer leerlingen zijn met symptomen die kunnen duiden op het coronavirus. De GGD zal vervolgens een onderzoek starten en indien nodig coronatesten uitvoeren bij de leerlingen. Eventuele testen kunnen slechts gedaan worden in overleg met de ouders/verzorgers van de leerling. Hiernaast geldt dat sinds 1 juni 2020 iedereen met corona-gerelateerde klachten een test kan laten doen.

In welke gevallen worden medewerkers in het onderwijs of de kinderopvang getest op het coronavirus?

Medewerkers in het onderwijs of de kinderopvang worden op het coronavirus getest indien er sprake is van direct contact met kinderen / jongeren en aanwezigheid van symptomen als verkoudheid, niezen, hoesten of koorts. Totdat dat de uitslag bekend is, dient de betreffende medewerker thuis te blijven. Bij een negatieve uitslag mag de medewerker weer aan het werk.

Hoe vindt een coronatest plaats per 1 juni 2020?

Iedereen, dus ook medewerkers binnen het onderwijs, kan per 1 juni 2020 rechtstreeks contact opnemen met de GGD voor een coronatest. Dit betekent dat medewerkers niet meer zich hoeven te melden bij de bedrijfsarts voor een coronatest.

Wat te doen als een leerling met het coronavirus is besmet?

Kinderen lopen volgens het RIVM weinig kans om besmet te worden met het coronavirus. Mocht de leerling klachten hebben of besmet zijn, dan dient de leerling thuis te blijven. Schoolbezoek mag pas weer wanneer de leerling 24 uur klachtenvrij is.

Wat te doen als een medewerker met het coronavirus is besmet?

Bij een positieve uitslag moet de medewerker minimaal 7 dagen thuis blijven en 24 uur klachtenvrij zijn voordat het werk weer mag worden hervat.

Hoe zit het met kinderen met een kwetsbare gezondheid?

Kinderen met een zwakke gezondheid, behorend tot de risicogroep, kunnen tijdelijk vrijgesteld worden van onderwijs. Indien vrijstelling gewenst wordt, dient de schoolleiding hiervan op de hoogte te worden gesteld.

Op welke manier kan het samenwerkingsverband beslissen over een aanvraag voor LWOO, praktijkonderwijs of TLV gedurende de coronacrisis?

Het is van belang om, ook tijdens de coronacrisis, leerlingen de ondersteuning te bieden die nodig is. Om de passende ondersteuning te bieden aan leerlingen, is het voor het samenwerkingsverband mogelijk om op basis van een incompleet dossier een beslissing te nemen over een aanvraag LWOO, praktijkonderwijs of TLV. De besluiten dienen echter voort te vloeien uit een goed gemotiveerde criteria en de incomplete dossiers moeten inhoudelijk goed zijn. In beginsel wordt door te werken met incomplete dossiers niet voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Hierdoor dient na het nemen van de besluiten de incomplete dossiers alsnog  aan de wet- en regelgeving te voldoen.

Heeft de medezeggenschap invloed op de coronamaatregelen van de onderwijsinstelling?

De medezeggenschap  kan geen invloed uitoefenen op de beslissingen die de overheid neemt voor het onderwijs over de aanpak van de coronacrisis. De genomen beslissingen dienen altijd opgevolgd te worden, ook zonder advies of instemming van de medezeggenschap. In bepaalde gevallen is overleg met de medezeggenschap echter nodig om invulling te geven aan een bepaalde aanpak. De PO-raad en de VO-raad hebben in samenwerking met de andere vakbonden een protocol tot stand gebracht omtrent de heropening van scholen. Om na te gaan op welke manier invulling wordt gegeven aan dit protocol, dient het schoolbestuur in overleg te treden met de stakeholders waaronder de medezeggenschapsraad. De ‘coronakaders’ voor de medezeggenschap moeten nog worden uitgewerkt.

Online surveilleren en rol medezeggenschap

Op 11 juni 2020 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam geoordeeld dat de Universiteit van Amsterdam (UvA) niet eerst aan de studentenraden toestemming had moeten vragen voordat de surveillancesoftware (proctoring) in gebruik werd genomen. Volgens de voorzieningenrechter is er in de (wettelijke) regelingen voor het afnemen van tentamens, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en de daarop gebaseerde ‘Regels en Richtlijnen van de examencommissie’ UvA, expliciet opgenomen dat studentenraden geen instemmingsrecht hebben als het gaat om regels rond surveilleren. De UvA had hen dus niet eerst om toestemming hoeven vragen. De deze uitspraak van 11 juni 2020 hebben wij samengevat in een blog.

Op welke steun kunnen onderwijsinstellingen rekenen?

Scholen en instellingen, met uitzondering van het hoger onderwijs, kunnen steun ontvangen middels de Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s 2020-2021. Deze regeling ziet op het aanbieden van inhaal- en ondersteuningsprogramma’s aanvullend op het reguliere onderwijsaanbod. Er wordt naar gestreefd op deze manier leerachterstanden en studievertragingen die ontstaan zijn door de coronacrisis weg te werken.

Wanneer dient de Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma's 2020-2021 aangevraagd te worden?

Voor programma’s in de zomervakantie dient de aanvraag ingediend te worden tussen 2 juni 2020 en 21 juni 2020. Indien het gaat om programma’s na de zomervakantie, dan kan de aanvraag tussen 18 augustus 2020 en 15 september ingediend worden.

Hoeveel subsidie voor inhaal- en ondersteuningsprogramma's 2020-2021 is beschikbaar?

In totaal is EUR 244.000,- aan subsidie beschikbaar. De subsidieregeling stelt per leerling € 900,- beschikbaar. Het bevoegd gezag van de school kan voor maximaal 10% van de leerlingen die sinds 1 oktober 2019 ingeschreven zijn een subsidie aanvragen.

Wie kan gebruikmaken van de Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma's 2020-2021?

De bevoegde gezagen van scholen en instellingen in het primair, speciaal, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs alsmede volwasseneducatie kunnen gebruikmaken van de subsidie.

Is het verplicht om gebruik te maken van de Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma's 2020-2021?

Nee. Het gaat om onverplichte programma’s naast het reguliere onderwijsprogramma. Dit betekent dat er geen verplichting bestaat voor scholen en instellingen om dergelijke programma’s te organiseren. Tevens zijn leraren en docenten van de school of instelling niet verplicht om eraan mee te werken. De programma’s mogen aan derde partijen worden uitbesteed.

Moet de onderwijsinstelling online onderwijs aanbieden?

De hoofdregel is dat een onderwijsinstelling het onderwijs op school aanbiedt. Echter, door de maatregelen rondom het coronavirus zijn de mogelijkheden daartoe beperkt. In dit geval dient de onderwijsinstelling op zoek te gaan naar alternatieven. Op de onderwijsinstelling rust een inspanningsplicht om, ondanks de coronacrisis, onderwijs te bieden en bij te dragen aan de ontwikkeling van de leerlingen en studenten. De praktijk laat zien dat onderwijsinstellingen in dit geval veelal onderwijs op afstand aanbieden of in de ‘anderhalve meter school’ een combinatie van regulier en online onderwijs. Het aanbieden van online onderwijs zal vooral blijven gelden voor mbo, hbo en universiteit omdat deze instellingen nog niet volledig mogen opengaan.

Rechter oordeelt dat online surveilleren is toegestaan

Op 11 juni 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam geoordeeld dat online surveilleren geen ongeoorloofde inbreuk op de privacy is. Wij hebben hierover een blog geschreven waarin de overwegingen van de voorzieningenrechter worden gezet samengevat.

Waar moet je aan denken bij online tentaminering?

Tentaminering zal tijdens de coronacrisis in veel gevallen op afstand plaatsvinden. De tentamens kunnen plaatsvinden in de vorm van een open boek tentamen, het schrijven van een essay of via systemen die het mogelijk maken om op afstand te surveilleren (“proctoring”). Bij het inzetten van proctoring dient ervoor te worden gezorgd dat de AVG in acht wordt genomen. Belangrijke vragen die daarbij moeten worden gesteld zijn: i. is de inzet van het systeem noodzakelijk? ii. Op welke manier kan de AVG gewaarborgd worden? iii. Wat dient er gedaan te worden met de verzamelde gegevens? In onze blog kunt u meer lezen over tentaminering via Proctorio.

Hoe geschiedt de aanmelding van leerlingen tijdens de coronacrisis?

Ouders dienen hun kind minimaal tien weken voorafgaand aan het schooljaar aan te melden voor de plaatsing op een school in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Scholen hebben wettelijk gezien een termijn van 6 weken om te beslissen omtrent de toelating van een leerling. Door de coronacrisis kan het voor onderwijsinstellingen moeilijker zijn om bepaalde informatie te verkrijgen of onderzoek te doen binnen de gestelde termijn. Indien de onderwijsinstelling de beslissing niet binnen zes weken kan nemen, kan de termijn van zes weken verlengd worden met vier weken.

Wat betekent het coronavirus voor de verwijdering van leerlingen?

In beginsel kan een leerling gedurende de coronacrisis verwijderd worden. In dat geval dient wel, zoals ook in normale omstandigheden, een andere onderwijsinstelling bereid zijn om deze leerling toe te laten, waarbij ook op de nieuwe school het onderwijs veelal online verloopt. Indien het niet lukt om voor de leerling een andere school te vinden, dan dient de verwijderende onderwijsinstelling ervoor te zorgen dat deze leerling nog steeds (online) onderwijs krijgt. Na heropening van de scholen kan de leerling alsnog verwijderd worden, mits die dan toegelaten wordt op een andere school.

Gerelateerde blogs

Contact

Heeft u juridische vragen over de gevolgen van het coronavirus op uw bedrijfsvoering? Neem dan contact op met ons eerstelijns telefoonnummer.
U kunt uiteraard ook altijd contact opnemen met uw vaste contactpersoon. We helpen u graag!

Website feedback

Wij stellen uw mening erg op prijs. Om uw ervaring te verbeteren vragen wij ongeveer 1 minuut van uw tijd om onze website te beoordelen.

You have Successfully Subscribed!