Skip to main content

Curator int verpande vordering zonder toestemming pandhouder. Wat nu? Heeft dat gevolgen?

Indien een vordering bestaat op een schuldenaar wordt er vaak zekerheid gevestigd op een vermogensbestanddeel van de schuldenaar. In het handelsverkeer is het vestigen van een pandrecht op debiteuren zeer gebruikelijk. Als de schuldenaar in verzuim raakt met de voldoening van zijn verplichtingen, bijvoorbeeld het terugbetalen van de schuld, kan de pandhouder het pandrecht openbaar maken door aan de debiteur mede te delen dat hij pandhouder is. Op dat moment is de schuldenaar niet langer bevoegd de vordering te innen en kan de debiteur alleen nog bevrijdend betalen aan de pandhouder.

Goed geregeld lijkt het. Toch ontstaan er geregeld problemen. Zolang het pandrecht niet is medegedeeld blijft de schuldenaar namelijk bevoegd om de vordering te innen. Door inning van de vordering gaat de vordering teniet. Omdat de vordering teniet gaat, gaat het pandrecht ook automatisch teniet. De zekerheid die bestond, bestaat dan dus niet meer.

Na faillissement wordt er een curator aangesteld. In het verleden ontstond vaak een race tussen de curator en de pandhouder om als eerste de vordering te innen. Uiteraard is de curator dan meestal in het voordeel. Hij is soms al aangesteld terwijl de pandhouder niet eens weet dat er sprake van een faillissement is. Bovendien heeft de curator alle informatie over de debiteuren en kan hij de vordering snel innen. Het gevolg is dat de vordering en het pandrecht teniet gaan. Dat heeft nog geen gevolgen zolang de betaling maar wordt ontvangen op de bankrekening van de failliet en de bank waar de bankrekening wordt aangehouden ook de pandhouder is. In dat geval mag de bank zich door verrekening verhalen op het geïnde.

Het probleem ontstaat echter als de betaling wordt ontvangen op een andere bankrekening of op de faillissementsrekening. In dat geval gaat de vordering en het pandrecht teniet en resteert de pandhouder slechts een voorrecht op de opbrengst van het geïnde. Hij moet dan meedelen in de kosten van het faillissement, de zogenaamde boedelschulden. Door het steeds groter wordende aantal lege boedels (boedelschulden zijn dan hoger dan het actief) ontvangt de pandhouder in de praktijk niets.

De Hoge Raad heeft daarom reeds in 2007 bepaald (ECLI:NL:HR:2007:BA2511) dat een curator een wachttijd in acht moet nemen voordat hij de debiteuren actief mag innen. Als de debiteur uit eigen beweging de vordering betaalt op de bankrekening van de failliet, gaan de vordering en het pandrecht nog steeds teniet, maar de curator mag bijvoorbeeld niet zelf de debiteuren een brief sturen om de vordering te betalen op de faillissementsrekening of een andere bankrekening.

De wachttijd bedraagt 14 dagen ingeval van een professionele pandhouder (denk aan een bank). Omdat de Hoge Raad niets heeft gezegd over de positie van een niet-professionele pandhouder, is de termijn voor de niet professionele pandhouder waarschijnlijk langer, maar is vooralsnog onzeker hoe lang deze termijn is. Langer dan 3 tot 4 weken zal de termijn naar mijn verwachting echter niet zijn. Dit zal overigens ook afhankelijk zijn van de snelheid waarmee de curator voldoet aan zijn verplichting om informatie over de debiteuren te verschaffen aan de pandhouder.

Een duidelijke regel zou je denken. Toch blijkt dat een curator zich hier niet altijd aan houdt en toch binnen de wachttijd actief de vordering int. De vraag die dan opkomt, is of de pandhouder recht heeft op de door de curator geïnde vordering.

Over deze situatie is kort geleden een uitspraak gewezen door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:199). In deze specifieke zaak had de curator het pandrecht van de Rabobank betwist. Vervolgens had hij de vorderingen geïnd waarop de Rabobank een pandrecht claimde. Doordat later kwam vast te staan dat er wel degelijk sprake was van een rechtsgeldig pandrecht, stond daarmee ook vast dat de curator onrechtmatig had gehandeld door de verpande vorderingen actief te innen binnen de wachttijd. De boedel was echter negatief dus niet alle boedelschulden konden worden betaald. De vraag die opkwam is of de vordering van de Rabobank een hogere rang heeft dan de vordering van de curator ter zake zijn salaris. Van belang was hierbij dat als dat niet het geval zou zijn, de curator in feite zelf profiteert van het feit dat hij onrechtmatig handelt. Door de inning ontstond immers het boedelactief om hem te betalen terwijl dat geld in feite voor de Rabobank was bedoeld als pandhouder.

Gezond boerenverstand leidt al snel tot de conclusie dat de curator niet zou mogen profiteren van zijn eigen onrechtmatige daad. Toch oordeelt de Hoge Raad anders en bepaalt dat de vordering van de Rabobank in rang na de vordering van de curator tot betaling van zijn salaris komt. De Rabobank moet dus meedelen in de kosten van de vereffening (waaronder het curatorensalaris, onder meer voor de gevoerde procedure tegen haar) en ontving in dit specifieke geval niets.

Blijft de pandhouder bij een onrechtmatige inning door de curator nu met lege handen achter? Nee, dat is niet het geval want de Hoge Raad heeft ook bepaald dat een curator in privé aansprakelijk kan zijn als hij bepaalde regels overtreedt. De regel dat hij binnen 14 dagen na faillissement niet int als het gaat om een professionele pandhouder, is zo’n regel. De pandhouder kan de curator dus in privé aanspreken. Van belang is om in dergelijke situaties de curator niet enkel q.q. aan te spreken, maar ook pro se (in privé). Een link naar een bijdrage waarin meer informatie wordt gegeven over het onderscheid tussen aansprakelijkheid van de curator q.q. en de aansprakelijkheid pro se, vindt u hier.

In onze nieuwsbrieven houden we u op de hoogte van alle relevante wetsontwikkelingen op het gebied van faillissementsrecht. Heeft u vragen over het onderwerp dat in deze bijdrage is behandeld of heeft u andere vragen? Neem dan contact op met Jeroen Tulfer. U kunt uiteraard ook contact opnemen met een van de andere advocaten van ons team Insolventie & Herstructurering.

Publicatie uit nieuwsbrief Insolutions september 2016. Klik hier voor de nieuwsbrief.