Op 1 januari 2021 is de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk (VK) en de EU in werking getreden. Deze overeenkomst regelt de juridische verhoudingen tussen de twee partijen nu het VK definitief geen onderdeel meer uitmaakt van de EU en diens interne markt. Dit heeft op zeer veel terreinen aanzienlijke gevolgen, niet in het minst op het gebied van het mededingingsrecht. Wat verandert er voor uw onderneming?

Uitgangspunt: een wijziging in het toepasselijke recht

Door het verlaten van de EU is de juridische status van het VK veranderd van EU-lidstaat naar ‘derde land’. Voor derde landen is de EU-mededingingswetgeving niet van toepassing, maar het eigen nationaal recht. Bij handel met het VK zullen daarom in beginsel niet de EU-regels gelden, maar de Britse mededingingswetgeving. Aan deze hoofdregel zijn echter enige beperkingen verbonden:

  • op gedragingen die zijn verricht vóór 1 januari 2021 geldt het EU-mededingingsrecht onverkort;
  • bij activiteiten van Britse bedrijven op EU-grondgebied blijft het Europese mededingingsrecht van toepassing. Een dergelijke benadering is de gebruikelijke gang van zaken voor derde landen.

Een groot verschil in de praktijk?

De handels- en samenwerkingsovereenkomst heeft inhoudelijk niet geleid tot grootscheepse veranderingen. Het Britse recht kent nog immer een grote mate van overlap met het Europese recht, aangezien de nationale wetgeving is gebaseerd op de Europese mededingingsregels. Er zijn ook geen indicaties dat fundamentele wijzigingen in het Britse mededingingsrecht op korte termijn zullen volgen.

De bijzondere positie van fusies en overnames

 Voor fusies en overnames die betrekking hebben op een Britse onderneming heeft daarentegen wel een opvallende wijziging plaatsgevonden. Voor fusies en overnames geldt namelijk dat in de EU-regelgeving normen zijn vastgesteld op het gebied van omzet. Overschrijdt een bedrijf deze omzetnormen én heeft het bedrijf een ‘communautaire dimensie’ (dit wil zeggen dat het bedrijf de voorgeschreven omzetnormen in meerdere EU-lidstaten overschrijdt), dan is de Europese Commissie exclusief bevoegd om de fusie/overname te onderzoeken. Dit betekent dat de nationale mededingingsautoriteiten van EU-lidstaten, zoals de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in Nederland, de kwestie geheel dienen over te laten aan de Europese Commissie. Wel kunnen zij de Europese Commissie ondersteunen in de uitoefening van diens taken.

Nu het VK niet langer deel uitmaakt van de Europese interne markt, geldt deze exclusiviteitsbepaling niet meer. Een fusie of overname die voldoet aan de Britse en Europese omzetnormen zal dan door zowel de Britse als de Europese mededingingsautoriteiten nader worden onderzocht aan de hand van hun ‘eigen’ wetgeving.

Dergelijke parallelle procedures zullen in de regel leiden tot hogere kosten en aanzienlijke vertragingen, waarmee u in uw onderneming rekening dient te houden. Ook dient u er bedacht op te zijn dat de Britse en Europese (onderzoeks)procedures en van toepassing zijnde normen in de nabije toekomst waarschijnlijk nog behoorlijk aansluiten, maar in de toekomst verder uiteen kunnen gaan lopen. Het is daarmee een reële mogelijkheid dat uw onderneming zich bij een fusie of overname dient te conformeren aan twee (in toenemende mate) uiteenlopende wetgevingen, hetgeen een fusie of overname in de toekomst verder zal bemoeilijken. Of de soep in de dagelijkse praktijk daadwerkelijk zo heet gegeten wordt, moet echter nog worden afgewacht. Zo is in de handels- en samenwerkingsovereenkomst afgesproken dat de Britse en Europese mededingingsautoriteiten gehouden zijn om samen te werken en hun (handhavings)activiteiten, waar mogelijk, te coördineren.

Meer informatie

Wil u meer informatie over de gevolgen van de brexit? Bekijk dan onze brexit-pagina.

Maart 2021