Skip to main content

Een schuldeiser kan het faillissement van een schuldenaar aanvragen indien zijn eigen vordering opeisbaar is én kan worden aangetoond dat er ten minste nog één andere vordering onbetaald wordt gelaten (de zogenaamde steunvordering). Hierover schreven mijn collega’s al verschillende artikelen.

De steunvordering hoeft niet opeisbaar te zijn en hoeft pas op de faillissementszitting summierlijk te worden aangetoond. Het aantonen van het bestaan van de steunvordering is soms lastig. Doorgaans zal de schuldeiser een factuur of een verklaring van een andere schuldeiser aan de rechtbank overleggen. Het is echter lang niet altijd eenvoudig om de andere schuldeisers te achterhalen. Soms loont het om een onderzoeksbureau in te schakelen dat op zoek gaat naar een onbetaalde schuld van de schuldenaar. Hier zijn echter kosten en onzekerheden aan verbonden.

Mijn collega Lodewijk Hox schreef eerder al een artikel over een zaak waarin de aanvragers van het faillissement een creatieve list hadden bedacht. De aanvragers hadden gezamenlijk één vordering, maar waren onbekend met een steunvordering. Om die te verkrijgen hadden ze hun gezamenlijke vordering opgesplitst in verschillende vorderingen zodat aan het vereiste van pluraliteit zou worden voldaan. Het Hof (ECLI:NL:GHARL:2021:5940) wees deze gekunstelde constructie af. Zij oordeelde dat pluraliteit niet ontstaat als een vordering wordt opgesplitst in meerdere delen. Bij splitsing moet nog steeds gekeken worden naar het originele vorderingsrecht.

Het is voor de schuldeiser die een faillissement wil aanvragen, dus lang niet altijd even eenvoudig om de pluraliteit van schuldeisers aan te tonen. Een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2022:5074) onderstreept dit maar biedt wellicht een extra troef voor de schuldeiser.

Casus

Wat was er aan de hand? Ook in deze zaak wordt een schuldeiser onbetaald gelaten. De schuldeiser vraagt vervolgens het faillissement van de schuldenaar aan. In het faillissementsverzoek stelt de schuldeiser dat hij een opeisbare vordering heeft van ruim EUR 300.000,-. Voor de steunvordering verwijst de schuldeiser naar de meest recente jaarrekening uit boekjaar 2020, die in april 2022 is gedeponeerd. Daaruit volgt een langlopende schuld. De schuldenaar had per mail ook bevestigd dat er sprake is van meerdere schuldeisers, te weten de bank, de Belastingdienst en een leasemaatschappij.

Op de faillissementszitting betwist de schuldenaar dat sprake is van pluraliteit en van het te hebben opgehouden te betalen. Zo zou de schuld aan de Belastingdienst een schuld van een andere entiteit betreffen, zou de achterstand in de lease zijn voldaan en betreft de kredietfaciliteit bij de bank een reguliere rekening-courantverhouding, waarop maandelijks wordt afbetaald. De (advocaat van de) schuldenaar geeft ter zitting aan dat hij niet bekend is met de langlopende schuld uit de jaarrekening van 2020.

De rechtbank gaat niet mee in deze betwisting. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van pluraliteit van schuldeisers. De vordering van de aanvrager staat volgens de rechtbank voldoende vast. Voor wat betreft de steunvordering baseert de rechtbank haar oordeel niet alleen op de rekening-courantverhouding tussen de schuldenaar en de bank, maar ook op de langlopende schuld die is opgenomen in de jaarrekening van de schuldenaar uit 2020. Dat laatste is opvallend. Voor pluraliteit was het voldoende om te verwijzen naar de vordering van de aanvrager en de schuld uit de rekening-courantverhouding. Daarnaast stamt de jaarrekening al uit 2020. Dat is al enige tijd geleden.

Het enkele verweer (van de advocaat) van de schuldenaar dat hij niet bekend is met de vordering, is dus niet (meer) voldoende. Het had op zijn weg gelegen om de langlopende schuld gemotiveerd te betwisten, omdat deze bijvoorbeeld al was afgelost. Nu dit niet is gebeurd, verklaart de rechtbank de schuldenaar failliet.

De (oude) jaarrekening van de schuldenaar: een extra troef

Het mag duidelijk zijn dat schuldeisers met deze uitspraak én de jaarrekeningen van de schuldenaar in de hand op de faillissementszitting verschijnen om de pluraliteit van schuldeisers aan te tonen. Het biedt een extra troef voor de schuldeiser, zeker als de steunvordering niet expliciet kan worden aangetoond door een factuur of een verklaring van een andere schuldeiser. De vraag is echter of de rechter hier in elke zaak  in meegaat. In deze casus stond de pluraliteit immers al vast omdat er sprake was van een rekening-courantvordering met de bank.

Ook de schuldenaar zal deze uitspraak ter harte moeten nemen. Hij zal erop bedacht moeten zijn dat (oude) jaarrekeningen ter zitting naar voren gebracht kunnen worden en bedenken op welke manier het bestaan van de (langlopende) schulden gemotiveerd betwist zullen moeten worden.

Heeft u daarover vragen of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Koen Vermeulen of één van de andere advocaten van team Insolventie & Herstructurering.

 

Juli 2022