Skip to main content

Het recht op collectieve actie (lees: staking) is een grondrecht. Werknemers mogen echter niet bij ieder geschil met hun werkgever het werk neer leggen. Een recent voorbeeld is de door de voorzieningenrechter Maastricht verboden staking bij VDL Nedcar. Dit oordeel is hevig bekritiseerd door de vakbonden. De FNV heeft al aangekondigd naar de Raad van Europa te stappen om de uitspraak te laten toetsen.

Feiten

Aanleiding voor deze uitspraak van de voorzieningenrechter Maastricht was de moeizame onderhandeling voor de nieuwe bedrijfstak cao Metalektro. Om een doorbraak in de onderhandelingen te forceren, riepen de vakbonden vanaf medio 2018 herhaaldelijk op tot stakingen. Deze stakingen raakten ook VDL Nedcar en hadden mogelijk ingrijpende consequenties voor het bedrijf. VDL Nedcar heeft namelijk slechts één klant, BMW, die binnen afzienbare tijd een besluit moest nemen over het voortzetten van de productie door VDL Nedcar. BMW had al een brief gestuurd die kortgezegd inhield dat BMW consequenties zou verbinden aan de onbetrouwbare productie als gevolg van de stakingen. Vanaf eind september verstrekte BMW minder opdrachten aan VDL Nedcar, al was de hoofdreden hiervan de economische situatie bij BMW zelf.

Nadat VDL Nedcar medio november vernam dat opnieuw stakingen werden voorbereid, riep het bedrijf de vakbonden op om de stakingen af te gelasten, of in ieder geval in te perken. Hoewel het er in eerste instantie op leek dat partijen in onderling overleg afspraken zouden kunnen maken over de stakingen zodat de toekomst van VDL Nedcar niet in gevaar zou komen, werden het VDL Nedcar en de vakbonden het  uiteindelijk toch niet eens. In november vonden de stakingen toch doorgang, waarop VDL Nedcar wederom een brief van BMW ontving. In deze brief werd benadrukt hoe belangrijk een betrouwbare leverancier voor BMW is, dat BMW beoogt in de nabije toekomst een besluit te nemen over toekomstige uitbesteding van productie en dat de stakingen een serieus te nemen belemmering vormden voor de betrouwbaarheid van VDL Nedcar.

Standpunten partijen

Nadat in januari opnieuw tot landelijke stakingen in de sector Metalelektro werd opgeroepen en omdat partijen het niets eens konden worden over mogelijke alternatieven, stelde VDL Nedcar een vordering in bij de voorzieningenrechter Maastricht met het doel de stakingen tegen te houden. Het bedrijf is van mening dat de voorgenomen stakingen in strijd zijn met artikel G van het Europees Sociaal Handvest (ESH), dat inhoudt dat de uitoefening van grondrechten beperkt kan worden indien dit (onder andere) in een democratische samenleving noodzakelijk is. De vakbonden stellen zich daarentegen op het standpunt dat staken een grondrecht is en dat het niet geoorloofd is om dit recht zelfs ook maar gedeeltelijk te beperken.

Oordeel rechter

De voorzieningenrechter Maastricht oordeelt over de vraag of de gevorderde beperking te rechtvaardigen is wegens maatschappelijke dringende noodzakelijkheid. Zoals in de introductie vermeld, heeft de voorzieningenrechter inderdaad geoordeeld dat de vakbonden in deze specifieke situatie van de voorgenomen stakingen moeten afzien. Dit oordeel is als volgt tot stand gekomen.

  • Allereerst stelt de voorzieningenrechter dat VDL Nedcar zich in een kwetsbare positie bevindt, nu het bedrijf enkel BMW als klant heeft en het aantrekken van een nieuwe klant veel tijd en forse investeringen met zich meebrengt. Ook uit de brief van BMW blijkt dat de situatie precair is, nu wordt gesteld dat aankomende stakingen een substantiële impact zullen hebben op de beslissing over de productieverdeling van BMW, die in de nabije toekomst zal worden genomen.
  • Verder oordeelt de rechter dat indien BMW besluit de samenwerking met VDL Nedcar niet voort te zetten, dit ingrijpende gevolgen zal hebben voor de werkgelegenheid in Limburg. Bij VDL Nedcar werken immers maar liefst 6.000 werknemers. Dat dit risico een concreet gevaar voor het maatschappelijk belang vormt, moet volgens de rechter zwaar worden meegewogen.
  • Tot slot acht de rechter de reden van de staking van belang. Hoewel op invloed van VDL Nedcar binnen de werkgeversorganisatie die onderhandelt over de nieuwe cao Metalektro niet nader wordt ingegaan, oordeelt de rechter wel dat hij in deze landelijke situatie minder terughoudend hoeft te zijn bij de inperking van het grondrecht staking dan wanneer het om een staking op kleinere schaal zou gaan. Denk bijvoorbeeld aan een staking rondom een ondernemings cao. VDL Nedcar heeft het sluiten van een nieuwe cao Metalektro immers niet direct in de hand.

Eerder schreven we over andere stakingszaken waarin de rechter ook voorwaarden heeft gesteld aan staking.

Conclusie

Concluderend: het stakingsrecht van werknemers is niet absoluut en kan worden beperkt. In gevallen waarin stakingsplannen voor een onevenredig precaire situatie bij de werkgever zorgen, kunnen deze worden verboden. Ongeacht de situatie is het altijd raadzaam dat werkgevers en vakbonden een open en constructieve dialoog voeren zodat aan beider belangen recht kan worden gedaan en stakingen zo veel mogelijk voorkomen kunnen worden.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met de advocaten van team Arbeidsrecht.

 

Februari 2019