Skip to main content

De Hoge Raad heeft in oktober 2015 geoordeeld dat het kindgebonden budget en de daarvan onderdeel uitmakende alleenstaande ouderkop niet in aanmerking moet worden genomen bij de bepaling van de behoefte van het kind, maar enkel bij de berekening van de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt, om aan de hand daarvan te bepalen welk aandeel ieder van de ouders heeft in de bijdrage voor de kosten van de kinderen. In verband met afwijkende  opvattingen daarover in rechtspraak en literatuur werd recent opnieuw een préjudiciële vraag gesteld aan de Hoge Raad, thans over de invloed van het kindgebonden budget op de vaststelling van partneralimentatie.  Zie mijn eerdere blog van februari 2017.

Het antwoord volgde op vrijdag 7 juli jongstleden.

De Hoge Raad stelt voorop dat het kindgebonden budget een inkomensafhankelijke regeling is in de zin van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (AWIR). Voor de vraag of er aanspraak bestaat op kindgebonden budget en voor welk bedrag wordt het toetsingsinkomen van de betrokkene en diens partner in aanmerking genomen. Bij dat toetsingsinkomen wordt ook rekening gehouden met eventueel ontvangen partneralimentatie (“verzamelinkomen”). Dat geldt ook voor andere inkomensafhankelijke regelingen, zoals de zorg- en huurtoeslagen. Van dergelijke toeslagen is in het verleden reeds uitgemaakt dat daarmee geen rekening wordt gehouden bij het bepalen van de behoefte aan partneralimentatie.

Nu het kindgebonden budget bedoeld is om gezinnen een bijdrage te verstrekken in de kosten van de tot het gezin behorende kinderen verdraagt zich daarmee niet dat (een deel van) dat kindgebonden buget door de alimentatie-gerechtigde zou moeten worden aangewend om in de eigen kosten te voorzien. Het kindgebonden budget is dus geen eigen ‘inkomen’ dat in mindering komt op de behoefte. Bovendien zou er een niet te doorbreken vicieuze cirkel ontstaan als de hoogte van het kindgebonden budget invloed zou hebben op de hoogte van partner-alimentatie nu deze op haar beurt ook weer van invloed is op het kindgebonden budget, enz.

Evenmin zal het kindgebonden budget, dat door de alimentatiegerechtigde wordt ontvangen, moeten worden meegenomen bij de zogenaamde “jus-vergelijking”.

Afgezien van de vraag of deze préjudiciële beslissing voor eenieder tot een bevredigende uitkomst leidt, in elk geval is er thans duidelijkheid over de invloed van het kindgebonden budget op de bepaling van zowel kinder- als partneralimentatie.

Vragen hierover? De familierechtspecialisten van Boels Zanders staan voor u klaar.

 

Juli 2017