Skip to main content

Op 24 maart 2016 heeft het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid) de uitspraak van de Commissie van Beroep van 27 januari 2016 gepubliceerd, waarin de Commissie van Beroep een uitspraak van de Geschillencommissie van 5 november 2014 in hoger beroep ter zijde heeft geschoven.

Het betrof in deze zaak een echtpaar dat een lening voor een bedrijfspand met een variabele rente bij de bank was aangegaan in combinatie met een renteswap in de vorm van een zogenaamde ‘zero cost knock in collar’. In hoger beroep wordt hun vordering tot vergoeding van de schade toegewezen.

De rente collar in de onderhavige zaak kenmerkte zich doordat een ‘cap’ (bovengrens) en een ‘floor’ (ondergrens) voor de (variabele) referentierente was ingebouwd met een ‘knock in’ (ruimte onder de floor waarbinnen de klant nog kan profiteren van een dalende referentierente) en een ‘penalty’ (boete) zodra de referentierente onder de knock in grens komt.

Deze kenmerken brengen mee dat indien de referentierente daalt, de klant slechts profiteert van de dalende rente zolang de floor niet is bereikt. Is de floor bereikt en daalt de rente onder de knock in, dan wordt de klant geconfronteerd met een boete bovenop de rente van de floor (de ondergrens). De floor met knock in biedt aldus geen volledige bescherming tegen een rentedaling. De cap biedt daarnaast geen bescherming tegen rentestijgingen die het gevolg zijn van eenzijdige wijzigingen door de bank van de rente-opslag van de geldlening, nu de cap van de renteswap los staat van de overeenkomst van geldlening.

De kenmerken van dit (in de woorden van de Commissie van Beroep) “complexe samenstel van producten” (de lening met een variabele rente in combinatie met de rente collar) kunnen voor de klant onder bepaalde marktomstandigheden financieel ernstige gevolgen hebben.

Volgens de Commissie van Beroep heeft de bank als bij uitstek professionele en deskundige partij de plicht tegenover een klant als consument, die niet als professioneel of deskundig kan worden aangemerkt, voorafgaand aan de koop van dit samenstel van producten volledig en op niet mis te verstane wijze te informeren over de bijzondere kenmerken en risico’s van de producten en hun samenstel. De Commissie van Beroep sluit daarmee aan bij vaste rechtspraak van de Hoge Raad over de bijzondere zorgplicht van een bank bij het aanbieden van complexe beleggingsproducten aan consumenten binnen een beleggingsadviesrelatie.

Vervolgens komt de Commissie van Beroep tot de conclusie dat de bank haar zorgplicht in het onderhavige geval heeft geschonden door niet adequaat te adviseren, informeren en waarschuwen omtrent de specifieke kenmerken en risico’s van (de combinatie van) de geldlening en de rente collar. Meer in het bijzonder over het feit dat de rente-opslag niet onder de werking van de rente collar viel en wat de mogelijke gevolgen daarvan kunnen zijn, zoals de situatie dat de rente-opslag wordt verhoogd terwijl de renteswap een negatieve marktwaarde heeft, waardoor de mogelijkheid om de geldlening tussentijds boetevrij te beëindigen wordt belemmerd.

De bank moet de hierdoor ontstane schade van bijna EUR 250.000,-, zijnde de betalingen door de klant die het gevolg zijn van deze renteswap, aan haar klant vergoeden.

Eerder had de Geschillencommissie in het voordeel van de bank geoordeeld. Zij had de vordering van de klant afgewezen, omdat zij het verhogen van de opslag in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid daarom niet onaanvaardbaar acht. In haar ogen had de bank tegenover de klant niet onrechtmatig gehandeld door de rente-opslag te wijzigen. De volledige uitspraak kunt u hier vinden. Heeft u een geschil met uw bank over een renteswapovereenkomst, of heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op.