Skip to main content

Ondernemers trouwen vaak onder huwelijkse voorwaarden om het vermogen van hun echtgenoot te beschermen tegen een onverhoopt privé-faillissement. Helaas komen zij regelmatig bedrogen uit.

Bewijsregels

Dit is het gevolg van bijzondere bewijsregels die in de Faillissementswet zijn opgenomen. Op grond van art. 61 FW mag de curator aannemen dat alle goederen van de failliet én zijn echtgenoot in de faillissementsboedel vallen, ook al zijn de echtgenoten onder huwelijkse voorwaarden getrouwd. De echtgenoot heeft slechts een recht op terugneming van zijn/haar privévermogen uit de faillissementsboedel, als wordt voldaan aan wettelijke bewijsregels.

Terugneemrecht

Een recent voorbeeld van toepassing van deze bewijsregels is een arrest van het Hof Arnhem – Leeuwarden van 19-07-2016. De man ging, na een zakelijk faillissement, ook privé failliet. De vrouw was eigenaar van de woning waar partijen woonden. Zij had de woning tijdens het huwelijk alleen in eigendom verworven. Voor uitoefening van het terugneemrecht moet de vrouw allereerst kunnen aantonen, dat zij eigenaar was van de woning. Dat was middels de notariële eigendomsakte een eenvoudige opgave.

Belegging?

Er ontstond echter een probleem, toen de vrouw moest aantonen dat de aankoop van de woning was gefinancierd met ‘belegging of wederbelegging van gelden welke voor meer dan 50% uit haar eigen middelen afkomstig zijn geweest’. Volgens de rechtbank moest deze belegging worden beoordeeld naar het moment van verkrijging van de woning, tegen welk oordeel in hoger beroep niet werd opgekomen.

De woning was verkregen met een hypothecaire financiering op naam van man en vrouw gezamenlijk, ieder voor 50%. Volgens het hof is daarmee niet voldaan aan de wettelijke eis dat de woning bij de verkrijging voor meer dan 50% ten laste was gekomen van het eigen vermogen van de vrouw. De omstandigheid dat ná de verkrijging wellicht aflossingen en rentebetalingen overwegend zijn voldaan met eigen middelen van de vrouw, kon daarin geen verandering meer brengen. Dat gold ook voor het betoog van de vrouw dat zij op een later moment de hypothecaire lening voor 100% uit eigen middelen had afgelost.

Echtelijke woning in de faillisementsboedel

Het gevolg was dat de woning in de faillissementsboedel viel. Volgens het hof was nog wel denkbaar dat de vrouw een vordering op de curator kreeg, omdat de woning die aan haar in eigendom toebehoorde, in het faillissement van de man werd verkocht. De vrouw had een dergelijke vordering echter niet ingesteld in de procedure. Maar zelfs als zij dat wel gedaan had, had de vrouw maar moeten afwachten of haar dit als gewone / concurrente faillissementsschuldeiser nog iets opleverde.

Kortom

Het enkele afsluiten van huwelijkse voorwaarden vormt onvoldoende bescherming voor het vermogen van de echtgenoot bij een privé-faillissement. Plannen vooraf, in het bijzonder ten aanzien van de wijze van verwerving van goederen, is dan ook het devies.