Skip to main content

Wanneer een onderneming in een staat van betalingsonmacht verkeert ontstaat er een verplichting om hier melding van te maken bij het bedrijfstakpensioenfonds. Wellicht niet het eerste waar een bestuurder in een dergelijke situatie aan denkt. Toch is zorgvuldigheid is hier van belang. Het verzuim van deze meldplicht kan namelijk leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid. In dit blog  worden twee recente uitspraken van de Hoge Raad besproken. Deze betreffen de vereiste inhoud van de melding en de verjaring van bestuurdersaansprakelijkheid na bedrijfsovername. Over de achtergrond van de meldplicht en de bestuurdersaansprakelijk in het algemeen kunt u hier meer lezen.

De vereiste melding

De meldplicht en bestuurdersaansprakelijkheid bij verschuldigdheid van pensioenpremies aan een bedrijfstakpensioenfonds zijn geregeld in artikel 23 Wbpf 2000. Kort gezegd volgt uit dit artikel en de rechtspraak daarover dat de rechtspersoon schriftelijk melding moet maken aan het bedrijfstakpensioenfonds. Dit dient te gebeuren binnen veertien kalenderdagen na het ontstaan van de betalingsonmacht daarvan.  Wanneer het bedrijfstakpensioenfonds vervolgens om nadere inlichtingen vraagt, zal de rechtspersoon desgevraagd stukken moeten overhandigen.

De gedachte hierachter is dat het bedrijfstakpensioenfonds zich een beeld kan vormen over de oorzaken van de betalingsonmacht. Op die manier kan het bedrijfstakpensioenfonds beoordelen hoe het zich voortaan zal opstellen tegenover de rechtspersoon. De bestuurder zal aansprakelijk zijn voor de achterstallige pensioenpremies, indien sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Wanneer de bestuurder helemaal niet, niet tijdig of op onjuiste wijze  aan de meldplicht voldoet, staat vast dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het is dan aan de bestuurder om aan te tonen dat hem niets te verwijten valt. Oftewel, hij is aansprakelijk tot hij het tegendeel aantoont.    

Wat moet in de melding staan?

In een uitspraak van december 2021 heeft de Hoge Raad nog eens onderstreept wat het doel van de melding is. Namelijk het bedrijfstakpensioenfonds in staat stellen om vroegtijdig op de hoogte te raken van de betalingsonmacht en de oorzaken daarvan. Zo kunnen de juiste maatregelen worden getroffen. De rechtspersoon moet dus mededelen niet te kunnen betalen onder vermelding van de omstandigheden die daartoe hebben geleid.

Is een betalingsvoorstel zo’n melding?

Zo luidde de concrete vraag in het besproken arrest. De rechtspersoon had namelijk via een brief van de advocaat laten weten dat het niet kon voldoen aan de betalingsverplichtingen. Ook deed het bedrijfstakpensioenfonds een voorstel met betrekking tot de te betalen en nog te betalen pensioenpremies. In die brief heeft de advocaat uitgelegd wat de oorzaak was van de betalingsachterstand. De Hoge Raad vond dat deze voorgestelde betalingsregeling te gelden had als een melding betalingsonmacht. Omstandigheden die van belang waren in bij deze overweging:

  • De oorzaak van de financiële toestand was bekend gemaakt;
  • Het bedrijfstakpensioenfonds heeft onderzoek gedaan naar de rechtspersoon en had regelmatig contact over de financiële toestand;
  • De hoogte van de schuld stond telkens niet vast en bleek hoger dan kon worden voorzien.

Het bedrijfstakpensioenfonds was hierdoor voldoende op de hoogte van de betalingsonmacht, aldus de Hoge Raad. Dat kwam door de brief van de rechtspersoon. Een voorstel tot het treffen van een betalingsregeling kan dus als een melding betalingsonmacht worden aangemerkt. Met name het feit dat er betalingsproblemen zijn en wat daar de oorzaak van is zullen dan duidelijk uit het voorstel moeten blijken.

Verjaring bestuurdersaansprakelijkheid na bedrijfsovername

In januari 2022 lag een vergelijkbare zaak voor bij de Hoge Raad. Een besloten vennootschap (de BV) was verplicht pensioenpremie af te dragen aan bedrijfstakpensioenfonds PFZW. In 2009 heeft de BV haar activa overgedragen aan een stichting (de Stichting), waarbij vrijwel alle medewerkers in dienst zijn getreden van de Stichting. Op grond van artikel 7:663 BW is de verplichting om de ten tijde van de overdracht achterstallige pensioenpremie te betalen, overgegaan op de Stichting. Dit als gevolg van de overdracht van haar onderneming. De BV was naast de Stichting nog gedurende een jaar na de overdracht hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen tot betaling van pensioenpremie die voordien zijn ontstaan. Daarna is de BV dus niet meer aansprakelijk voor de nakoming van de verplichting.

In deze zaak is vooral de vraag interessant of de hiervoor bedoelde vervaltermijn van artikel 7:663 BW ook van toepassing is als de bestuurder aansprakelijk wordt gesteld voor de niet betaalde premies.  Uit deze uitspraak volgt dat een bedrijfstakpensioenfonds bij achterstallige pensioenpremies zonder tijdige melding van betalingsonmacht na overgang van onderneming de voormalig bestuurder kan blijven aanspreken. De vervaltermijn van artikel 7:663 BW is ten aanzien van de bestuurdersaansprakelijkheid niet van toepassing. De reguliere verjaringstermijn zijn in dit geval van toepassing. Uit een eerder door de Hoge Raad gewezen uitspraak bleek ook al dat de verkrijgende onderneming voor achterstallig premies kan worden aangesproken. De Hoge Raad heeft dat nu nog eens bevestigd.

Aansprakelijkheid bestuurder

Het is dus belangrijk om bij een overname na te gaan of er nog achterstallige pensioenpremies zijn en te bepalen of de bestuurder van die onderneming daarvoor aansprakelijk kan worden gehouden. Dat kan het geval zijn als de bestuurder niet (tijdig) een melding betalingsonmacht heeft gedaan of sprake is geweest van onbehoorlijk bestuur.

Voor de verkrijger van een onderneming is het belangrijk dat het bedrijfstakpensioenfonds niet bij hem aanklopt maar bij de voormalig bestuurder. Bij de voorbereiding van een overname is het raadzaam om hier goed op te letten als sprake is van achterstallige pensioenpremies. De verkrijgende onderneming kan namelijk zelf veelal niet de voormalige bestuurder aanspreker, terwijl de vervreemder na de overgang maar een jaar lang aan te spreken valt.

Wilt u meer informatie?

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u andere vragen, neem dan contact op met ons team Pensioen.

 

Februari 2022