Vanaf het moment dat de curator door de rechtbank wordt aangewezen, is hij belast met het beheer en de vereffening van de boedel. Daarbij kan de curator geconfronteerd worden met milieuovertredingen die zijn begaan door failliet. De curator is vanaf datum faillissement verantwoordelijk voor de naleving van de geldende milieuvoorschriften. Dit geldt óók als de curator de failliete onderneming niet voortzet.

Wat betekent het als de milieuwetgeving niet nageleefd wordt? Dan zal de gemeente handhavend optreden. Dit kan door het opleggen van een last onder bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom. Wanneer de overtreder failliet gaat, zullen ook deze vorderingen in het faillissement ingediend moeten worden. Het is tot nu toe echter onduidelijk welke status en rangorde deze vorderingen in het faillissement hebben. Gaat het om een boedelschuld, een verifieerbare concurrente faillissementsschuld of een niet-verifieerbare faillissementsschuld? De Rechtbank Rotterdam vindt het tijd voor opheldering en stelt enkele prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

Casus

In de procedure bij Rechtbank Rotterdam gaat het – kort gezegd – om een taxicentrale die activiteiten ontplooide die onder andere bestonden uit het wassen van taxi’s in een wasstraat. De gemeente constateerde dat er sprake was van een overtreding van wet- en regelgeving, omdat dat de taxicentrale geen verplichte vloeistofdichte coating had aangebracht bij de wasstraat. De gemeente heeft er bij de taxicentrale op aangedrongen de coating aan te brengen, maar de taxicentrale heeft dit niet gedaan. De taxicentrale ging vervolgens failliet.

Na het faillissement wijst de gemeente de curator op de verplichting om binnen zes maanden een bodemonderzoek te verrichten als er een bodembedreigende activiteit is verricht. De curator laat desgewenst een bodemonderzoek verrichten. De conclusie uit het onderzoeksrapport is dat er aanleiding bestaat tot nader bodemonderzoek. Om die reden verzoekt de gemeente de curator om (1) nader onderzoek te laten doen en (2) een plan van aanpak te maken voor de verwijdering van de verontreiniging. De curator weigert dit.

De gemeente legt aan de curator vervolgens twee handhavingsbesluiten op: een last onder bestuursdwang ten aanzien van het vervolgonderzoek en een last onder dwangsom in verband met het herstel van de bodemkwaliteit. De curator voldoet hier niet aan waardoor de gemeente zich genoodzaakt ziet om de maatregelen (zelf) te nemen en de kosten daarvan in het faillissement in te dienen.

‘Milieuvorderingen’ in faillissement

Het is echter nog altijd niet duidelijk hoe deze vorderingen in faillissement moeten worden gekwalificeerd. Dit is belangrijk. Als de vordering als boedelschuld wordt aangemerkt, hoeft de schuldeiser deze namelijk niet ter verificatie in te dienen. De schuldeiser heeft een directe aanspraak op de boedel. Het bedrag kan dan in principe geheel uit de boedel worden betaald, mits de boedel toereikend is. Er is sprake van een boedelschuld (i) indien dat uit de wet voortvloeit, (ii) omdat zij door de curator is aangegaan of (iii) omdat zij het gevolg is van handelen van de curator in strijd met een op hem in zijn hoedanigheid rustende verbintenis of verplichting.

Als een vordering niet aan deze voorwaarden voldoet én de schuld is na datum faillissement ontstaan, is het automatisch een zogenaamde niet-verifieerbare vordering. Zo’n vordering ‘doet niet mee’ in het faillissement. Aan ‘gewone’ faillissementsschulden die zijn ontstaan vóór datum faillissement, kan pas worden toegekomen nadat alle boedelschulden zijn voldaan. Een boedelschuld levert dus de grootste kans op betaling op in een faillissement. Het is dus logisch dat de gemeente haar vordering als boedelschuld wil kwalificeren.  

Uitspraak Rechtbank Rotterdam

Om een einde aan de onduidelijkheid te maken, besluit de rechtbank prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen. De rechtbank vraagt natuurlijk eerst of de schulden in verband met niet-naleving van milieuvoorschriften als boedelschulden, verifieerbare concurrente faillissementsschulden of niet-verifieerbare schulden gekwalificeerd moeten worden. De rechtbank vraagt daarbij of het relevant is of de handelingen en gebeurtenissen waarmee de vordering verband houdt, voor of na het faillissement hebben plaatsgevonden. Indien er sprake is van een boedelschuld, dan wilt de rechtbank – kort gezegd – ook weten wat de gevolgen voor de kwalificatie zijn als (i) de curator als overtreder kan worden aangemerkt en (ii) het besluit van de vordering formele rechtskracht heeft.

Voorlopig is het wachten op een antwoord van de Hoge Raad waarin wordt beoordeeld of de schulden die voortvloeien uit de niet-naleving van milieuvoorschriften, boedelschulden zijn. Zodra de Hoge Raad heeft geantwoord, breng ik u weer op de hoogte. Hopelijk is er dan geen vuiltje meer aan de lucht!

Meer informatie

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Koen Vermeulen of één van de andere advocaten van team Insolventie & Herstructurering.

Februari 2021