Een faillissement kan op eigen verzoek worden uitgesproken. Bij deze ‘eigen aangifte’ moet de aanvrager wel een voldoende belang hebben bij het verzochte faillissement. Beschikt de aanvrager niet over enige bate, dan kan dat vereiste belang ontbreken en zal de rechtbank het faillissement – ondanks uw eigen verzoek – niet uitspreken.

In twee recente uitspraken van de Rechtbank Rotterdam kwam de rechtbank tot het oordeel dat de aangever geen belang had bij de aanvraag van zijn eigen faillissement. In ECLI:NL:RBROT:2020:746 wordt de eigen faillissementsaangifte van een natuurlijk persoon behandeld. In ECLI:NL:RBROT:2020:796 gaat het om een rechtspersoon. In beide gevallen gaat de rechtbank niet over tot faillietverklaring van de aangever.

Voldoende belang
Zowel personen als bedrijven kunnen failliet worden verklaard. Het faillissement kan worden uitgesproken naar aanleiding van een verzoek daartoe door een schuldeiser, maar ook op eigen verzoek van de schuldenaar (artikel 1 Fw). In beide gevallen is daarvoor in ieder geval vereist dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij is opgehouden te betalen.

Zoals blijkt uit de hierboven genoemde uitspraken van de Rechtbank Rotterdam, wordt het faillissement niet altijd uitgesproken als aan dit vereiste is voldaan. De rechter toetst namelijk ook of de aangever een voldoende belang heeft bij de eigen faillissementsaangifte. Hoewel dit vereiste niet met zoveel woorden uit de Faillissementswet blijkt, geldt wel het uitgangspunt dat niemand een rechtsvordering toekomt bij gebrek aan voldoende belang (vgl. artikel 3:303 BW).

Wanneer de schuldenaar geen baten heeft – zoals in beide uitspraken aan de orde was – ontbreekt een vermogen dat moet worden afgewikkeld. Kort gezegd: van een kale kip kun je niet plukken. In dat geval wordt het doel van een faillissement immers niet bereikt. Een faillissement is gericht op een efficiënte verdeling van het vermogen van de schuldenaar over diens gezamenlijke schuldeisers. Zonder enig te verdelen vermogen bestaat (mogelijk) geen belang.

Daar komt nog bij dat het salaris van de curator ook uit het vermogen van de schuldenaar moet worden voldaan. Bij gebrek aan enig actief, blijft het salaris van de curator onbetaald. Het belang van de curator om geen kosten te hoeven maken, terwijl duidelijk is dat deze kosten niet zullen worden voldaan, is voor de rechtbank een reden om het faillissement van de rechtspersoon niet uit te spreken. Volgens vaste rechtspraak kan de curator verzet (artikel 10 lid 1 Fw) instellen tegen het faillissementsvonnis in een poging te voorkomen dat hij of zij een (nagenoeg) lege boedel moet afwikkelen en de daarmee gepaard gaande kosten voor rekening van de curator komen.

Soms kan een faillissement en daarmee het aanstellen van een curator ook bij het ontbreken van enig vermogen zinvol zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval indien sprake is van belangen van derden, zoals werknemers. De rechter zal hierover tijdens de zitting ter behandeling van de eigen aangifte moeten beslissen.

Turboliquidatie (rechtspersoon)
In de uitspraak over de rechtspersoon speelt nog mee dat de wet uitdrukkelijk voorziet in een regeling voor het geval dat de rechtspersoon niet over baten beschikt. Indien de rechtspersoon geen baten heeft, kan door middel van een zogenaamde ‘turboliquidatie’ worden bereikt dat de rechtspersoon wordt opgeheven. Indien een rechtspersoon geen baten heeft op het moment van ontbinding, houdt de rechtspersoon op grond van artikel 2:19 lid 4 BW op te bestaan.

Deze vorm van liquidatie is echter niet zonder (aansprakelijkheids-)risico’s, zodat het inwinnen van advies is aan te raden. Zie over turboliquidatie ook onze eerdere blogs:

Meer informatie
Wilt u meer informatie over de hier besproken onderwerpen of heeft u andere vragen, neem dan contact op met Jeffrey van Nuland. U kunt uiteraard ook contact opnemen met een van de andere advocaten van ons team insolventie & herstructurering.

Februari 2020

 

Leave a Reply