Skip to main content

Nieuwe voorbeeldmodellen praktijkovereenkomsten MBO
Recent heeft de MBO Raad nieuwe voorbeeldmodellen voor praktijkovereenkomsten in het MBO gepresenteerd in zijn Servicedocument Praktijkovereenkomst. De modellen zijn geschreven voor gebruik vanaf het schooljaar 2016-2017.

Achtergrond van de nieuwe modellen is de wijziging die vanaf 1 augustus 2016 plaatsvindt in het middelbaar beroepsonderwijs. Vanaf die datum wordt een herziene kwalificatiestructuur ingevoerd. Studenten krijgen meer ruimte om keuzedelen in te voeren in hun opleiding in de vorm van onderwijs of beroepspraktijkvorming. Dat vraagt om een andere invulling van de praktijkovereenkomst die een MBO onderwijsinstelling (hierna: school) aangaat met studenten en leerbedrijven, en meer mogelijkheden om flexibel met de inhoud daarvan te kunnen omgaan.

De MBO Raad heeft in samenspraak met verschillende belanghebbenden in de branche en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) gezocht naar een manier om keuzedelen en wijzigingen in de opleiding door de keuzes van de student onderdeel te laten uitmaken van de praktijkovereenkomst.

Beroepspraktijkvormingsbladen
Die oplossing heeft de MBO Raad gevonden door scholen te adviseren om te werken met “beroepspraktijkvormingsbladen”. Volgens deze systematiek ondertekenen de school, de student en het leerbedrijf alleen de eerste pagina van de praktijkovereenkomst, waarna wijzigingen in de inhoud ervan kunnen worden doorgevoerd doordat de school nieuwe niet ondertekende bladen toevoegt. Hiermee zou voorkomen moeten worden dat scholen aan de student en het leerbedrijf steeds opnieuw om een handtekening moeten vragen.

Wilsovereenstemming?
Juridisch is het twijfelachtig of het mogelijk is op deze manier tot overeenstemming te komen over de inhoud van de praktijkovereenkomst. Het uitgangspunt is dat pas sprake is van overeenstemming, en de student en het leerbedrijf aan de afspraken zijn gebonden, wanneer zij blijk hebben gegeven van hun instemming daarmee. Wanneer een school zelfstandig wijzigingen in de praktijkovereenkomst aanbrengt door beroepspraktijkvormingsbladen te veranderen, blijkt niet sluitend van die instemming. Vooraf met wijzigingen instemmen, is in beginsel niet mogelijk omdat een student en/of het leerbedrijf dan nog niet op de hoogte is van de inhoud van de afspraken.

De MBO Raad en betrokken partijen hebben dat juridische gat geprobeerd te dichten door verplicht te stellen dat bij ondertekening van de praktijkovereenkomst gebruik wordt gemaakt van algemene voorwaarden waarin een regeling is opgenomen voor het op deze wijze doorvoeren van wijzigingen. Zo mag de school alleen wijzigingen aanbrengen op verzoek van de student. Juridisch voegt dit wel iets toe, maar de constructie is nog steeds niet volledig sluitend. Uiteindelijk is alleen maar relevant of de student en het leerbedrijf instemmen op het moment dat de wijziging plaatsvindt en dat een school die instemming kan aantonen als de student en/of het leerbedrijf dat ontkennen.

Advies
Indien een school ervoor kiest volgens de nieuwe modellen te werken, is het advies dan ook om zoveel als mogelijk te blijven vastleggen dat de wijziging akkoord is voor de student. Dat kan onder andere door het verzoek tot wijziging van de student te bewaren in het studentendossier. Ook de feitelijke uitvoering van een wijziging door de student is een aanwijzing dat daarover overeenstemming bestond. Ondanks de praktische bezwaren, blijft juridisch nog altijd het meest veilig om de student en het leerbedrijf wel bij iedere wijziging opnieuw tot ondertekening te laten overgaan. Alleen in dat geval is geen discussie mogelijk over welke schriftelijke afspraken leidend zijn voor zowel de school als de student.

Vragen?
Heeft u vragen over het hanteren van de nieuwe modellen? Neem dan contact op met ons team onderwijs. Zij zijn u graag van dienst.