Skip to main content

Inleiding

Veel ondernemers hebben tijdens (en na) de coronacrisis een beroep gedaan op de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten van de werkgever in de vorm van een subsidie. Zoals bij veel subsidies wordt bij deze subsidie met een voorschot- en vaststellingssystematiek gewerkt. Alleen op deze manier was het voor het UWV mogelijk om zo snel mogelijk grote aantallen werkgevers van steun te voorzien.

Op het moment dat het UWV de definitieve NOW-subsidie vaststelt, wordt per geval bekeken hoeveel omzetverlies een werkgever dadawerkelijk heeft geleden en wat de daadwerkelijke loonsom is geweest. Op basis daarvan wordt de (definitieve) hoogte van de subsidie vastgesteld. Een werkgever heeft dan recht op nabetaling óf moet (een deel van) het voorschot terugbetalen.

Als een ondernemer aanspraak maakt op een voorschot of nabetaling onder de NOW-subsidie, rijst de vraag of deze vordering (op de overheid) gebruikt kan worden als zekerheidsverschaffing aan derden. Zo is in een recente uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 30 maart 2022 de vraag beantwoord of er een pandrecht kan worden gevestigd op (de vordering die voortvloeit uit de) NOW-subsidie.

Casus

In deze zaak gaat het – kort samengevat – om twee restaurants die door de lockdown in verband met het coronavirus noodgedwongen moesten sluiten. Beide restaurants hebben aanspraak gemaakt op de NOW-regeling. Kort nadat de restaurants de voorschotten op de NOW-subsidies hadden ontvangen, zijn zij failliet verklaard.

Voor de faillissementen (en voor corona) heeft de Rabobank aan beide restaurants een krediet verleend van EUR 25.000,-. Voor deze financiering is zekerheid gesteld in de vorm van een stil pandrecht op huidige en toekomstige vorderingen. De Rabobank heeft de ontvangen subsidie vlak voor het faillissement verrekend in de rekening-courantverhoudingen. De Rabobank stelde zich op het standpunt dat zij een stil pandrecht had verkregen op de coronasubsidies en zij daarom mocht verrekenen.

Ter onderbouwing van de verrekeningsbevoegdheid wijst de bank op bestaande rechtspraak waaruit blijkt dat een bank die niet meer te goeder trouw is, haar vordering op de schuldenaar mag verrekenen met betalingen die de schuldenaar op de bankrekening ontvangt, als die betalingen plaatsvinden op een verpande vordering. De curator van de twee restaurants vond echter – met verwijzing naar andere rechtspraak – dat géén rechtsgeldig pandrecht op de coronasteun is gevestigd, omdat deze subsidie niet overdraagbaar zou zijn. De verrekening waar de bank zich op beriep, kwam volgens de curator dus niet (eens) aan de orde.

NOW-subsidie niet overdraagbaar (én niet verpandbaar)

De kantonrechter gaat mee in de opvatting van de curator. Ofwel: het vorderingsrecht dat zijn grondslag kent in de NOW-subsidie kan niet worden overgedragen. Volgens de rechtbank verzet de aard van het vorderingsrecht zich daartegen. De NOW-subsidie strekt er namelijk toe de werkgelegenheid te behouden. Het dient ervoor te zorgen dat de bij de onderneming in dienst zijnde werknemers hun baan behouden en dat zij loon betaald krijgen. Op deze manier behouden ondernemingen enerzijds hun werknemers met ervaring en kennis, anderzijds wordt werkloosheid voorkomen. De onderneming fungeert slechts als tussenschakel om ervoor te zorgen dat de subsidie bij de werknemer terecht komt.

De rechtbank concludeert dat het overdragen van het vorderingsrecht dat voortvloeit uit de NOW-subsidie door een onderneming zich niet verdraagt met de doelstelling van de NOW. Omdat een pandrecht slechts gevestigd kan worden op een goed dat overdraagbaar is, concludeert de rechter vervolgens dat de Rabobank geen stil pandrecht heeft verkregen op de NOW subsidie en (dus) dat verrekening in de rekening-courantverhoudingen niet mogelijk is.

Uit deze uitspraak kan worden geconcludeerd dat een NOW-subsidie niet overdraagbaar is en dat hier dus ook geen pandrecht op gevestigd kan worden.

En de TOGS-subsidie?

Overigens besteedt de kantonrechter in dezelfde uitspraak ook aandacht aan de overdraagbaarheid van een andere subsidie, namelijk de subsidie op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (de TOGS-subsidie). Volgens de kantonrechter kan deze subsidie wél worden overgedragen. De aard van dit vorderingsrecht verzet zich daartegen niet. De TOGS-subsidie betreft namelijk een tegemoetkoming in de schade geleden door ondernemingen in bepaalde sectoren door de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van corona.

Anders dan bij de NOW gaat hier dus om een subsidie die bestemd is voor de gedupeerde onderneming. Het is dan aan de gedupeerde onderneming om te bepalen hoe deze subsidie besteed moet worden. Daaronder valt ook dat de onderneming die subsidie mag overdragen en dus mag verpanden aan een bank.

 

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Koen Vermeulen of een van de andere advocaten van team Corporate Advisory.

 

Mei 2022