Skip to main content

Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet een gemeente rekening houden met particuliere initiatieven die betrekking hebben op ruimtelijke ontwikkelingen in het betreffende plangebied. Dergelijke initiatieven moeten voldoende concreet zijn en tijdig kenbaar zijn gemaakt. Daarnaast moet de ruimtelijke aanvaardbaarheid bij de vaststelling van het bestemmingsplan kunnen worden beoordeeld. De gemeenteraad dient vervolgens haar beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het initiatief ook deugdelijk te motiveren. Dit laatste blijkt uit een tussenuitspraak van de Afdeling van 1 november 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2948).

Achtergrond
Appellant is eigenaar van een bedrijf gelegen op een bedrijventerrein in de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Hij wenst twee van zijn drie kantoorblokken uit te breiden met een derde bouwlaag en heeft hiertoe een schetsplan ingediend bij de gemeente. Hierop is door een ambtenaar gereageerd en zijn partijen met elkaar in overleg getreden over de mogelijke ontwikkelingsrichting.

In het nieuwe ontwerpbestemmingsplan is voor het perceel van appellant de bouwhoogte dusdanig bepaald dat een derde bouwlaag niet meer gerealiseerd kan worden. Appellant dient daarom een zienswijze in en wijst op het schetsplan en eerdere overleggen met gemeente en provincie. Bij de vaststelling van het definitieve bestemmingsplan is desondanks wederom geen rekening gehouden met het initiatief van appellant. De raad stelt zich daarbij op het standpunt dat het initiatief van appellant niet kan worden aangemerkt als een concreet plan, maar als een ontwikkelplan waarover nog onvoldoende duidelijkheid bestaat. Daarnaast is het initiatief van appellant volgens de gemeenteraad niet ruimtelijk aanvaardbaar, onder meer omdat er stedenbouwkundige bezwaren tegen zouden bestaan.

Concreet en actueel initiatief
Uit eerdere jurisprudentie van de Afdeling volgt dat bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met particuliere initiatieven die toezien op ruimtelijke ontwikkelingen in een plangebied. De gemeenteraad is hiertoe verplicht als het betreffende initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en de ruimtelijke aanvaardbaarheid ten tijde van de vaststelling van het plan kan worden beoordeeld.

Dan is de eerste vraag of het initiatief van appellant als voldoende concreet kan worden aangemerkt. Dit hangt onder meer af van het ingediende verzoek van de initiatiefnemer, evenals de hierbij overlegde stukken in combinatie met de complexiteit van het totale plan. Voor een voldoende concreet initiatief is echter niet noodzakelijk dat er sprake is van afgeronde besluitvorming in de vorm van een verleende omgevingsvergunning. Wel kan de complexiteit van het plan met zich brengen dat van initiatiefnemer aanvullende gegevens mogen worden verlangd, zoals het overleggen van een of meerdere onderzoeksrapporten.

In dit geval ging het om een (eenvoudig) verzoek tot het verhogen van de aan het perceel toegekende maximale bouwhoogte. Initiatiefnemer heeft hiertoe een schetsplan overlegd, waarop de huidige bouwhoogte en de te realiseren bouwlaag zijn afgebeeld. Hiermee was het verzoek van de initiatiefnemer voldoende concreet voor de gemeenteraad, aldus de Afdeling.

Een tweede vereiste is dat het initiatief tijdig kenbaar is gemaakt aan de gemeenteraad. Wat precies onder het begrip ’tijdig’ moet worden verstaan, hangt vaak af van de omstandigheden van het geval. Duidelijk is wel dat een principeverzoek (ruim) voor de vaststelling van het definitieve bestemmingsplan moet worden ingediend, zodat het door de gemeenteraad bij de besluitvorming kan worden betrokken. Het voorgaande geldt naast het verzoek ook voor eventuele gegevens die noodzakelijk zijn om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het initiatief te kunnen beoordelen.

Volgens de Afdeling kan het principeverzoek van initiatiefnemer als voldoende concreet worden beschouwd. Het principeverzoek is voor de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan al aan de gemeenteraad kenbaar gemaakt. Daarnaast is het verzoek opnieuw onder de aandacht gebracht bij het indienen van de zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan, ruim een jaar voor de vaststelling van het definitieve bestemmingsplan.

Ten derde speelt de vraag of de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het initiatief bij de vaststelling van het bestemmingsplan kan worden beoordeeld. De Afdeling concludeert aan de hand van de overlegde gegevens dat dit hier zondermeer mogelijk is.

Deugdelijke motivering
Nu het plan van initiatiefnemer voldoende concreet en tijdig is en de ruimtelijke aanvaardbaarheid kan worden beoordeeld, resteert de vraag in hoeverre de gemeenteraad vrij is bij deze ruimtelijke beoordeling. De gemeenteraad heeft bij de inhoudelijke beoordeling aangevoerd dat een maximale bouwhoogte van het gehele gebouw van 12 meter stuit op stedenbouwkundige bezwaren. Wat zij hieronder precies verstaat laat de gemeenteraad echter in het midden. Daarnaast wenst de gemeenteraad vast te houden aan de bestaande geleding van het gebouw.

De Afdeling acht deze motivering van de gemeenteraad niet toereikend. De gemeenteraad heeft immers nagelaten nader te onderbouwen wat de gestelde stedenbouwkundige bezwaren precies inhouden. Evenmin is duidelijk geworden welk belang is gelegen in het behoud van de huidige geleding van het gebouw. De Afdeling wijst er daarbij op dat in de directe omgeving van het perceel van appellant verschillende gebouwen zijn gelegen met een aanzienlijk hogere bouwhoogte. Nu niet is gebleken dat het initiatief van appellant ruimtelijk onaanvaardbaar is, moet de gemeenteraad dit initiatief alsnog betrekken bij het vaststellen van het bestemmingsplan.

Aanbevelingen
Deze uitspraak maakt duidelijk dat een gemeenteraad bestaande particuliere initiatieven niet zonder meer buiten beschouwing kan laten bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Als een particulier initiatief voldoende concreet is en tijdig bekend is gemaakt, dan zal de gemeenteraad gemotiveerd moeten aangeven waarom het initiatief al dan niet bij het bestemmingsplan wordt meegenomen. Dit betekent evenwel niet dat de gemeenteraad altijd gehouden is een particulier initiatief positief te bestemmen. Anderzijds maakt deze uitspraak ook duidelijk dat niet elk particulier initiatief bij het vaststellen van een bestemmingsplan hoeft te worden betrokken. Een initiatiefnemer heeft er derhalve baat bij om in een zo vroeg mogelijk stadium een zo concreet mogelijk en nader onderbouwd verzoek te overleggen. Daarbij moet de initiatiefnemer er rekening mee houden dat aanvullende gegevens van hem kunnen worden verlangd. Zo kan een initiatiefnemer voorkomen dat de gemeenteraad ongemotiveerd voorbij gaat aan zijn verzoek bij het vaststellen van het bestemmingsplan.

Meer informatie
Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u vragen, neem dan contact op met Jeroen Niederer. U kunt uiteraard ook contact opnemen met één van de andere advocaten van ons team Bestuursrecht.

November 2017