Skip to main content

Het faillissement van een schuldenaar kan alleen worden uitgesproken als 1) de schuldenaar verkeert in de toestand te hebben opgehouden te betalen en 2) als vaststaat dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser onbetaald laat. We noemen het laatste vereiste het ‘pluraliteitsvereiste’.

Het pluraliteitsvereiste volgt niet uit de wet, maar vloeit voort uit het doel van een faillissement. Een faillissement heeft tot doel het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder zijn gezamenlijke schuldeisers. Voor maar één schuldeiser is de faillissementsprocedure niet bedoeld, aldus de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2017:488). De schuldeiser die het faillissement van zijn schuldenaar wil aanvragen, moet dus ten minste het bestaan van een andere vordering van een andere schuldeiser aannemelijk maken. Deze andere vordering noemen we vaak de ‘steunvordering’.

In dit blog ga ik in op de vraag welke vorderingen mogen doorgaan als steunvordering, hoe je steunvorderingen kunt zoeken en noem ik enkele voorbeelden uit de rechtspraak.

Verzoek tot faillietverklaring

Het is dus zaak voor de schuldeiser die het faillissement verzoekt om onder meer aan te tonen dat er een steunvordering van een andere schuldeiser bestaat. Welke vorderingen mogen doorgaan als steunvorderingen volgt niet uit de wet, maar uit de jurisprudentie. Uit de jurisprudentie blijkt onder meer dat:

  • een steunvordering niet opeisbaar hoeft te zijn, indien de vordering van de schuldeiser die het faillissement verzoekt wel opeisbaar is;
  • het niet per se nodig is dat de schuldeiser van de steunvordering aandringt of heeft aangedrongen op betaling van de steunvordering;
  • ook als de schuldeiser van de steunvordering niet het faillissement wenst, zijn vordering als steunvordering kan indienen.

Hieruit volgt dat een vordering al snel kan dienen als steunvoordering om het faillissement aan te vragen. De schuldeiser die het faillissement verzoekt moet natuurlijk wel bekend zijn met een steunvordering.

De schuldenaar wiens faillissement wordt verzocht, kan echter op zijn beurt betwisten dat deze steunvordering bestaat. Dat gebeurt meer dan eens. Een simpel voorbeeld waarin de schuldenaar de steunvordering betwist is deze recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2023:61).

In deze uitspraak wordt het faillissement verzocht van een café. De verhuurder van het pand waarin het café is gevestigd verzoekt het faillissement van het café omdat sprake is van achterstallige huur. Als steunvordering noemt de verhuurder de betalingsachterstand die het café heeft bij Heineken Nederland BV.

Vinden van een steunvordering

Tot zover duidelijk: de schuldeiser die het faillissement aanvraagt moet aantonen dat er naast zijn eigen vordering nóg een vordering bestaat van een andere schuldeiser. Maar, hoe vind je die? Voor de verhuurder van het pand in de hiervoor genoemde uitspraak was het niet moeilijk om te bedenken welke partijen misschien nog vorderingen hadden op het café. De meeste café uitbaters kopen bier in bij bierbrouwerijen. Een simpel telefoontje of e-mailtje naar de bierbrouwerij kan in deze zaak al voldoende zijn geweest.

Als de schuldeiser niet weet met welke partijen zijn schuldenaar handelt, kan hij bijvoorbeeld contact opnemen met deurwaarders, incassokantoren en de Belastingdienst en vragen of deze partijen bekend zijn met vorderingen op de schuldenaar. Onze advocaten helpen schuldeisers graag bij het zoeken naar steunvorderingen.

Jurisprudentie

In jurisprudentie vind je tal van voorbeelden van verschillende steunvorderingen en de zoektocht daarnaar. Mijn collega’s bogen zich eerder over verschillende uitspraken.

In een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam wees de schuldeiser voor zijn steunvordering naar de jaarrekening van de schuldenaar. Daarin was namelijk een langlopende schuld opgenomen. Mijn collega Koen Vermeulen schreef daarover eerder een artikel. En als aanvragers geen steunvordering kunnen vinden? Dan proberen ze die met creatieve oplossingen (soms zonder succes) te creëren. Hierover schreef mijn collega Lodewijk Hox al eerder een artikel. In een uitspraak van de Rechtbank Overijssel uit 2019 ging het om de vraag of vorderingen van groepsvennootschappen (intercompany-vorderingen) als steunvordering kunnen dienen. Ik verwijs naar het artikel dat mijn collega Merel Lentjes daarover schreef.

Conclusie

Voor het toewijzen van een faillissementsverzoek dient te zijn voldaan aan twee voorwaarden. Ten eerste moet de schuldenaar zijn opgehouden met betalen. Ten tweede moet sprake zijn van een steunvordering. Niet elke vordering mag hierbij doorgaan als steunvordering (en niet elke steunvordering laat zich gemakkelijk vinden!).

Meer informatie

Wilt u meer informatie over de toelaatbaarheid van een steunvordering of meer informatie over het aanvragen van het faillissement van een schuldenaar in algemene zin? Voor meer informatie over deze onderwerpen kunt u contact opnemen met Aniek van Rooij. U kunt uiteraard ook contact opnemen met een van de andere advocaten van ons team Insolventie & Herstructurering.