Op 24 december 2020 hebben het Verenigd Koninkrijk (VK) en de EU een handels- en samenwerkingsovereenkomst gesloten die de juridische verhoudingen tussen partijen regelt per 1 januari 2021. Deze overeenkomst is echter verre van volledig. Zo is er – op dit moment – nog niets afgesproken op het terrein van procederen in civiele zaken. Hieronder leest u wat de stand van zaken is op dit vlak.

Het belang van het Europese recht in civiele procedures

Het Europese recht regelt verschillende zaken op het gebied van (grensoverschrijdend) procederen. Zo zijn er onder andere Verordeningen over de bevoegdheid van rechtbanken, de keuze voor toepasselijk recht, het verkrijgen van bewijs, de betekening van juridische stukken, en de erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen.

Zolang de EU en het VK nog in onderhandeling waren over de handels- en samenwerkingsovereenkomst, gold een overgangsperiode (1 januari 2020 – 31 december 2020). In het akkoord dat deze overgangsperiode regelde, is bepaald dat het Europese recht ook van toepassing blijft na afloop van deze periode als het gaat om:

  • een civiele zaak die reeds aanhangig was gemaakt bij de Britse rechter, maar nog niet is afgehandeld;
  • een vonnis dat is afgegeven door een Britse rechter tijdens de overgangsperiode;
  • de keuze voor het van toepassing zijnde nationaal recht indien de contractuele of niet-contractuele verbintenis vóór het einde van de overgangsperiode heeft plaatsgevonden.

Vanaf 1 januari 2021

 Zoals gesteld heeft de handels- en samenwerkingsovereenkomst niets geregeld op het vlak van grensoverschrijdend procederen in civiele zaken. Het EU-recht is daardoor per 1 januari 2021 niet langer van toepassing. In dat geval zal bij civiele procedures in het VK het Britse nationale recht van toepassing zijn, evenals de door het VK gesloten verdragen op dit terrein.

Om te voorkomen dat door een ‘no deal’ een gat in de wetgeving ontstond, heeft het VK wetgeving aangenomen die ingaat op de toepassing van verschillende EU-Verordeningen. Het gaat daarbij in het bijzonder om de:

  • Civil Jurisdiction and Judgments (Amendment) (EU Exit) Regulations 2019;
  • Law Applicable to Contractual Obligations and Noncontractual Obligations (Amendment etc.) (EU Exit) Regulations 2019;
  • European Enforcement Order, European Order for Payment and European Small Claims Procedure (Amendment etc.) (EU Exit) Regulations 2018.

Deze regelingen vormen echter geen volledige vervanging van de Europese wetgeving over civiele procedures. Hoe met deze ‘gaten’ omgegaan zal worden, is momenteel niet geheel duidelijk. Zeer waarschijnlijk zal men nu, ook bij grensoverschrijdende civiele procedures, terugvallen op het nationale recht. Deze ontwikkeling kan complicaties opleveren, omdat dit de mogelijkheid biedt dat gerechtelijke procedures tegelijkertijd in het VK en in de EU worden gevoerd. Dit kan dan mogelijk weer leiden tot inconsistente of zelfs tegenstrijdige gerechtelijke uitspraken. Ook wordt de (wederzijdse) erkenning en uitvoering van gerechtelijke uitspraken verder bemoeilijkt.

Mogelijkheden voor afstemming in de toekomst

De hiervoor beschreven situatie is onwenselijk voor de lange termijn. Er zijn inmiddels een aantal opties overwogen die aan deze gang van zaken een eind kunnen maken.

In de eerste plaats heeft het VK een verzoek gedaan om partij te worden bij het Verrag van Lugano (EVEX-II). In dit parallelverdrag is geregeld dat Europese rechtsregels voor de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ook van toepassing zijn in Noorwegen, IJsland en Zwitserland, zij het met wat kleine (technische) aanpassingen. Het Verdrag van Lugano regelt een aantal belangrijke zaken voor grensoverschrijdend procederen, maar niet alle Europese Verordeningen op dit gebied zijn in het parallelverdrag opgenomen. Dit betekent voor u dat sommige aspecten inhoudelijk niet veranderen, terwijl op andere terreinen het Britse recht zal gaan gelden.[1] Of het VK op korte termijn zal toetreden tot dit verdrag is, ondanks het toetredingsverzoek, niet duidelijk. Toetreding is immers niet mogelijk zonder de instemming en medewerking van de EU en haar lidstaten, die ook partij zijn bij het verdrag. Het is mogelijk dat de EU de regeling voor civiele procedures buiten het verdrag om met het VK vorm wil gaan geven. Hier is nu nog geen concreet zicht op. 

Een andere optie is dat het VK en de EU afspreken dat het VK de Europese Verordeningen één op één omzet naar nationaal recht. In dat geval zult u inhoudelijk weinig verschil merken, omdat de toepasselijke regels onveranderd blijven. Enkel de wettelijke grondslag van deze regels verandert van Europees naar nationaal recht.

Tot slot

Tot slot kan het VK besluiten om toe te treden tot internationale verdragen, of om bilaterale verdragen met andere landen te sluiten. Zo is het VK bijvoorbeeld toegetreden tot de Haagse Conventie inzake bedingen van forumkeuze. Het VK was hier reeds partij bij op grond van zijn EU-lidmaatschap, maar per 1 januari 2021 is dit ‘afgeleide lidmaatschap’ komen te vervallen.

Heeft u nog vragen over het procederen in civiele zaken na de brexit, dan zijn wij u natuurlijk graag behulpzaam.

[1] Hierbij dient opgemerkt te worden dat ‘het’ Britse recht niet bestaat. Naast de wetgeving die geldt voor het gehele Verenigd Koninkrijk, hebben Engeland en Wales, Schotland en Noord-Ierland elk ook hun eigen regels en juridische procedures, in het bijzonder voor procederen in civiele zaken.