BIM: Eén taal voor en door bouwpartners

Een goede samenwerking tussen verschillende bouwpartners is essentieel om een deugdelijk werk af te leveren. Dit is niets nieuws. Op de dag van vandaag werken  de verschillende bouwpartners niet alleen fysiek op de bouwplaats, maar ook steeds meer ‘digitaal’ middels het 3D Bouw Informatie Model (hierna: “BIM”) met elkaar samen. “Digitalisering in de bouw gaat sneller dan men denkt. Wie niet aanhaakt, valt af. De techniek is nu al verder dan de sector zelf”, aldus Rob van Wingerden van BAM in een gesprek met de Cobouw.

In dit artikel zullen we ingaan op de mogelijkheden van BIM en vervolgens ook stilstaan bij de juridische ‘valkuilen’ op het gebied van het auteursrecht die het samenwerken via BIM met zich mee kunnen brengen. Daarbij zullen we ook praktische tips meegeven.

Wat is BIM?
BIM is een softwareapplicatie, die het mogelijk  maakt dat verschillende bouwpartners integraal kunnen samenwerken in een digitale omgeving. BIM verschaft de bouwpartners dezelfde informatie die zij nodig hebben voor de uitvoering van hun taken.

Alle betrokken afzonderlijke bouwpartners kunnen hun voortgang, tekeningen en berekeningen digitaal vastleggen, waardoor de gehele levenscyclus van een bouwwerk in beeld wordt gebracht en alle wijzigingen meteen voor iedere bouwpartner duidelijk zichtbaar zijn. Een complete digitale beschrijving van het bouwwerk is uiteindelijk het resultaat. Die beschrijving komt vervolgens tot uitdrukking in een digitaal 3D model op schaal. Hierdoor krijgen de bouwpartners en de opdrachtgever al in een eerder stadium een beter inzicht en reële verwachtingen van het eindresultaat door visualisatie. Vermoedelijk zal dit er op haar beurt ook weer toe leiden dat de faalkosten lager zullen zijn, omdat in een eerder stadium al mogelijke problemen zichtbaar zouden kunnen worden.

Juridische aspecten
Het gebruik van BIM is populair, terwijl de juridische aspecten enigszins onderbelicht blijven. Toch brengt deze efficiënte manier van samenwerken een aantal juridische ‘valkuilen’ met zich mee. Informatie wordt bij BIM één keer ingevoerd, waarna deze informatie zonder vertaalslagen of overschrijven door verschillende bouwpartners, voor verschillende doeleinden kan worden hergebruikt. Vooral op het gebied van het intellectuele eigendomsrecht roept dit veel vragen op. Denk bijvoorbeeld aan de volgende situatie: aan een BIM-project wordt door verschillende mensen gewerkt; wie kan vervolgens worden aangewezen als rechthebbende van dit model in de zin van de Auteurswet?

Auteursrecht
Om op bovenstaande vraag antwoord te geven moet eerst worden opgemerkt dat het auteursrecht op een werk ontstaat door de scheppende creatieve arbeid. Het auteursrecht ontstaat zodra sprake is van een eigen oorspronkelijk karakter van het werk en als het een resultaat is van een creatieve prestatie die in het werk tot uiting komt. Hierbij kan worden gedacht aan het recht van de architect op de tekening én op het gerealiseerde bouwwerk. Het auteursrecht is het recht van de maker om een werk openbaar te maken en te verveelvoudigen (ook wel het exploitatierecht genoemd). Anderen mogen zonder toestemming niet het werk openbaren en verveelvoudigen.

Indien partijen gebruikmaken van  BIM zijn er meerdere situaties mogelijk. In deze situaties zijn wij ervanuit gegaan dat steeds sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk.

Situatie 1: auteursrecht architect

Allereerst de situatie waarin een auteursrechtelijk beschermd conceptontwerp van een architect (hierna: “A”) wordt uitgevoerd door een bouwpartner (hierna: “B”), of er worden berekeningen uitgevoerd aan de hand van het auteursrechtelijke beschermde ontwerp van A. Indien A leiding geeft en toezicht houdt op B zou in dit geval op grond van artikel 6 van de Auteurswet het auteursrecht op het ontwerp en het bouwwerk kunnen komen aan A.

Situatie 2: zowel architect als bouwpartner hebben ‘eigen’ auteursrecht

Daarnaast is het mogelijk dat niet kan worden gesproken van leiding en toezicht door A, en dat zal in de meeste gevallen zo zijn. In dat geval geldt voor B dat hij toestemming nodig heeft van A voor het openbaar maken en verveelvoudigen van het ontwerp, indien de totaalindruk van het ontwerp hetzelfde is. Er is dan sprake van een bewerking van het auteursrechtelijk beschermde ontwerp van A.

In deze situatie is het ook mogelijk dat B zelf een oorspronkelijk en daarmee auteursrechtelijk beschermd werk tot stand brengt (het bouwwerk) aan de hand van het definitief ontwerp dat is gebaseerd op het voorlopige ontwerp van A. Op de bewerking zal dan auteursrecht rusten van zowel A als van B, ieder op de eigen toevoegingen aan het ontwerp.  Het auteursrecht van A is in die zin beperkt dat de scheppende arbeid van A nog wel uit het werk moet blijken. Indien dat niet het geval is, zal de conclusie vaak zijn dat B een eigen werk tot stand heeft gebracht en de rechten volledig bij B liggen. Zolang de scheppende arbeid van beiden uit het ontwerp blijken, spreken we van een combinatie van werken. Zowel A als B kunnen onafhankelijk van elkaar een beroep doen op hun ‘eigen’ auteursrecht.

Situatie 3: coördinatiemodel

Vervolgens is het denkbaar dat alle betrokken bouwpartners samen en op hetzelfde moment werken aan de totstandkoming van één gezamenlijk BIM-ontwerp. Deze situatie doet zich echter niet vaak voor aangezien in de praktijk vaak gebruik wordt gemaakt van aspectmodellen. Dit wil zeggen dat iedere bouwpartner zijn eigen model creëert waarna de aspectmodellen (bijvoorbeeld: constructiemodel en E en W aspectmodellen) door de BIM-manager wordt samengevoegd tot een coördinatiemodel.[1]

Ondanks dat deze situatie zich in de praktijk niet vaak zal voordoen blijft het interessant om de vraag te beantwoorden aan wie het auteursrecht toekomt. In dit geval zijn er twee mogelijkheden. Allereerst de mogelijkheid dat sprake is van combinatie van werken. Dit wil zeggen dat bijdragen wél van elkaar te scheiden zijn en er verschillende auteursrechthebbenden zijn aan te wijzen.[2] Bijvoorbeeld een kinderboek waar de tekst kan worden onderscheiden van de tekeningen die zijn gemaakt. In dit geval kan iedere auteur zijn exploitatierecht zelfstandig uitoefenen. Indien sprake is van een gemeenschappelijk werk, waar de bijdragen niet van elkaar te scheiden zijn, komt het exploitatierecht toe aan de auteurs gezamenlijk. Dit betekent dat voor exploitatie toestemming nodig is van alle auteurs. Indien vooraf niets is afgesproken over aspectmodellen dan zal veelal sprake zijn van combinatie van werken: de architect bedenkt de contouren, de aannemer bedenkt de technische realisatie zodat iedere auteur zijn eigen exploitatierecht kan uitoefenen.

Waar op te letten bij het maken van afspraken ter zake de IE rechten?
Zoals in het voorgaande is uiteengezet kunnen op basis van de Auteurswet, de auteursrechtelijke vraagstukken die BIM met zich meebrengt worden opgelost. Desalniettemin is het belangrijk om zaken goed af te spreken.

Zo heeft de auteursrechthebbende de mogelijkheid om het auteursrecht over te dragen. Dit moet in een schriftelijk stuk worden vastgelegd (het aktevereiste). Van belang is dat in de akte voldoende helder is omschreven welke auteursrechten precies worden overgedragen. Dit is zelfs mogelijk op een nog niet bestaand werk. Het moet dan wel met voldoende bepaaldheid zijn omschreven. Deze constructie lijkt echter niet gewenst aangezien de rechthebbende van het auteursrecht het recht volledig overdraagt en daarmee alle exploitatierechten verliest. Met andere woorden, de architect of de ontwerpende aannemer zal een afgeleid ontwerp niet elders kunnen toepassen.

Het afgeven van een licentie heeft waarschijnlijk de voorkeur. De persoon die het auteursrecht toekomt, kan dan toestemming geven om zijn werk/ontwerp op een bepaalde manier openbaar te maken of te verveelvoudigen. Het verschil tussen het verlenen van een licentie en het overdragen van auteursrechten is dat de licentiegever, in tegenstelling tot de overdrager, de rechthebbende blijft op het werk en kan op basis van diens verbodsrechten nog immer invloed uitoefenen op gebruik van het werk.

Voor zover de auteursrechthebbende niet bereid is om zijn auteursrecht over te dragen dan wel een licentie te verstrekken, is het van belang dat voor zover meerdere partijen aan hetzelfde ontwerp werken, partijen contractueel vastleggen wie voor welke onderdelen verantwoordelijk is.

BIM-protocol
De tussen partijen gemaakte afspraken en verwachtingen over en weer, worden zowel op technisch als juridisch vlak, steeds vaker vastgelegd in een zogenaamd “BIM protocol”. De Bouw Informatie Raad (hierna: “BIR”)  heeft ter vereenvoudiging van deze afspraken een BIM protocol Checklist opgesteld. Hierin staan werkafspraken, tips voor het organiseren en vastleggen van het proces en aanwijzingen op het juridische vlak. Deze checklist is te vinden op de site van BIR http://www.bouwinformatieraad.nl/bir-kenniskaarten/

Het is in ieder geval aan te bevelen om voorafgaand aan het ontwerpproces goede afspraken te maken en die ook vast te leggen om valkuilen en risico’s te beperken. Wij zijn u daarbij graag behulpzaam.

Heeft u nog vragen over toepassing van BIM in de praktijk of loopt u tegen BIM-gerelateerde vraagstukken aan? Neemt u dan contact op met Monica Leenders (specialist op het gebied van intellectueel eigendomsrecht en aansprakelijkheidsrecht) en/of Sandra Caelers (specialist bouwrecht).

 

 

[1] Online bron BIM4all http://www.bim4all.com/bimmanagement.html

[2] Choa-Duivis, ‘Juridische implicaties van het werken met BIM’.

712 
Ik help u graag verder

420 
Ik help u graag verder

Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering