Dynamische verwijzing naar beleidsregels in bestemmingsplan toegestaan

Op 8 maart 2017 oordeelde de Afdeling dat een dynamische verwijzing naar beleidsregels is toegestaan mits duidelijk is naar welke beleidsregels wordt verwezen. Alhoewel in deze zaak in de planregels niet wordt verwezen naar specifieke beleidsregels bestaat er volgens de Afdeling toch geen onduidelijkheid dat ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan hiermee de ‘Beleidsregels Parkeernormen 2012’ van de gemeente Groningen worden bedoeld.

Achtergrond
Het bestemmingsplan in kwestie wijzigt de regels voor parkeren van 86 bestemmingsplannen in de gemeente Groningen. Aanleiding hiervoor is de Reparatiewet Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2014 (Reparatiewet BZK 2014) die op 29 november 2014 in werking is getreden. Als gevolg van die wet zijn de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening vervallen en moet een regeling voor parkeren worden opgenomen in bestemmingsplannen. De gemeenteraad van Groningen heeft bij besluit van 8 juni 2016 het bestemmingsplan ‘Facetherziening parkeren’ vastgesteld.

Beroepsgronden
Dynamische verwijzing
Volgens appellante leidt het plan tot rechtsonzekerheid. Ten eerste vanwege de dynamische verwijzing in de planregels naar beleidsregels met betrekking tot het  parkeren. Middels deze verwijzing wordt bewerkstelligd dat een bouwplan hoe dan ook aan de beleidsregels voldoet, omdat deze voorafgaand aan de vergunningverlening gewijzigd kunnen worden.

Onder verwijzing naar eerdere jurisprudentie (9 september 2015) oordeelt de Afdeling dat met gebruikmaking van artikel 3.1.2, lid 2, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in het bestemmingsplan de regel kan worden opgenomen dat bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto’s. Voldoende betekent hier dat voldaan wordt aan de normen die in beleidsregels voor parkeren zijn opgenomen. Ook wordt overwogen dat als beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd er rekening wordt gehouden met die wijziging. Dat betekent dat een dynamische verwijzing naar beleidsregels in beginsel is toegestaan. Wel moet duidelijk zijn naar welke beleidsregels wordt verwezen. Daarover bestaat naar het oordeel van de Afdeling in dit geval geen onduidelijkheid; in de gemeente Groningen zijn geen andere beleidsregels met parkeren dan de ‘Beleidsregels Parkeernormen 2012’. Uit de planregels volgt duidelijk dat de beleidsregels die gelden op het moment dat de omvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend, daarop van toepassing zijn. Dat artikellid is dus niet in strijd met de rechtszekerheid vastgesteld.

Afwijkingsbevoegdheid
Het plan leidt volgens appellante in de tweede plaats tot rechtsonzekerheid omdat bepaalde begrippen dusdanig ruim zijn geformuleerd dat het college van burgemeester en wethouders (het college) altijd kan afwijken van de beleidsregels voor parkeren als het vindt dat een bepaald bouwplan doorgang moet vinden. De ruime en onduidelijke afwijkingsbevoegdheid zou aldus strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) opleveren.

Uit artikel 3.1.2, lid 2, aanhef en onder a, Bro vloeit voort dat de uitleg van planregels over de uitoefening van een afwijkingsbevoegdheid afhankelijk mag worden gesteld van beleidsregels. Het gaat hier blijkens de Nota van Toelichting bij deze bepaling om ‘wetsinterpreterende beleidsregels’ en de bevoegdheid tot het vaststellen hiervan vloeit reeds voort uit artikel 4:84 Awb. Deze bepaling verzet zich niet tegen het hanteren van beleidsregels omtrent de afweging van belangen. Blijkens de Nota van Toelichting is deze bepaling opgenomen in het Bro om ‘buiten twijfel te stellen dat net als in een ‘gewone’ verordening ook in een bestemmingsplan regels kunnen worden gesteld die een zekere interpretatieruimte laten’. Hieruit leidt de Afdeling af dat met artikel 3.1.2, lid 2, aanhef en onder a, Bro niet is bedoeld een beperking aan te brengen in de bevoegdheid tot het vaststellen van beleidsregels over de afweging van belangen, welke bevoegdheid is geregeld in de artikelen 4:81 en 1:3, lid 4, Awb.

De Afdeling stelt vervolgens vast dat in de planregels niet is bepaald in welke gevallen het voldoen aan het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. Dit biedt het college een zekere mate van flexibiliteit bij het beoordelen van aanvragen om een omgevingsvergunning. Maar die flexibiliteit is volgens de Afdeling niet zo ruim dat de planregel in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Verder is in de beleidsregels met betrekking tot parkeren, die ook van toepassing zijn op de afwijkingsbevoegdheid, uitleg gegeven over de mogelijkheden om af te wijken van het uitgangspunt van parkeren op eigen terrein. De raad heeft zich volgens de Afdeling terecht op het standpunt gesteld dat de betreffende planregel niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is vastgesteld. De gevallen waarin en de wijze waarop die bevoegdheid kan worden uitgeoefend zijn immers nader beschreven in de beleidsregels als bedoeld in artikel 3.1.2, lid 2, aanhef en onder a, Bro. En in het kader van een procedure over de omgevingsvergunning voor afwijking van het plan kunnen eventueel bezwaren naar voren worden gebracht over de toepassing van de beleidsregels.

Ook staat in de planregels voldoende duidelijk omschreven volgens de Afdeling dat als op andere wijze kan worden voorzien in de nodige parkeerruimte, van het uitgangspunt van parkeren op eigen terrein kan worden afgeweken. ‘Op andere wijze’ wil zeggen dat buiten het eigen terrein een parkeeroplossing beschikbaar is.

Verder is het stellen van een voorwaarde in de planregels dat geen ‘onevenredige aantasting’ mag plaatsvinden van in dit geval de parkeersituatie in de openbare ruimte en de woon- en leefsituatie niet ongebruikelijk bij een afwijkingsbevoegdheid. Ook dit begrip biedt het college enige mate van flexibiliteit bij de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid, maar die is niet zo ruim dat dit strijd met het rechtszekerheidsbeginsel oplevert. Verder zijn de omstandigheden waaronder die bevoegdheid kan worden uitgeoefend omschreven in beleidsregels als bedoeld in artikel 3.1.2, lid 2, aanhef en onder a, Bro. Ook hiervoor geldt weer dat eventuele bezwaren over de toepassing van die beleidsregels naar voren kunnen worden gebracht in een procedure over de omgevingsvergunning voor afwijking van het plan.

Omdat het betoog van appellante dat de afwijkingsbevoegdheid uit het plan strijd oplevert met het EVRM niet nader is onderbouwd, faalt dit betoog al daarom.

Het beroep is dan ook ongegrond.

Opmerkingen
In de Reparatiewet BZK 2014 zijn de bepalingen van de Woningwet geschrapt die de grondslag vormen voor het opnemen van stedenbouwkundige voorschriften in de Bouwverordening. Dit was al de bedoeling van de wetgever bij de invoering van de Wet ruimtelijke ordening op 1 juli 2008. Een van deze voorschriften is de verplichting van voldoende parkeergelegenheid. Parkeren dient dus sinds 29 november 2014 in het bestemmingplan geregeld te worden. Hiervoor kunnen beleidsregels worden vastgesteld (artikel 3.1.2, lid 2 , aanhef en onder a, Bro). Daarvan biedt deze uitspraak een voorbeeld. In die gevallen dat in een bestemmingsplan nog geen regels zijn opgenomen ten aanzien van het parkeren is in de Reparatiewet BZK 2014 voorzien in overgangsrecht door een nieuw artikel in de Woningwet op te nemen, te weten artikel 133 van de Woningwet. Op grond van dit artikel houdt de bouwverordening aanvullende werking tot 1 juli 2018, tenzij het bestemmingsplan expliciet bepaalt dat de bepalingen van de Bouwverordening niet van toepassing zijn. Er is dus een overgangstermijn. Na 1 juli 2018 verliezen de stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening echter hun (aanvullende) werking. Wees daar alert op!

Meer informatie
Heeft u nog vragen over dit onderwerp? Wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Janske Schrijnemaekers of een van de andere advocaten van team Bestuursrecht. Zij zijn u graag van dienst.

April 2017

6489 
Ik help u graag verder

Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering

Website feedback

Wij stellen uw mening erg op prijs. Om uw ervaring te verbeteren vragen wij ongeveer 1 minuut van uw tijd om onze website te beoordelen.

You have Successfully Subscribed!