Een beter milieu begint niet bij de curator (privé)!

De curator wordt door de rechtbank aangesteld in een faillissement. De curator kan op zijn aanstelling weinig tot geen invloed uitoefenen. De curator weet na zijn aanstelling ook niet in welke omstandigheden hij terecht zal komen, wat prioriteit heeft en waarom. De curator weet niet eens of er voldoende actief is om de kosten van het faillissement te dragen. Dit maakt het werk als curator ook zo uitdagend.

Ondanks deze onduidelijkheden is de curator, indien hij wordt aangesteld in het faillissement van een onderneming, vanaf moment één verantwoordelijk voor de onderneming in volle omvang. Hij zal de administratie moeten veiligstellen, maar bijvoorbeeld ook moeten bepalen of er wordt doorgewerkt of niet. De curator is ook vanaf dag één de verwerkingsverantwoordelijke van privacygevoelige informatie (zie hierover de blog van mijn collega). Daarnaast is de curator de direct verantwoordelijke voor de uit de milieuwetgeving voortvloeiende verplichtingen van de onderneming. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2007:BA4703 en ECLI:NL:RVS:2013:BZ1261).

Aansprakelijkheid curator
De curator is verantwoordelijk voor dergelijke verplichtingen ook al kent hij deze niet en kan hij deze niet kennen. Dat is het risico van het vak. Ter bescherming van de curator worden twee vormen van aansprakelijkheid onderscheiden. Het betreft de aansprakelijkheid in hoedanigheid (“qualitate qua” of “q.q.“) en zijn privé aansprakelijkheid (“pro se“).

Voor de q.q. aansprakelijkheid gelden de reguliere aansprakelijkheidsregels. Komt aansprakelijkheid vast te staan dan is de faillissementsboedel verantwoordelijk voor het vergoeden van de schade. Is de boedel leeg of zijn er hoger gerangschikte boedelschuldeisers, dan wordt de schade niet vergoed. Dit is het gevolg van de wettelijke rangorde van schulden.

Voor de pro se aansprakelijkheid geldt een hoge drempel, de zogenaamde Maclou-norm (ECLI:NL:HR:1996:ZC2047). De norm is nader verduidelijkt in HR Prakke/Gips (ECLI:NL:HR:2011:BU4204). Een curator is pro se aansprakelijk indien hij in strijd handelt met wat mag worden verwacht van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende curator, die zijn taak in de gegeven omstandigheden nauwgezet en met inzet verricht. Daarbij geldt voorts dat voor zover de curator bij de uitoefening van zijn taak niet is gebonden aan regels, hem in beginsel een ruime mate van vrijheid toekomt. Komt pro se aansprakelijkheid vast te staan dan dient de curator persoonlijk de schade te vergoeden.

De curator als vervuiler
Het vorenstaande brengt mij tot een recente uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2020:598). De curator in de zaak die heeft geleid tot deze uitspraak was aangesteld in het faillissement van een bedrijf dat oliehoudende (afval)stoffen verwerkt. Een uitdagende klus waarbij de curator dus vanaf moment één rekening heeft te houden met de geldende milieuwetgeving.

Op enig moment tijdens het faillissement heeft de omgevingsdienst twee olielekkages met bodemverontreiniging tot gevolg geconstateerd. De curator en de provincie zijn in overleg getreden over de mogelijkheid om de lekkages te beëindigen. Het college van gedeputeerde staten vindt vervolgens dat er onvoldoende is gedaan door de curator om de lekkages te beëindigen.

Het college heeft de curator in hoedanigheid én pro se vervolgens (onder bestuursdwang) gelast om de lekkages ongedaan te maken. Voorts wordt aangekondigd, indien niet (tijdig) wordt voldaan aan de last, dat de kosten van de bestuursdwang worden verhaald op de faillissementsboedel van de onderneming en de curator privé. Zou die last in stand blijven dan betaalt de curator deze dus uit eigen zak.

De Raad van State maakt hier echter korte metten mee. De Raad oordeelt dat de curator in hoedanigheid, dus als beheerder van de boedel, overtreder kan zijn van de in het besluit genoemde milieuregelgeving. Los van die hoedanigheid kan de curator niet als overtreder worden aangemerkt. De curator is dus niet privé de overtreder. De curator vertegenwoordigt in privé de boedel immers niet. De verwijzing van het college naar (onder meer) de Maclou-norm maakt dat niet anders.

Deze uitspraak van de Raad lijkt mij juist. Bestuursorganen dienen te begrijpen dat curatoren acteren als ordentelijke boedelberedderaars die rekening houden met veel en uiteenlopende belangen. Het milieu is één van de belangen waarmee rekening wordt gehouden. De curator is in een faillissement echter niet altijd bij machte om te voldoen aan een opgelegde last door een bestuursorgaan. Het zou dan onterecht zijn indien de curator dan direct persoonlijk aansprakelijk zou zijn. Dit is dus ook niet het geval zo blijkt uit deze uitspraak van de Raad.

Meer informatie
Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Lodewijk Hox of één van de andere advocaten van team Insolventie & Herstructurering.

Maart 2020

786 
Ik help u graag verder
Lodewijk Hox
Advocaat
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering

Website feedback

Wij stellen uw mening erg op prijs. Om uw ervaring te verbeteren vragen wij ongeveer 1 minuut van uw tijd om onze website te beoordelen.

You have Successfully Subscribed!