Faillissementsaanvraag valt onder de inningsbevoegdheid van de (openbaar) pandhouder

Een pandrecht kan (onder meer) worden gevestigd op vorderingen op naam. Als van het pandrecht mededeling aan de debiteur wordt gedaan, is sprake van een openbaar pandrecht. Blijft mededeling aan de debiteur achterwege, dan is sprake van een stil pandrecht.

Mededeling van het pandrecht aan de debiteur heeft tot gevolg dat de bevoegdheid om de vordering te innen overgaat op de pandhouder. Vanaf dat moment kan de debiteur uitsluitend bevrijdend betalen aan de pandhouder. Na de inning is de pandhouder bevoegd om uit de opbrengst van de inning de vordering tot zekerheid waarvan het pandrecht werd gevestigd, te voldoen.

De pandgever kan na mededeling nog slechts tot inning van de vordering overgaan, indien hij daartoe toestemming van de pandhouder of een machtiging van de kantonrechter heeft verkregen.

Verdeling schuldeisersbevoegdheden tussen pandhouder en pandgever
Zodra het pandrecht aan de debiteur is medegedeeld, is de pandhouder dus bevoegd in en buiten rechte nakoming van de vordering te eisen en betalingen in ontvangst te nemen. De pandhouder is in dat geval tevens bevoegd tot opzegging wanneer de vordering niet opeisbaar is, maar door opzegging opeisbaar kan worden gemaakt.

Andere schuldeisersbevoegdheden met betrekking tot de vordering blijven blijkens een eerdere uitspraak van de Hoge Raad bij de pandgever berusten. Daarbij kan worden gedacht aan handelingen als het verlenen van kwijtschelding, het treffen van een afbetalingsregeling en het omzetten van de vordering tot nakoming in een vordering tot schadevergoeding, alsmede de bevoegdheid tot ontbinding en beëindiging van de overeenkomst waaruit de vordering voortspruit (HR 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:415, NJ 2015/82 (IAE/Neo River).

Bedoelde (schuldeisers)bevoegdheden behoren blijkens de wetsgeschiedenis bij de pandgever te blijven, omdat deze zijn rechten en belangen diepgaand treffen. De pandgever kan immers groot (commercieel) belang erbij hebben om in de verhouding tot zijn debiteur of contractuele wederpartij bedoelde bevoegdheden te kunnen uitoefenen en daarvoor niet afhankelijk te zijn van de toestemming van de pandhouder of een machtiging van de kantonrechter.

Maar geldt dat ook voor de bevoegdheid tot het aanvragen van het faillissement van de (pand)debiteur? De Hoge Raad geeft duidelijkheid in zijn arrest van 9 december 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2833, NJ 2017/2).

De inningsbevoegdheid van de pandhouder omvat de bevoegdheid tot verhaal van de vordering op het vermogen van de debiteur. Daartoe staan de pandhouder de middelen ten dienste die vóór de mededeling van het pandrecht aan de pandgever als schuldeiser toekwamen, zoals die tot uitwinning van de aan de vordering verbonden zekerheidsrechten (HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3619, NJ 2016/34, ABN Amro/Marell).

Ook de bevoegdheid tot het aanvragen van het faillissement van de debiteur strekt volgens de Hoge Raad tot verhaal van de vordering op diens vermogen. Daarom moet de houder van een pandrecht op een vordering vanaf het moment dat dit pandrecht aan de debiteur is medegedeeld, worden aangemerkt als schuldeiser in de zin van artikel 1 lid 1 Faillissementswet en is de pandhouder bevoegd het faillissement van de debiteur aan te vragen.

En de pandgever dan? Zolang er géén mededeling is gedaan van het pandrecht, blijft de pandgever inningsbevoegd en is (slechts) hij bevoegd het faillissement van zijn debiteur aan te vragen. Na de mededeling van het pandrecht, kan de pandgever de bevoegdheid tot het aanvragen van het faillissement nog slechts uitoefenen, indien hij daartoe toestemming van de pandhouder of machtiging van de kantonrechter heeft verkregen.

Tot slot
Met de uitspraak van de Hoge Raad komt er meer duidelijkheid over de verdeling van de schuldeisersbevoegdheden tussen pandhouder en pandgever. Heeft u een pandrecht op een vordering en weigert de debiteur tot betaling over te gaan? In sommige gevallen kan een faillissementsaanvraag een effectief incassomiddel zijn. Wij zijn u graag behulpzaam bij de incasso van de aan u verpande vordering.

Ook aan de voorkant valt veel te winnen. Wij helpen u graag bij het opstellen van een pandakte met een specifieke verdeling van schuldeisersbevoegdheden tussen pandhouder en pandgever.

In onze nieuwsbrieven houden we u op de hoogte van alle relevante wetsontwikkelingen op het gebied van faillissementsrecht. Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u andere vragen? Neem dan contact op met Michiel Peeters. U kunt uiteraard ook contact opnemen met een van de andere advocaten van ons team Insolventie & Herstructurering.

Januari 2017

717 
Ik help u graag verder
Michiel Peeters
Advocaat
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering
  • “Ik bewaar uw spullen wel totdat u heeft...