Gastouder is ondernemer: Hof maakt einde aan discussie

Er is lang onduidelijkheid geweest over de vraag of een gastouder wordt gezien als ondernemer in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze vraag bevestigend beantwoord in zijn arrest van 13 maart 2018.  Daarmee is een slepende discussie tussen gastouders en de Belastingdienst beslecht.

Onzekerheid

In 2016 ontstond ophef toen hetzelfde Gerechtshof ten aanzien van een andere gastouder besliste dat geen sprake was van zelfstandig ondernemerschap. Deze gastouder moest als gevolg van dit arrest een flink bedrag aan belastingen (terug)betalen. Dit heeft geleid tot onzekerheid bij veel gastouders over hun fiscale situatie.

Feiten

De gastouder in het arrest van 13 maart 2018 (hierna: “de Gastouder”) verzorgde in 2012 voor acht vraagouders de opvang van tien kinderen. De opvang vond plaats bij de Gastouder thuis.De Gastouder had een overeenkomst gesloten met een gastouderbureau (hierna: “het Bureau”) op basis waarvan het Bureau voor haar bemiddelde ter zake van de opvang en verzorging van de kinderen van de vraagouders. Die bemiddeling omvatte het met elkaar in contact brengen van de bij het Bureau geregistreerde vraag- en gastouders, zodat deze met elkaar een overeenkomst konden sluiten voor de opvang en verzorging van kinderen.

Met de vraagouders werd door de Gastouder steeds een overeenkomst van opdracht gesloten. In die overeenkomsten werden verschillende afspraken vastgelegd en was bepaald dat bij blijvende meningsverschillen tussen de Gastouder en de vraagouders over de uitvoering van de opdracht, partijen de hulp van het Bureau zullen inroepen. Aan de vraagouders werden de door het Bureau vastgestelde tarieven in rekening gebracht. Het Bureau verzorgde verder de facturering van de door de Gastouder gewerkte uren en bezocht de Gastouder tweemaal per jaar om de veiligheid en gezondheidsrisico’s te inventariseren.

De omzet van de Gastouder bedroeg in 2012 EUR 14.669,- en het resultaat na aftrek van kosten bedroeg EUR 12.469,-. Voor datzelfde jaar is aan de Gastouder een aanslag inkomstenbelasting opgelegd berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van EUR 12.034.

Het geschil

De Gastouder stelt zich op het standpunt dat de door haar genoten inkomsten moeten worden beschouwd als winst uit onderneming. Voordeel hiervan is dat de Gasthouder gebruik kan maken van verschillende voordelige ondernemingsfaciliteiten zoals de ondernemersaftrek en de MKB-vrijstelling.

De inspecteur van de Belastingdienst (hierna: “de Inspecteur”) is echter van mening dat de door de Gastouder genoten inkomsten uit kinderopvang aangemerkt moeten worden als winst uit overige werkzaamheden. Hij verwijst daarbij naar de hierboven genoemde uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit 2016.

Onder onderneming wordt mede verstaan het zelfstandig uitoefenen van een beroep. Daarvan is volgens vaste jurisprudentie sprake als een belastingplichtige werkzaamheden voor eigen rekening verricht, daarbij ondernemersrisico loopt en voldoende zelfstandigheid bezit ten opzichte van zijn opdrachtgevers. Volgens de Inspecteur is bij de Gastouder geen sprake van zelfstandige uitoefening van het beroep gelet op de vele taken en bevoegdheden die door de wettelijke regelingen aan het Bureau worden toegekend. Bovendien betwist de Inspecteur dat de Gastouder voldoende ondernemersrisico loopt.

Oordeel Gerechtshof

In het arrest van 13 maart 2018 overweegt het Gerechtshof dat in deze casus:

  1. de vraagouders als opdrachtgevers van de Gastouder moeten worden aangemerkt;
  2. de Gastouder wel degelijk ondernemersrisico loopt nu zij onder andere voor het behoud van inkomsten afhankelijk is van het werven van nieuwe klanten en geen recht heeft op betaling indien zij door ziekte, vakantie of een andere oorzaak niet in staat is om te werken;
  3. de Gastouder haar werkzaamheden feitelijk naar eigen inzicht uitvoert en de vraagouders geen verdergaande instructiebevoegdheid hebben dan gebruikelijk bij een overeenkomst van opdracht;
  4. het Bureau slechts een signalerende en geen toezicht- en handhavende taak heeft en enkel bemiddelende en ondersteunende werkzaamheden verricht ten behoeve van de Gastouder;
  5. de wettelijke voorschriften met betrekking tot de kwaliteit, veiligheid en toezicht op de naleving daarvan niet af doen aan de zelfstandigheid van de Gastouder.

Op basis van de bovenstaande overwegingen komt het Gerechtshof uiteindelijk tot het oordeel dat de Gastouder in deze casus moet worden aangemerkt als ondernemer in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Duidelijkheid

Nu de Belastingdienst niet in cassatie is gegaan, heeft het Gerechtshof bij arrest van 13 maart 2018 de discussie beslecht in welke gevallen een gastouder als ondernemer moet worden aangemerkt. Hiermee lijkt een eind te zijn gekomen aan de onzekerheid die heerste onder gastouders. Met name geeft deze uitspraak duidelijkheid over de voor het ondernemerschap noodzakelijk geachte zelfstandigheid van gastouders ten opzichte van gastouderbureaus.

Meer weten?
Heeft u vragen over dit onderwerp of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met de advocaten van ons team Onderwijs.

19820 
Ik help u graag verder
Dirkje Mandigers
Advocaat
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering
  • “Ik bewaar uw spullen wel totdat u heeft...