Geldt de blokkeringsregeling ook als er een pandrecht is gevestigd op aandelen?

Executoriale verkoop van aandelen en de blokkeringsregeling
Een pandrecht kan worden gevestigd op een aandeel als zekerheid tot terugbetaling van een geldvordering. Indien de schuldenaar zijn verplichtingen niet nakomt, kan de pandhouder zich verhalen op het aandeel. In de wet is een specifieke regeling opgenomen over de wijze waarop het pandrecht moet worden geëxecuteerd. Hoofdregel is dat er een openbare verkoop plaatsvindt. De achtergrond daarvan is dat op die wijze de hoogst mogelijke opbrengst gerealiseerd wordt (dat is althans de gedachte van de wetgever geweest) waardoor de belangen van pandgever en pandhouder worden beschermd, maar bovendien wordt voorkomen dat pandhouder en koper onder één hoedje spelen. Als er goede redenen zijn om niet openbaar te verkopen, kan met toestemming van de rechter ook onderhands worden verkocht.

Een pandrecht op een aandeel in een besloten vennootschap is echter wel anders dan een pandrecht op bijvoorbeeld een auto. De auto kan immers eenvoudig worden verkocht op een openbare veiling of – zoals dat tegenwoordig in de meeste gevallen gebeurt – via een online veiling. Bij een aandeel in een besloten vennootschap dient rekening te worden gehouden met een mogelijke blokkeringsregeling.

Deze regeling moest voor invoering van de flexwet verplicht worden opgenomen in de statuten van een besloten vennootschap en kon vrijwillig worden opgenomen in de statuten van een NV. In grote lijnen houdt de regeling in dat een aandeelhouder zijn aandelen niet vrijelijk kan overdragen aan een ander. Eerst dient hij zijn aandelen aan te bieden aan de andere aandeelhouders. Bij de BV was het dus verplicht en een uitvloeisel van het besloten karakter van een besloten vennootschap. Hoewel na invoering van de flexwet het niet meer verplicht is een blokkeringsregeling op te nemen in de statuten, zijn er natuurlijk nog veel “oude” statuten. Daarnaast kiezen veel partijen er nog steeds voor om wel een blokkeringsregeling op te nemen. Deze regelingen kennen diverse vormen.

De wet bepaalt in artikel 2:198 lid 6 BW dat een statutaire regeling ten aanzien van de vervreemding en de overdracht van aandelen (zoals een blokkeringsregeling) ook geldt voor de pandhouder. Het is de executerende pandhouder die dezelfde rechten en verplichtingen heeft als de aandeelhouder zelf.

De vraag die de Hoge Raad recent moest beantwoorden is of de regel van 2:198 lid 6 niet voor gaat op de algemene regel dat een pandhouder openbaar moet verkopen of onderhands met toestemming van de rechter. In casu was de Rabobank pandhoudster van de aandelen in De Thuishaven BV. De pandgever kwam haar verplichtingen richting Rabobank niet na, reden waarom Rabobank gebruik wilde maken van haar pandrecht en de aandelen wilde verkopen. De andere aandeelhouder in De Thuishaven BV, Quispel, wilde de aandelen wel kopen, maar niet via de statutaire regeling waarbij haar de aandelen eerst aangeboden werden en zij de aandelen vervolgens kon kopen. Quispel wilde alleen vanuit een executoriale verkoop kopen. Waarom vraagt u zich wellicht af.

Quispel had goede redenen. Op de aandelen van pandgever was namelijk een tweede pandrecht gevestigd. Bij een gewone verkoop met in achtneming van de aanbiedingsplicht, was het pandrecht van de tweede pandhouder op de aandelen blijven rusten. Daar zit je als koper niet op te wachten natuurlijk. In geval van een executoriale verkoop vindt zuivering plaats. Dit houdt in dat de zekerheidsrechten die zijn gevestigd op de aandelen (van rechtswege) komen te vervallen. De zaak wordt als het ware gezuiverd van andere pandrechten. Dat is een belangrijk voordeel en om die reden is het vaak verstandig om in deze situaties via een executoriale verkoop te kopen.

Omdat er een koper was, de andere aandeelhouder, was er een goede reden om niet openbaar te verkopen. Rabobank vroeg daarom de rechter om toestemming voor de onderhandse verkoop. De tweede pandhouder maakte daar bezwaar tegen. Natuurlijk, want deze pandhouder wilde niet dat zijn pandrecht kwam te vervallen. In eerste aanleg had de tweede pandhouder de rechter nog in zijn hoek. De kantonrechter vond dat er geen toestemming nodig was omdat via de statutaire regeling de verkoop kon worden gerealiseerd. Het gerechtshof dacht er echter anders over en verleende wel de toestemming zij het op grond van het feit dat volgens het gerechtshof toestemming kan worden gevraagd als de blokkeringsregeling een lacune vertoont. Dan maar naar de Hoge Raad zal de tweede pandhouder hebben gedacht. Helaas kreeg de tweede pandhouder ook daar nul op zijn rekest.

De Hoge Raad bepaalt dat ook in geval van de executoriale verkoop van aandelen, met inachtneming van een eventuele blokkeringsregeling, de hoofdregel (openbare verkoop) geldt en het aandeel in beginsel dus openbaar moet worden verkocht. Als er redenen zijn om onderhands te verkopen (een reden kan ook zijn dat de blokkeringsregeling verhindert dat openbare verkoop mogelijk of zinvol is) kan toestemming worden gevraagd voor onderhandse verkoop. Voor de goede orde, het is dan nog steeds een executoriale verkoop en de zuivering vindt plaats.

Meer informatie
In onze nieuwsbrieven houden we u op de hoogte van alle relevante (wets)ontwikkelingen op het gebied van faillissementsrecht. Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u andere vragen? Neem dan contact op met Jeroen Tulfer. U kunt uiteraard ook contact opnemen met een van de andere advocaten van ons team Insolventie & Herstructurering.

740 
Ik help u graag verder
Jeroen Tulfer
Partner
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering