“Ik bewaar uw spullen wel totdat u heeft betaald!” – een retentor

Als uw schuldenaar vorderingen onbetaald laat, terwijl zaken van de schuldenaar zich bij u bevinden, dan mag u deze zaken veelal onder u houden totdat de schuldenaar uw vorderingen heeft voldaan. U kunt bovendien uw vordering met voorrang verhalen op deze zaak en heeft daarmee betere positie ten opzichte van andere schuldeisers. Oók in faillissement, zij het met enkele haken en ogen.

Het retentierecht
De illustratieve toelichting bij het retentierecht speelt zich vaak af bij een autogarage. U laat uw auto repareren, maar krijgt deze van de garage pas terug als u de rekening heeft betaald. Betaalt u de rekening niet, dan geeft de garage uw auto niet terug en kan de garage uiteindelijk (met een vonnis van de rechter) zelfs uw auto verkopen om haar vordering uit de verkoopopbrengst te voldoen.

Het retentierecht geeft een schuldeiser (‘retentor’) de bevoegdheid om zijn eigen verplichting tot teruggave van de zaak van zijn schuldenaar uit te stellen (‘opschorten’), totdat de schuldenaar de vordering heeft voldaan. Er moet dan wel sprake zijn van een zekere mate van samenhang tussen de vordering op de schuldenaar en de verplichting om de betreffende zaak terug te geven. Het retentierecht kan zowel worden uitgeoefend ten aanzien van roerende zaken (zoals uw auto en mobiele telefoon, maar ook uw huisdier) en onroerende zaken (zoals uw huis of bouwkavel). Eventuele kosten die verband houden met de uitoefening van het recht (denk bijvoorbeeld aan stallingskosten) mogen eveneens op de zaak worden verhaald.

Bevoorrechte positie
Het retentierecht biedt de schuldeiser verder een voorrangspositie ten aanzien van de andere schuldeisers. Een schuldenaar staat met zijn gehele vermogen in voor zijn schulden. Zodra dat vermogen ontoereikend is om alle schuldeisers te voldoen, wordt de rangorde van schuldeisers (wie krijgt als eerste betaald) relevant. Als uitgangspunt geldt dat iedere schuldeiser recht heeft op een evenredig deel van het vermogen, tenzij sprake is van een bevoorrechte positie.

De retentor kan zich in beginsel met voorrang ten opzichte van de andere schuldeisers verhalen op de zaak die hij onder zich heeft. Daarnaast kan de retentor zijn recht ook inroepen tegen derden die een recht hebben ten aanzien van de zaak, zoals een pandhouder, beslaglegger of vruchtgebruiker. Dat geldt onder omstandigheden zelfs als het recht van die derde eerder is ontstaan dan het retentierecht.

Retentierecht in faillissement
Een retentor behoudt dat recht ook als zijn schuldenaar failleert, maar als gevolg van dat faillissement gelden enkele bijzondere regels (artikel 60 Faillissementswet).

Zo heeft de retentor niet langer met zijn schuldenaar van doen, maar met diens curator. Hij zal zijn vordering op de schuldenaar ter verificatie bij de curator moeten indienen. Hij kan zich echter wel als dwangcrediteur opstellen door afgifte van de zaak te weigeren op grond van het retentierecht. Anders dan buiten faillissement, kan de curator de zaak van de schuldenaar – met toestemming van de rechter-commissaris – opeisen, waardoor de retentor verplicht is tot afgifte. Een andere mogelijkheid is dat de curator overgaat tot lossing: het retentierecht opheffen door de vordering van de retentor te voldoen. Die situatie doet zich veel minder vaak voor, maar ligt bijvoorbeeld voor de hand als de waarde van de zaak de vordering van de retentor aanzienlijk overstijgt.

Na afgifte aan de curator, zal de retentor een uitdeling aan de schuldeisers door curator moeten afwachten. Hij behoudt echter zijn voorrangspositie ten opzichte van de andere schuldeisers en heeft daarom meer kans dat zijn vordering (deels) wordt voldaan. Een groot nadeel is dat de retentor net als de andere schuldeisers moet meedelen in de kosten van het faillissement. Daardoor blijft er vaak weinig tot geen geld over om de vordering van de retentor te voldoen. De retentor heeft dan het nakijken.

Hij zal er dan ook de voorkeur aan geven om zelf tot verkoop van de zaak over te gaan, zodat zijn vordering uit de opbrengst kan worden voldaan. Die mogelijkheid bestaat in faillissement, maar vereist wel dat de schuldeiser eerst aan de curator een redelijke termijn stelt om de zaak op te eisen of te lossen. Maakt de curator binnen deze termijn geen gebruik van zijn bevoegdheden, dan mag de retentor de zaak zelf verkopen. Anders dan buiten het faillissement, hoeft hij daarvoor geen vonnis te hebben van een rechter. De schuldeiser mag zich op de opbrengst van de verkoop verhalen. Een eventueel restant van de opbrengst moet aan de curator worden afgedragen; komt hij geld tekort, dan kan hij voor dat deel als concurrente schuldeiser in het faillissement opkomen.

Heeft u als schuldeiser of schuldenaar in of buiten faillissement te maken met een retentierecht of wilt u meer weten over dit onderwerp, neem dan contact op met Jeffrey van Nuland. U kunt uiteraard ook contact opnemen met een van de andere advocaten van ons team insolventie & herstructurering.

Augustus 2019

16715 
Ik help u graag verder
Jeffrey van Nuland
Advocaat
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering