Intrekken vakantiedagen bij zwangerschapsverlof in schoolvakantie leidt tot verboden onderscheid op grond van geslacht

In de cao Voortgezet onderwijs is bepaald dat het zwangerschaps- en bevallingsverlof vervalt als het samenvalt met een andere vakantie dan de zomervakantie. Recent zijn meerdere rechtszaken gevoerd over de vraag of dit niet in strijd is met het verbod op discriminatie naar geslacht. De Hoge Raad heeft op 6 november 2020 voor duidelijkheid gezorgd.

Feiten

Het gaat in deze kwestie om een werkneemster die sinds 2015 fulltime in dienst is als docent bij het Rijnlands Lyceum. Op haar arbeidsovereenkomst is de cao Voortgezet onderwijs (“CAO VO”) van toepassing. Van 1 mei 2018 tot en met 8 oktober 2018 geniet de werkneemster van zwangerschaps- en bevallingsverlof. Deze periode overlapte deels (negen dagen) met de meivakantie. Werkneemster heeft haar werkgever verzocht haar in de gelegenheid te stellen de negen vakantiedagen van de meivakantie alsnog te mogen opnemen. Het Rijnlands Lyceum heeft geweigerd deze vakantiedagen te compenseren. Hierbij deed de school een beroep op bepalingen uit de CAO VO. Hieraan staat:

“De vrouwelijke werknemer behoudt ten minste aanspraak op het vakantieverlof dat samenvalt met de zomervakantie en het tijdvak van het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Dit vakantieverlof wordt aansluitend op het zwangerschaps- en bevallingsverlof, dan wel de zomervakantie genoten, tenzij werkgever en werknemer anders overeenkomen. (…) Samenloop van andere schoolvakanties en de vijf extra dagen vakantieverlof zoals bedoeld in lid 1 onder a met zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt niet gecompenseerd.”

Oftewel: met uitzondering van de zomervakantie vervallen andere schoolvakanties die samenvallen met zwangerschaps- en bevallingsverlof.

Prejudiciële vragen aan Hoge Raad

De werkneemster is het hier niet mee eens en vordert toekenning van negen dagen vakantieverlof bij de kantonrechter. Zij stelt vast dat zij zonder compensatie als direct gevolg van haar zwangerschap minder vakantieaanspraken heeft dan haar collega’s. De werkgever wijst op het bepaalde in de CAO VO en constateert dat geen recht bestaat op compensatie zolang de betrokken werkneemster de wettelijke minimum vakantieaanspraken van 20 werkdagen per jaar heeft kunnen genieten, hetgeen bij werkneemster het geval is geweest.

De kantonrechter Den Haag constateert dat de Kantonrechter Utrecht recent uitspraak heeft gedaan over dezelfde problematiek. Naar aanleiding van deze beschikking is al hoger beroep ingesteld. De docent en het Rijnlands Lyceum hebben allebei al aangekondigd ook in deze zaak tegen een voor hen negatief vonnis in hoger beroep te gaan. De kantonrechter Den Haag is van oordeel dat hier sprake is van een zaakoverstijgend belang om snelle en definitieve duidelijkheid te krijgen over deze discussie en ziet – mede op verzoek van partijen – aanleiding om prejudiciële vragen voor te leggen aan de Hoge Raad. Zo kunnen verdere procedures worden voorkomen.

Beantwoording door Hoge Raad

Het arrest van de Hoge Raad volgt op 6 november 2020. De Hoge Raad constateert dat vrouwelijke werknemers die met zwangerschaps- en bevallingsverlof zijn vakantiedagen verliezen die (tijdens het verlof) vallen in andere schoolvakanties dan de zomervakantie. Aangezien dit niet speelt bij mannelijke werknemers, heeft de CAO VO dus tot gevolg dat vrouwen minder gunstig worden behandeld ter zake van hun arbeidsvoorwaarden dan mannen.

Onder verwijzing naar het Gómez-arrest van het Europese Hof van Justitie komt de Hoge Raad tot de conclusie dat hier sprake is van strijd met de Algemene wet gelijke behandeling, waarin bepaald is dat werkgevers geen onderscheid mogen maken ten aanzien van arbeidsvoorwaarden. Door de bepaling dat vakantieverlof buiten de zomervakantie niet wordt gecompenseerd in geval van samenloop met het zwangerschaps- en bevallingsverlof, maakt de CAO VO een direct onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers. Dit is niet toegestaan. Ook is geen sprake van een situatie waarin direct onderscheid wordt gerechtvaardigd door ‘bescherming van de vrouw’ als bedoeld in artikel 7:646 lid 3 BW. Integendeel, zwangere werkneemsters zijn minder goed af door de bepaling in de CAO VO.

Conclusie

Uit de CAO VO uit 2020 volgt dat de vrouwelijke werknemer bij samenloop van zwangerschaps- en bevallingsverlof met de zomervakantie wél wordt gecompenseerd, maar bij samenloop met andere schoolvakanties niet. Deze bepaling zorgt ervoor dat vrouwen minder gunstig dan mannen worden behandeld ter zake hun arbeidsvoorwaarden en is hiermee discriminatoir. Instellingen voor voortgezet onderwijs doen er dan ook goed aan het beleid op dit punt met directe ingang en eventueel met terugwerkende kracht te wijzigen.

Meer informatie

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met de arbeidsrechtadvocaten van ons team Onderwijs.

November 2020

21306 
Ik help u graag verder
Stijn Blom
Advocaat
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering

Website feedback

Wij stellen uw mening erg op prijs. Om uw ervaring te verbeteren vragen wij ongeveer 1 minuut van uw tijd om onze website te beoordelen.

You have Successfully Subscribed!