Meerwerk, meerwerkclausules & de waarschuwingsplicht

Bij het realiseren van een bouwproject worden vaak tussen opdrachtgever en aannemer achteraf meer- en minderwerkdiscussies gevoerd.

Meerwerkclausules
Om te voorkomen dat de opdrachtgever zich achteraf geconfronteerd ziet met een meerwerkclaim van de aannemer, zijn in veel overeenkomsten de zogeheten meerwerkclausules opgenomen. In deze meerwerkclausules is bepaald dat meerwerken alleen voor vergoeding in aanmerking komen als sprake is van een schriftelijke opdracht van opdrachtgever en voor de uitvoering van de opdracht prijsovereenstemming is bereikt.

Hoe worden deze meerwerkclausules door arbiters en overheidsrechters nu uitgelegd?  Op deze vraag is geen eenduidig antwoord te geven. De rechtspraak is op dit punt diffuus. Vaak spelen de omstandigheden van het geval een doorslaggevende rol bij de vraag of de opdrachtgever een geslaagd beroep kan doen op de betreffende meerwerkclausule. Een aantal (niet-limitatieve) omstandigheden die hierbij een rol kunnen spelen zijn:

Waarschuwingsplicht
Indien een dergelijke meerwerkclausule niet is overeengekomen, dient te worden teruggevallen op hetgeen is bepaald in artikel 7:755 BW. Op grond van dit artikel kan de aannemer een verhoging van de prijs vorderen wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging dan wel de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen. In het door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gewezen arrest van 24 september 2013 hanteerde het Hof nog als maatstaf dat het meerwerk slechts voor vergoeding in aanmerking komt indien en voor zover de opdrachtgever een reëel inzicht heeft gekregen in de concreet te verwachten meerkosten, zelfs als de opdrachtgever begrepen heeft dat het meerwerk tot een prijsverhoging zou leiden. gerechtshof Leeuwarden-Arnhem paste deze maatstaf echter niet toe in het door haar gewezen arrest van 16 februari 2016

In dit arrest had de opdrachtgever, een consument-zelfbouwer, ook erkend dat er in zijn opdracht meerwerkzaamheden waren verricht. Volgens het Hof had de consument-zelfbouwer, uit zichzelf moeten begrijpen dat het meerwerk tot een prijsverhoging zou leiden. Over het inzichtelijk maken door de aannemer van de reële omvang van de prijsverhoging wordt met geen woord gerept.

Opvallend is daarnaast dat het Hof in het onderhavige arrest de deskundigheid van de consument-zelfbouwer wel laat meespelen bij de beoordeling of de consument–zelfbouwer uit zichzelf mocht begrijpen dat het meerwerk tot een prijsverhoging zou leiden. In haar arrest in 2013 waar het ging om een deskundige(ere) opdrachtgever dan de consument-zelfbouwer, te weten een aannemingsbedrijf op het gebied van grond-,weg, waterbouwkundige- en cultuurtechnische werken, heeft het Hof deze deskundigheid (ten onrechte) niet laten meewegen.

Conclusie
Op basis van bovenstaande is in elk geval duidelijk dat de aannemer ter minimalisatie van de meer- en minderwerkdiscussies met haar opdrachtgever er verstandig aan doet om de opdrachtgever, voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden, zo snel mogelijk schriftelijk op de hoogte te stellen van de gevolgen in geld en tijd van het meerwerk. Indien de aannemer nog niet concreet weet wat deze kosten zullen zijn, doet hij er in elk geval verstandig aan om een raming aan de opdrachtgever af te geven.

Meer informatie
Heeft u vragen over dit onderwerp? Wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Sandra Caelers of een van de andere advocaten van team Vastgoedrecht. Zij zijn u graag van dienst.

Maart 2017

 

712 
Ik help u graag verder

767 
Ik help u graag verder
Louis Einig
Partner
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering