Mijnschade, de zwaluw en de zomer

Het komt niet zo vaak voor dat de landelijke pers aandacht besteedt aan een uitspraak van de Limburgse bestuursrechter. Maar, de uitspraak van 2 november 2018  over mijnschade haalde de landelijke pers.

De sluiting van de mijnen ligt ver achter ons. De mijnen gingen ongeveer 50 jaar geleden dicht. Er groeit inmiddels een generatie op die niets meer met het mijnverleden heeft. Daar waar in Groningen actuele gaswinning in veel gevallen tot directe schade lijdt, ontstaat mijnschade in Limburg pas na tientallen jaren. Daardoor wordt toch weer een nieuwe generatie geconfronteerd met het mijnverleden maar dan op een heel nadelige manier.

Het verhaal van mijnschade is complex. Kan schade nog geclaimd worden tientallen jaren na sluiting van de mijnen?

De verjaringstermijn is volgens het Burgerlijk Wetboek 30 jaar, 30 jaar na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt. 30 jaar terug is 1988. De mijnen gingen dicht in de periode tussen 1969 en 1974. Te laat dus?

In de Tweede Kamer wordt gepleit voor het afschaffen van de verjaringstermijn voor mijnschade.

De suggestie wordt nu gewekt dat de Limburgse bestuursrechter ook die mening is toegedaan. Dat is onjuist. De rechtbank houdt in de recente uitspraak onverkort vast aan de wettelijk vastgelegde verjaringstermijn van 30 jaar. De rechtbank bepaalt echter dat het begin van de verjaring niet ligt bij het einde van de mijnbouwexploitatie, zoals de Minister van Economische Zaken betoogde.

Volgens de Minister is de schade aan huizen enkel en alleen het gevolg van de meer dan 30 jaar geleden beëindigde mijnbouwactiviteiten in de zin van het onttrekken van delfstoffen aan de ondergrond.

Dat nu is volgens de rechter te kort door de bocht. Om een mijngang te kunnen aanleggen, vindt een verticale boring plaats. Die wordt na het sluiten van de mijnen afgesloten. Die afsluiting disfunctioneerde in dit geval. En juist door dat disfunctioneren van die afsluiting ging de bodem bewegen en ontstond de schade die in die procedure geclaimd werd.

Volgens de rechter is daarom de aanvang van de verjaringstermijn niet het staken van de exploitatie van de mijn maar het latere disfunctioneren van de afsluiting van de mijngang.

Onduidelijk is wanneer de afsluiting van de verticale mijngang is gaan disfunctioneren. Het risico dat dat niet exact kan worden bepaald, blijft volgens de rechter voor rekening van de Minister van Economische Zaken, die zich daardoor dus niet op verjaring kan beroepen.

Onder andere het Limburgse kamerlid Wassenberg (Partij voor de Dieren) roept de Minister op om niet bij de Raad van State in beroep te gaan tegen de rechtbankuitspraak. Dat verzoek acht ik onverstandig. Zonder de rechtbank tekort te doen, in vakkringen geldt: het is maar een rechtbankuitspraak. Wil een uitspraak richtinggevend zijn voor de afwikkeling van schadeclaims in de toekomst, dan is een oordeel van de hoogste rechter meer dan gewenst. Naar ik verwacht, zal dat alleen al voldoende reden voor de Minister zijn om hoger beroep aan te tekenen.

Voorlopig is de uitspraak veelbelovend voor diegenen die schade lijden.

Maar: één zwaluw maakt nog geen zomer.

Wordt hopelijk vervolgd dus.

Meer informatie

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u vragen, neem dan contact op met Herm Lamers. U kunt uiteraard ook contact opnemen met één van de andere advocaten van ons team Bestuursrecht.

703 
Ik help u graag verder

Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering

Website feedback

Wij stellen uw mening erg op prijs. Om uw ervaring te verbeteren vragen wij ongeveer 1 minuut van uw tijd om onze website te beoordelen.

You have Successfully Subscribed!