NVWA deel II: de strafrechtelijke bevoegdheden van de NVWA

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: “NVWA”) is belast met toezicht en handhaving van wet- en regelgeving op het gebied van voedselveiligheid, dierengezondheid en dierenwelzijn bij diverse agrarische bedrijven. Hierbij vervult zij een dubbelfunctie: enerzijds voert de NVWA reguliere controles uit, anderzijds is zij belast met de opsporing van mogelijke strafbare feiten. De NVWA beschikt daarbij over een breed scala aan controle- en opsporingsbevoegdheden, evenals over diverse sanctiemogelijkheden.

In een vierdelige blogreeks zullen we de rol van de NVWA ten opzichte van agrarische bedrijven nader uiteenzetten. In het eerste deel staan de verschillende bestuursrechtelijke bevoegdheden van de NVWA als toezichthouder centraal. In dit tweede deel worden de diverse strafrechtelijke bevoegdheden van de NVWA als opsporingsdienst en het gehanteerde interventiebeleid nader uiteengezet. Binnen het derde deel staan de diverse op te leggen bestuursrechtelijke sancties en de rechtsbescherming hiertegen centraal. Tot slot worden in het vierde en laatste deel de strafrechtelijke sanctiemogelijkheden en de bijbehorende rechtsbescherming uitgewerkt, evenals het door de NVWA gehanteerde interventiebeleid.

Strafrechtelijke opsporingsbevoegdheden
De NVWA is behalve met het toezicht op het naleven van wettelijke voorschriften ook belast met de opsporing van diverse strafbare feiten. Belast met deze opsporingstaak binnen de NVWA is de Inlichtingen- en Opsporingsdienst (hierna: “de NVWA-IOD”). De NVWA-IOD is op grond van artikel 2 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 2017 aan te merken als een bijzondere opsporingsdienst in de zin van artikel 2 sub c van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. Deze bijzondere opsporingsdiensten zijn primair belast met opsporingshandelingen en strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde op specifieke beleidsterreinen. Voor de NVWA-IOD omvatten deze beleidsterreinen onder meer milieu, voedselintegriteit, voedselveiligheid en planten- en dierengezondheid. De volledige lijst met wetgeving waarop de NVWA-IOD mag handhaven is opgenomen in Domeinlijst II van artikel 7.4 Beleidsregel Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

In het kader van de opsporing van strafbare feiten beschikt de NVWA over verschillende opsporingsbevoegdheden. Op grond van artikel 141 sub d Wetboek van Strafvordering (hierna: “Sv”) hebben de opsporingsambtenaren van de NVWA-IOD een algemene opsporingsbevoegdheid. Dit betekent dat zij over gelijke bevoegdheden beschikken als opsporingsambtenaren van de politie. Concreet houdt dit op grond van artikel 52 t/m 55 Sv in dat zij een verdachte staande mogen houden, mogen aanhouden en de betreffende plaats waar zij zich dan begeven, niet zijnde een (bedrijfs)woning, mogen doorzoeken. Tevens mogen op grond van artikel 94 e.v. Sv voorwerpen in beslag worden genomen, plaatsen worden betreden en locaties worden doorzocht.

Net als bij toezicht kan ook bij de opsporing van strafbare feiten aanvullende bevoegdheden voor medewerkers van de NVWA-IOD zijn neergelegd in bijzondere wetgeving. De Wet dieren kent dergelijke bevoegdheden niet, hoewel in artikel 8.11 en 8.12 Wet dieren wel een aantal specifieke strafbaarstellingen en strafmaten zijn neergelegd. Het handelen in strijd met de Wet dieren kan derhalve ook tot strafrechtelijk optreden leiden. Daarnaast levert het overtreden van enkele bepalingen uit andere bijzondere wetgeving ook een strafbaar feit op. Voorbeelden hiervan zijn het af- en aanvoeren van runderen aan bedrijven die op grond van artikel 39 en 40 Regeling Identificatie en Registratie hebben opgelegd, of het overtreden van de voorschriften genomen als bedoeld in artikel 121 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (hierna: “GWWD”).

Meewerken bij opsporing
Een belangrijk verschil met het bestuursrechtelijk toezicht is dat bij het uitoefenen van strafrechtelijke opsporingsbevoegdheden de verdachte geen medewerking aan de NVWA-IOD hoeft te verlenen. Immers hoeft een verdachte op grond van het nemo-teneturbeginsel niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Toch kan het in de praktijk beter zijn om medewerking te verlenen, bijvoorbeeld indien niet duidelijk is of de NVWA een bestuursrechtelijke of strafrechtelijke bevoegdheid uitoefent. Zo kan worden voorkomen dat alsnog een boete wordt opgelegd wegens het niet meewerken met een toezichthouder.

Aanvullende bevoegdheden bij economische delicten
Verder is van belang dat het overtreden van het Besluit houders van dieren (hierna: “Bhd”) een “economisch delict” oplevert op grond van artikel 2.2 lid 10 Wet dieren jo artikel 1 Wet op de economische delicten (hierna: “WED”). Artikel 1.5 t/m 1.8 jo artikel 2.2 t/m 2.5 artikel Bhd diverse voorschriften voor het huisvesten en verzorgen van landbouwdieren. Overtreding van deze bepalingen brengt met zich mee dat de hiermee belaste opsporingsambtenaren op grond van artikel 17 t/m 23 WED beschikken over een aantal aanvullende opsporingsbevoegdheden. Deze bevoegdheden zijn grotendeels gelijk aan de algemene bestuursrechtelijke bevoegdheden van een toezichthouder; dikwijls zijn toezichthouders in dit kader ook als buitengewone opsporingsambtenaar aangewezen. Hierbij kan het niet voldoen aan een vordering op grond van de WED van een opsporingsambtenaar op grond van artikel 26 WED als een economisch delict worden aangemerkt. Dit betekent dat ingevolge artikel 6 lid 1 WED een hogere strafmaat geldt, te weten bij een misdrijf een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van maximaal EUR. 20.500. Verder is ook de overtreding van diverse voorschriften uit de Wet dieren en de GWWD aangemerkt als economisch delict, zoals het niet verlenen van medewerking aan een toezichthouder. Bij overtreding van deze voorschriften kan de strafmaat oplopen naar een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of een geldboete van maximaal EUR. 82.000 in het geval van een misdrijf.

Tot slot
De NVWA houdt zich naast bestuursrechtelijk toezicht derhalve ook bezig met de opsporing van uiteenlopende strafbare feiten, onder meer op het gebied van dierenwelzijn. Bij deze beschikt de NVWA-IOD over gelijke bevoegdheden als politie, evenals over enkele bijzondere opsporingsbevoegdheden. Deze bevoegdheden kunnen separaat van eventuele toezichtsbevoegdheden worden ingezet. Hoewel de verdachte in een strafrechtelijk onderzoek in beginsel niet gehouden is tot medewerking, zijn er omstandigheden denkbaar waarin meewerken met de opsporingsdiensten toch verstandig is. Naast deze algemene bevoegdheden kan de NVWA-IOD bij de opsporing van economische delicten ook nog een beroep doen op aanvullende bevoegdheden de WED. Een verdachte van een economisch delict is daarbij wel gehouden mee te werken aan een bevel van een bijzondere opsporingsambtenaar van de NVWA-IOD.

Evident is dat de NVWA beschikt over diverse bevoegdheden bij zowel het toezicht op het naleven van wettelijke voorschriften als bij de opsporing van strafbare feiten. Welke bestuursrechtelijke sancties door de NVWA als toezichthouder kunnen worden opgelegd, zal in het derde deel van deze blogreeks worden besproken.

 

752 
Ik help u graag verder
Xander Wynands
Partner
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering