Ordemaatregel moet proportioneel zijn

Ordemaatregel moet proportioneel zijn
Op 7 oktober 2015 heeft de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (hierna: de commissie) geoordeeld dat in de gegeven omstandigheden het opleggen van een schoolverbod en het onder dreiging van een verwijderingsprocedure laten tekenen van een overeenkomst over omgangsvormen te zware maatregelen zijn.

De feiten
C. zit in groep 7 van de basisschool. Haar ouders, klagers in deze zaak, hebben diverse keren bij de school gemeld dat hun dochter werd gepest door een klasgenoot. Vervolgens vond er ook een incident plaats waarbij de klasgenoot lijm in het oog van C. had gespoten. De moeder heeft dezelfde dag een bericht op Facebook geplaatst, waarin ze haar ongenoegen uitte over de klasgenoot en over de directeur van de school.

De moeder van C. heeft kort daarna een aanvaring met de moeder van de klasgenoot gehad, waarna het bestuur de ouders van C. allebei uitnodigde voor een hoorzitting. De ouders waren niet in de gelegenheid om te komen.

Hierop heeft het bestuur een brief naar de ouders gestuurd waarbij hen de toegang tot de school en het schoolplein werd ontzegd, tot het moment dat met hen afspraken zouden zijn gemaakt over communicatie en omgangsvormen, tenzij klagers door de school uitgenodigd zouden worden op school. Ook heeft het bestuur in de brief aangegeven dat de verwijderingsprocedure van hun dochter zou worden gestart als de school met de ouders niet tot deze afspraken kon komen.

Op 30 maart 2015 hebben de ouders in het bijzijn van de directeur en de clusterdirecteur een overeenkomst ondertekend met afspraken over de wijze van onderling communiceren. Als gevolg hiervan heeft het bestuur het toegangsverbod opgeheven.

De klacht
De ouders klagen erover dat het bestuur hen ten onrechte de toegang tot de school heeft ontzegd. Ook stellen zij dat de directie van de school onvoldoende is opgetreden tegen een onveilige situatie op school en klagers onder druk heeft gezet om een overeenkomst met afspraken over communicatie en persoonlijke omgang te tekenen.

Overwegingen van de commissie

Ordemaatregel mag niet disproportioneel zijn
De commissie overweegt dat het bestuur de bevoegdheid heeft om ordemaatregelen op te leggen. Volgens de commissie is het opleggen van een toegangsverbod een vergaande maatregel, die met name ingezet kan worden als de veiligheid op een school in het geding is.

De commissie ziet niet in op welke wijze de vader van C. de veiligheid op school in gevaar heeft gebracht, nu hij bij geen van de incidenten betrokken was. De commissie acht het toegangsverbod jegens de vader disproportioneel.

De commissie acht het wel voorstelbaar dat door de voorvallen met de moeder onrust is ontstaan op school, maar voor een vergaande maatregel als een toegangsverbod is onvoldoende grond aanwezig. Dit geldt volgens de commissie temeer nu dergelijke incidenten niet eerder hebben plaatsgevonden met de moeder van C.

Afspraken niet afdwingen op straffe van verwijdering
Over het opstellen van omgangsvormen overweegt de commissie dat het niet onredelijk is van het bestuur om afspraken te maken over omgangsvormen en onderlinge communicatie.

Echter, gegeven de omstandigheid dat het bestuur aan het niet tekenen van de overeenkomst de sanctie heeft verbonden dat C. zou worden verwijderd van school, kan de commissie zich voorstellen dat de ouders zich onder druk gezet voelden en zich beperkt hebben gevoeld in hun mogelijkheden om zich te uiten. De beslissing dat de ouders de overeenkomst moesten tekenen op straffe van verwijdering van C. acht de commissie dan ook disproportioneel.

Volgens de commissie had het meer in de rede gelegen om de ouders te waarschuwen dat nieuwe overtredingen van de gedragsregels tot verwijdering van C. zouden kunnen leiden.

Inspanningen veilige schoolomgeving zijn voldoende
Tot slot stelt de commissie vast dat de directeur de afgelopen jaren maatregelen heeft getroffen en het pestprotocol heeft toegepast, teneinde een veilige schoolomgeving te creëren voor C. Ook naar aanleiding van het lijm-incident heeft de directeur direct maatregelen getroffen. Hierdoor is volgens de commissie niet gebleken dat de directeur onvoldoende is opgetreden tegen een onveilige situatie voor C.

Conclusies
De Commissie oordeelt dat de klachten die betrekking hebben op het toegangsverbod en het onder druk zetten van het tekenen van de overeenkomst gegrond zijn. De klacht die ziet op het onvoldoende zorgdragen voor een veilige schoolomgeving is ongegrond.

Het advies van de commissie illustreert dat voor het opleggen van een ordemaatregel voldoende grond aanwezig moet zijn, en dat de maatregel in verhouding moet staan tot het te dienen doel van die maatregel. Ouders en/of leerlingen mogen niet onevenredig zwaar getroffen worden.

Vragen?
Voor vragen over de verschillende ordemaatregelen die het bestuur en/of de schooldirectie kan nemen, kunt u contact opnemen met ons team onderwijs. Zij zijn u graag van dienst.

3039 
Ik help u graag verder

Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering
  • “Ik bewaar uw spullen wel totdat u heeft...