Parkeerregels moeten in het vervolg in het bestemmingsplan worden opgenomen

Wetswijziging
Door een wetswijziging die op 29 november 2014 in werking is getreden, moeten parkeernormen in het vervolg in het bestemmingsplan worden genomen. Voorheen werden deze parkeerregels nog veelal opgenomen in de gemeentelijke bouwverordening. Echter, door invoering van de Reparatiewet BZK is de wettelijke grondslag voor het kunnen vaststellen van voorschriften van stedenbouwkundige aard – waaronder parkeernormen – in de gemeentelijke bouwverordening vervallen. Deze wettelijke grondslag was opgenomen in artikel 8 lid 5 Woningwet, dat bepaalde dat de bouwverordening voorschriften kan bevatten van stedenbouwkundige aard. Het is de bedoeling dat in de toekomst parkeernormen in het voor dat gebied geldende bestemmingsplan worden vastgelegd.

Tevens is artikel 3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening (hierna: “Bro”) aangepast. In artikel 3.1.2 lid 2 onder a Bro wordt geregeld dat ten behoeve van de goede ruimtelijke ordening een bestemmingsplan regels kan bevatten, waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Door deze wijziging van artikel 3.1.2 Bro wordt het mogelijk gemaakt om een regeling voor het parkeren op te nemen in het bestemmingsplan, zonder parkeernormen concreet vast te leggen dan wel integraal op te nemen in het bestemmingsplan. In het beleid kan de regeling dan nader worden uitgewerkt.

Wat betekent dit concreet voor bestemmingsplannen?
Het nieuwe artikel 133 Woningwet regelt het overgangsrecht. Voor bestaande bestemmingsplannen geldt een overgangstermijn tot 1 juli 2018. Na 1 juli 2018 vervallen de stedenbouwkundige bepalingen in de gemeentelijke bouwverordening. Voor die bestemmingsplannen dient dus tijdig, dat wil zeggen vóór 1 juli 2018 een zogenaamd “paraplubestemmingsplan” te worden vastgesteld. Een paraplubestemmingsplan is een bestemmingsplan dat alle in werking zijnde bestemmingsplannen herziet op het gebied van parkeren.

Voor nieuwe bestemmingsplannen, die na 29 november 2014 zijn vastgesteld, vervalt de parkeerbepaling uit de bouwverordening direct. In deze bestemmingsplannen moet een regeling zijn opgenomen ten aanzien van parkeren. Is een dergelijke regeling niet opgenomen, dan kan bij een aanvraag om omgevingsvergunning niet worden getoetst aan parkeernormen.

Wat moet in de nieuwe bestemmingsplannen worden geregeld?
Het is niet zo dat in de bestemmingsplannen de parkeernormen integraal dienen opgenomen te worden. Het volstaat dat er in de planregels wordt opgenomen dat er voldoende parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd ten behoeve van de nieuwe bestemming/functie. Wat onder “voldoende” dient te worden verstaan kan nader worden ingevuld door middel van beleidsregels. Het is dan wel belangrijk dat de gemeente een beleidsregel met betrekking tot parkeren heeft (bijvoorbeeld een “Nota Parkeerbeleid”), welke in voorkomend geval kan worden toegepast. Ook kan worden gekozen om te verwijzen naar de CROW-normen, hoewel deze minder rechtszekerheid bieden.

Conclusie
Het is voor gemeenten van belang om na te gaan of in bestemmingsplannen die zij op dit moment aan het voorbereiden zijn een parkeerregeling is opgenomen. Voor bestaande bestemmingsplannen welke vóór 1 juli 2018 nog niet hoeven te worden geactualiseerd en die geen parkeernormen bevatten, dient door de gemeenteraad tijdig – dus vóór 1 juli 2018 – een paraplubestemmingsplan te worden vastgesteld.

 

723 
Ik help u graag verder
Nina Rijsterborgh
Advocaat
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering