Protocol Samen veilig doorwerken tijdens de coronacrisis: voor wiens rekening komen de gevolgen van naleving?

De bouw- en technieksector zet zich in om (lopende) bouwprojecten ondanks de huidige coronacrisis te laten doorgaan. Met de gevolgen van de kredietcrisis van 2008 nog vers in het geheugen, is de vrees dat het massaal stilleggen van werkzaamheden de (economische) gevolgen voor de sector verergert. Om de veiligheid te waarborgen, hebben onder andere Bouwend Nederland, Techniek Nederland en het Ministerie van BZK op 27 maart 2020 gezamenlijk gemaakte afspraken gepubliceerd in het protocol ‘Samen veilig doorwerken‘. Met dit protocol wordt aan bedrijven, bewoners, opdrachtgevers, klanten, en alle werkenden duidelijkheid geboden over de voorwaarden waaronder de bouwwerkzaamheden door kunnen blijven gaan tijdens de coronacrisis.

Naleving protocol: wie draait daarvoor op?
Het is goed denkbaar dat het naleven van de voorschriften uit het protocol (financiële) gevolgen met zich brengt. Denk bijvoorbeeld aan extra kosten voor het voorzien in desinfecterende handgel of apart vervoer. De vraag voor aannemers en opdrachtgevers is dan wie opdraait voor de extra kosten en inspanningen die het naleven van het protocol met zich brengt. Het antwoord daarop is in de eerste plaats afhankelijk van of en zo ja, welke algemene voorwaarden tussen partijen gelden. Wordt uitgegaan van toepasselijkheid van de UAV 2012, dan is het antwoord vervolgens afhankelijk van (i) de fase waarin het bouwproject zich bevindt en van (ii) de inhoud van de aannemingsovereenkomst.

Aankomende bouwprojecten: aannemer
Uit paragraaf 6 lid 13 van de UAV 2012 volgt dat de gevolgen van de naleving van wettelijke voorschriften of beschikkingen van overheidswege voor rekening van aannemer komen, indien de voorschriften voorafgaand aan publicatie van de aanbesteding in werking (zijn ge)treden. De gedachte daarachter is dat, omdat de aanbesteding van de opdracht dan nog plaats dient te vinden, de aannemer de mogelijkheid heeft om de (financiële) gevolgen van naleving van de voorschriften te verdisconteren in zijn aanbieding.

De Raad van Arbitrage voor de Bouw heeft zelfs geoordeeld dat ook bij inwerkingtreding op een moment na publicatie van de aanbesteding, maar vóór het sluiten van de aannemingsovereenkomst, de gevolgen van naleving voor rekening van aannemer komen. Deze zou op dat moment namelijk nog onderhandelingsruimte kunnen benutten, teneinde de gevolgen alsnog te verdisconteren in de te sluiten aannemingsovereenkomst. Wij betwijfelen evenwel of dit de aannemer op aanbestedingsrechtelijke gronden zou zijn toegestaan, nu het vaste rechtspraak is dat een inschrijving na het sluiten van de inschrijvingstermijn niet meer mag worden aangepast, behoudens in uitzonderlijke gevallen om kennelijke materiële fouten recht te zetten of klaarblijkelijk eenvoudige preciseringen aan te brengen. Dit laat volgens ons geen ruimte voor de door de Raad van Arbitrage voor de Bouw bedoelde onderhandelingen.

Lopende bouwprojecten: opdrachtgever, tenzij
Voor bouwprojecten die zich reeds in de uitvoeringsfase bevinden op het moment dat de wettelijke voorschriften of beschikkingen van overheidswege in werking treden, geldt dat de gevolgen van naleving daarvan in beginsel voor rekening van opdrachtgever komen. Dit geldt ook indien de aannemingsovereenkomst een (standaard)bepaling bevat met de strekking dat de aannemer gehouden is het werk uit te voeren met inachtneming van “(…) de wettelijke voorschriften en de beschikkingen van overheidswege (…)”.

De gevolgen van naleving komen evenwel toch voor rekening van aannemer, indien en voor zover deze gevolgen (prijs)wijzigingen van lonen en sociale lasten of van prijzen, huren en vrachten betreffen waarvoor een zogeheten “non-verrekenbeding” tussen partijen is overeengekomen. Een dergelijk beding, dat de strekking heeft dat dergelijke wijzigingen niet verrekenbaar zijn, prevaleert ten opzichte van paragraaf 6 lid 13 UAV 2012. Enkel indien en voor zover dat uit het beding volgt, komen de gevolgen dan nog voor opdrachtgever.

Tot slot
De coronacrisis heeft ingrijpende gevolgen, ook voor (lopende) bouwprojecten. De bouw- en technieksector en de Nederlandse overheid zetten zich in om deze gevolgen zo beperkt mogelijk te houden. Desondanks kunnen opdrachtgevers en aannemers zich de vraag stellen hoe de aansprakelijkheid in een voorkomend geval is verdeeld. In dit artikel is ingegaan op één grondslag daarvan: aansprakelijkheid voor de naleving van wettelijke voorschriften of beschikkingen van overheidswege in de zin van paragraaf 6 lid 13 UAV 2012. Neem voor vragen over andere grondslagen voor aansprakelijkheid een kijkje tussen de “Q&A’s” op onze speciale pagina omtrent het coronavirus.

Meer informatie
Heeft u andere vragen over de gevolgen van de coronacrisis voor uw bouwproject? Neem dan contact op met Louis Einig, Wouter Smits of een van de andere advocaten van team Vastgoed. Zij zijn u graag van dienst.

3 april 2020

6856 
Ik help u graag verder

Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering

Website feedback

Wij stellen uw mening erg op prijs. Om uw ervaring te verbeteren vragen wij ongeveer 1 minuut van uw tijd om onze website te beoordelen.

You have Successfully Subscribed!