Rechter wijst strategisch beroep op vergetelheid af

Vandaag ontvingen wij één van de eerste uitspraken waarin de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) wordt toegepast.

Verzoek

De voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant heeft vandaag een verzoek op basis van het recht op vergetelheid afgewezen. De verzoeker had de rechtbank verzocht om de gemeente waar hij woonachtig is, te veroordelen tot het verwijderen van bepaalde gegevens. Het betroffen persoonsgegevens in een lijst die mogelijk in een andere procedure als bewijsstuk kan dienen. Door het recht op vergetelheid uit te oefenen, probeerde de verzoeker te bewerkstelligen dat dit bewijs in de andere procedure tussen verzoeker en gemeente niet meer kon worden ingebracht.

Het verzoek zelf was gebaseerd op de Wet bescherming persoonsgegevens. Echter omdat het verzoek na inwerkingtreding van de AVG is beoordeeld door de voorzieningenrechter én omdat er geen overgangsrecht is voor een situatie als deze, vat de rechter het verzoek op als een verzoek in de zin van de AVG.

Recht op gegevenswissing

  • Het recht op gegevenswissing van artikel 17 AVG is niet onbeperkt. Er worden in het artikel een aantal beperkingen opgelegd. Een beroep op vergetelheid wordt enkel toegewezen indien:
  • De gegevensverwerking niet langer nodig is voor het doel waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld;
  • De toestemming is ingetrokken, voor zover de verwerking is gebaseerd op toestemming;
  • Er geen dwingende reden voor de verwerking prevaleert;
  • De persoonsgegevens onrechtmatig zijn verwerkt;
  • De wet de gegevenswissing voorschrijft; of
  • De persoonsgegevens zijn verwerkt in het kader van een dienst van de informatiemaatschappij, indien het gaat om persoonsgegevens van minderjarigen.

Op grond van artikel 17 lid 3 AVG hoeft een verwerkingsverantwoordelijke in een aantal gevallen niet mee te werken aan een verzoek om gegevenswissing. Dit is bijvoorbeeld het geval indien verwerking noodzakelijk is voor uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering. Dat is hier het geval; de lijst dient als bewijsstuk in een andere procedure.

Conclusie

De rechtbank concludeert terecht dat het recht op vergetelheid dus niet oneigenlijk kan worden ingezet om bewijsmateriaal te wissen. Het recht op gegevenswissing is er voor bedoeld om de verwerking van persoonsgegevens te begrenzen. Het doel dat hier aan het verzoek ten grondslag lag, namelijk het laten verdwijnen van bewijsmateriaal, is geen doel dat met de AVG kan worden bereikt.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel neemt u dan contact op met een van onze advocaten van Team Privacy. Wij helpen u graag.

 

Juli 2018

731 
Ik help u graag verder
Monique Schreurs
Partner
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering
omgevingsverordening limburg