Stagnatieschade en coördinatieperikelen: hoe rekenen partijen af?

Twee nevenaannemers spreken hun opdrachtgeefster aan voor de door hun geleden stagnatieschade. Opdrachtgeefster is van oordeel dat deze stagnatieschade voor rekening dient te komen van de bouwkundig aannemer (hierna: de B-aanneemster). De B-aanneemster stelt dat opdrachtgeefster al aanspraak heeft gemaakt op de korting, zijnde een gefixeerde schadevergoeding als gevolg van de te late oplevering door de B-aanneemster. Opdrachtgeefster kan niet twee keer stagnatieschade bij de B-aanneemster claimen. De Raad van Arbitrage voor de Bouw volgt dit betoog van de B-aanneemster, met uitzondering van de gevorderde stagnatieschade als gevolg van tekortschieten door B-aanneemster in haar verplichtingen op basis van de coördinatieovereenkomst.

Feiten
De casus was als volgt. Opdrachtgeefster heeft de opdracht voor de bouw van een zwembad in Maastricht (hierna: het Werk) verstrekt aan vijf aannemers in nevenaanneming: de B-aanneemster voerde het bouwkundige deel uit, de W-aanneemster de werktuigkundige installaties, de E-aanneemster de elektrotechnische installaties, de Wb-aanneemster de waterbehandelingsinstallaties en de G-aanneemster de grondboringen voor het grondwatersysteem. CBB Arnhem voerde de directie over het Werk.

Coördinatieovereenkomst

In de bestekken van de nevenaannemers is opgenomen dat alle nevenaannemers met elkaar een coördinatieovereenkomst diende te sluiten volgens het bij het bestek gevoegde model afkomstig van opdrachtgeefster. Op de B-aanneemster rustte de coördinerende taak.

In alle bestekken is opgenomen dat bij de start van het Werk op 7 juni 2010 het werk op 2 maart 2012 zou moeten zijn opgeleverd. In het bestek van de B-aanneemster is bovendien vermeld dat deze opleveringsdatum ook voor de andere nevenaannemers geldt.

Tijdens de uitvoering van het Werk hebben zich verschillende vertragende omstandigheden voorgedaan, waaronder de startdatum die is verschoven van 7 juni naar 19 juli 2010, de aanwezigheid van grondwater bij aanvang van de grondwerkzaamheden (bemalingsplan en lozingsvergunning waren benodigd), het niet afgestemd zijn van de bestekken en de scheefstand van de gevels. Het Werk is uiteindelijk door opdrachtgeefster op 6 februari 2013 in gebruik genomen.

Eerdere arbitrale procedures tussen opdrachtgeefster en B-aanneemster

Er zijn tussen de B-aanneemster en de opdrachtgeefster enkele arbitrale procedures ter zake het Werk gevoerd. Van belang om hierbij te vermelden is dat in de procedure met geschilnummer 71.896 aan de B-aanneemster een bouwtijdverlenging van 15 weken is toegekend als gevolg van de grondwaterproblematiek. In de procedure met geschilnummer 34.650 is aan B-aanneemster een bouwtijdverlenging toegewezen tot 24 september 2012. Concreet betekent dit nog 8 weken extra bouwtijdverlenging in verband met de scheefstand van de gevels. Voor zover daarna vertraging is opgetreden, heeft de B-aanneemster reeds een kortingsbedrag van EUR 170.000,- aan opdrachtgeefster voldaan.

De W-aanneemster stelt zich op het standpunt dat sprake is van vertraging in de oplevering van 48 weken nu zij haar werk in plaats van op 2 maart 2012 pas op 6 februari 2013 kon opleveren. Voor de vertraging en de daardoor ontstane schade houdt zij opdrachtgeefster aansprakelijk. Naast betaling van de stagnatieschade van EUR 485.524,- vordert zij bijbetaling voor twee meerwerken. Deze twee meerwerken laten wij in deze bijdrage buiten beschouwing.

Ontvankelijkheid W- en E-aanneemster
De eerste vraag die voorlag is of de W- en E-aanneemster in hun vorderingen kunnen worden ontvangen.

Standpunt Opdrachtgeefster

Opdrachtgeefster is namelijk in de eerste plaats van mening dat de W- aanneemster de verkeerde partij aanspreekt voor de stagnatieschade. Deze stagnatieschade is volgens opdrachtgeefster veroorzaakt door gebrek aan of in de coördinatie. Daarvoor moet zij zich op grond van de coördinatieovereenkomst wenden tot haar nevenaanneemsters en in ieder geval tot de B-aanneemster die de coördinatie moest uitvoeren en daarmee volgens opdrachtgeefster de veroorzaker is van de schade. Opdrachtgeefster is geen partij bij de coördinatieovereenkomst en kan dus uit dien hoofde ook niet worden aangesproken.

Voor het geval de W-aanneemster ontvankelijk blijkt in haar vorderingen en dus opdrachtgeefster aansprakelijk gesteld kan worden voor de stagnatieschade, meent opdrachtgeefster dat op grond van de coördinatieovereenkomst en de aannemingsovereenkomsten de overige partijen bij die overeenkomsten haar dienen te vrijwaren. De nevenaannemers zijn jegens opdrachtgeefster verplicht de coördinatieovereenkomst correct na te leven, hetgeen volgens haar niet is gebeurd.

E-aanneemster maakt van de tegen haar ingediende vordering gebruik om een reconventionele vordering tegen opdrachtgeefster in stellen. Zij stelt door ongeveer dezelfde oorzaken, als in de hoofdzaak door de W-aanneemster zijn aangevoerd, vertragingen te hebben ondervonden. De door haar gevorderde stagnatieschade over de periode van 16 april 2012 tot 25 januari 2013 bedraagt EUR 296.372,88. Opdrachtgeefster is van mening dat zij om dezelfde voornoemde redenen als de W-aanneemster niet in haar vorderingen kan worden ontvangen.

Standpunt W- en E- aanneemster

Onder verwijzing naar de eerdere vonnissen van 17 september 2014 (71.896) en 22 juni 2016 (34.650) stellen de W- en E- aanneemster zich op het standpunt dat opdrachtgeefster sowieso aansprakelijk is voor 23 weken vertraging (grondwaterproblematiek en scheefstand gevels). Verder betogen ze dat opdrachtgeefster verantwoordelijk is voor de door haar ingeschakelde hulppersonen, tenzij in de coördinatieovereenkomst expliciet is bepaald dat de nevenaannemers afstand hebben gedaan van hun recht om opdrachtgeefster aan te spreken voor de door haar ingeschakelde hulppersonen. Een dergelijk afstandsbeding is niet in de coördinatieovereenkomst opgenomen.

Oordeel Raad van Arbitrage voor de Bouw
W- en E-aanneemster niet-ontvankelijk jegens opdrachtgeefster ten aanzien van hun vorderingen op grond van de coördinatieovereenkomst die zien op tekortkomingen van B-aanneemster

In de eerste plaats stellen arbiters vast dat opdrachtgeefster en de directie geen partij zijn bij de coördinatieovereenkomst. Dat in het bestek is opgenomen dat opdrachtgeefster partij zal zijn bij de coördinatieovereenkomst en in de coördinatieovereenkomst naar de directie wordt verwezen, maakt dit niet anders.

Het standpunt van de W-aanneemster dat zij op grond van de coördinatieovereenkomst jegens de opdrachtgeefster de vorderingen kan instellen, omdat opdrachtgeefster dat in de coördinatieovereenkomst niet heeft uitgesloten en de W-aanneemster geen afstand heeft gedaan van dat recht, gaat dan ook niet op.

Echter, nu opdrachtgeefster de precieze inhoud van de coördinatieovereenkomst bindend in het bestek voorschrijft, maakt deze de coördinatieovereenkomst deel uit van het geheel van rechten en plichten van partijen. Een tekortkoming van een nevenaannemer onder de coördinatieovereenkomst wordt daarmee tevens een tekortkoming van die nevenaannemer jegens opdrachtgeefster. Anderzijds betekent dat ook dat opdrachtgeefster de uit die coördinatieovereenkomst blijkende verplichtingen op zich neemt als zijnde een verplichting onder de aannemingsovereenkomst.

Voor zover dergelijke vorderingen door de W- en E-aanneemster jegens opdrachtgeefster worden ingesteld, zijn zij in die vorderingen ontvankelijk. Voor zover zij echter vorderingen instellen die uitsluitend zien op een tekortkoming van enige verplichting van een medepartij (nevenaannemer) onder de coördinatieovereenkomst, moeten die vorderingen tegen deze medepartij worden ingesteld en zijn de W- en E-aanneemster niet-ontvankelijk in hun vorderingen jegens opdrachtgeefster.

W-aanneemster stelt dat zij door de problemen in de coördinatie een vertraging heeft opgelopen van 10 weken over welke periode zij schade vordert. In het verlengde van bovenstaande overwegen arbiters dat de grondslag voor deze vordering kennelijk de tekortschietende coördinatieverplichting van de B-aanneemster is. Weliswaar hadden en haar directie niet mogen blijven de tijdschema’s van de B-aanneemster goed te keuren, maar door te aanvaarden dat het afbouwschema van 28 maart 2012 als onderlegger voor de werkzaamheden van de nevenaannemers zou worden gebruikt, is in ieder geval een werkbare situatie ontstaan. Gelet hierop kan de W-aanneemster deze vertraging opdrachtgeefster niet verwijten en moet zij zich tot de coördinerende B-aanneemster wenden.

Verder gaan arbiters mee in het standpunt van de W- en E-aanneemster dat 23 weken vertraging en de daardoor ontstane schade op basis van de hierboven vermelde (onherroepelijke) vonnissen voor rekening van opdrachtgeefster komt. Opdrachtgeefster heeft niet aangegeven of en hoe aan de andere nevenaannemers ten aanzien van de stagnatie door de bemalingsproblematiek en de scheefstand van de gevels een verwijt valt te maken. De door opdrachtgeefster verzochte vrijwaring met betrekking tot deze punten is ongegrond en wordt afgewezen.

Project is al afgerekend, korting is reeds door B-aanneemster betaald

Voor de overige door W- en E-aanneemster geleden vertragingsschade waarvoor opdrachtgeefster jegens B-aanneemster en W-aanneemster in de hoofdzaak is veroordeeld geldt het volgende.

Bij vonnis van 22 juni 2016 (34.650) in de procedure tussen B-aanneemster en opdrachtgeefster is aan B-aanneemster een bouwtijdverlenging tot 24 september 2012 toegekend. Over de periode daarna tot aan 6 februari 2013 heeft B-aanneemster reeds de korting van in totaal EUR 170.000,- aan opdrachtgeefster betaald. Nu de vorderingen van de W- en E-aanneemster kunnen worden teruggebracht tot de vertragingen in de oplevering van het Werk van B-aanneemster, is de daardoor veroorzaakte schade, waaronder de stagnatieschade, al door B-aanneemster aan opdrachtgeefster vergoed. Deze stagnatieschade blijft dus voor rekening van opdrachtgeefster.

Lessen voor de praktijk
Bovenstaande uitspraak leert dat voor de vraag of opdrachtgeefster door een nevenaannemer kan worden aangesproken voor schade als gevolg van tekortkomingen door de andere nevenaannemer op basis van de coördinatieovereenkomst, relevant is of opdrachtgeefster ook partij is bij deze coördinatieovereenkomst. Indien dit niet het geval is, kan opdrachtgeefster alleen maar door de nevenaannemer worden aangesproken op zijn eigen tekortkomingen uit hoofde van de coördinatieovereenkomst, voor zover het (model) coördinatieovereenkomst onderdeel uitmaakt van de aannemingsovereenkomst.

Voor zover de opdrachtgeefster wel partij is bij de coördinatieovereenkomst kan de nevenaannemer die schade heeft geleden door toedoen van de andere nevenaannemer, de opdrachtgeefster ook niet aanspreken als er een afstandsbeding in de coördinatieovereenkomst is opgenomen.

Verder volgt uit de uitspraak dat indien opdrachtgeefster en aanneemster een korting wegens te late oplevering zijn overeengekomen en opdrachtgeefster al aanspraak heeft gemaakt op deze korting, zij daarbovenop niet nog een keer stagnatieschade kan claimen bij aanneemster indien zij zich later nog geconfronteerd ziet met een stagnatieschade claim van een andere nevenaannemer. Dit kan anders zijn indien expliciet in de besteksparagraaf met betrekking tot de korting de aanvullende bepaling wordt opgenomen “onverminderd het recht van opdrachtgeefster op aanvullende schadevergoeding.”

Voor zover in de coördinatieovereenkomst geen cap met betrekking tot de aansprakelijkheid van de aannemers is opgenomen doen de aannemers er ook verstandig aan om expliciet in de kortingsbepaling op te nemen dat eventuele stagnatieschade als gevolg van coördinatieperikelen ook onder de korting valt.

Meer informatie
Heeft u vragen over dit onderwerp? Wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Sandra Caelers of een van onze andere bouwrechtspecialisten. Zij zijn u graag van dienst.

Maart 2018

712 
Ik help u graag verder
Sandra Caelers
Advocaat
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering
  • (Te) creatief met dividend: omzetting in een lening

Wij gebruiken cookies om u de beste online ervaring te bieden. Door akkoord te gaan, accepteert u het gebruik van cookies in overeenstemming met ons cookiebeleid.

Privacy Settings saved!
Privacy-instellingen

Wanneer u een website bezoekt, kan het informatie in uw browser opslaan of ophalen, meestal in de vorm van cookies. Beheer hier uw persoonlijke Cookie Services.

Deze cookies zijn nodig om de website te laten functioneren en kunnen niet worden uitgeschakeld in onze systemen.

In order to use this website we use the following technically required cookies
  • wordpress_test_cookie
  • wordpress_logged_in_
  • wordpress_sec

Omwille van de prestaties gebruiken we Cloudflare als een CDN-netwerk. Hiermee wordt een cookie "__cfduid" opgeslagen om beveiligingsinstellingen per client toe te passen. Deze cookie is strikt noodzakelijk voor de beveiligingsfuncties van Cloudflare en kan niet worden uitgeschakeld.
  • __cfduid

Geen toestemming
Wel toestemming