Voortzetting van de pachtovereenkomst bij bedrijfsopvolging

Op het moment dat een agrarisch bedrijf wordt overgedragen aan een volgende generatie heeft dat nogal wat voeten in de aarde. In veel gevallen wordt er een maatschap opgericht waarbij de zoon of dochter toetreedt tot het familiebedrijf. Op deze wijze vindt er een geleidelijke overgang van de onderneming plaats. De nieuwe generatie zal de bedrijfsvoering langzamerhand overnemen waarbij vader en moeder stilaan op de achtergrond treden. Bij een wisseling van de wacht is het van belang om ook aandacht te besteden aan de lopende pachtovereenkomsten. Doet men dat niet, dan kan dit zomaar een einde van de pachtovereenkomst met zich brengen.

Persoonlijk gebruik van het gepachte
De pachter dient het gepachte zelf te gebruiken. Dit betekent dat de pachter de dagelijkse leiding over het bedrijf moet hebben. Daarbij is niet doorslaggevend of de pachter al dan niet zelf de koeien melkt of de gewassen van het veld haalt. Van belang is dat de pachter betrokken is bij de dagelijkse bedrijfsvoering en zelf een beslissende stem heeft. Welke mate van betrokkenheid vereist is kan per geval verschillen. Hierbij is mede bepalend wat partijen voor ogen hebben gehad bij het aangaan van de pachtovereenkomst. Ook de concrete omstandigheden van het geval spelen daarbij een rol. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar wat in de betreffende sector gangbaar is.

De pachter kan het gepachte niet zonder meer in een maatschap inbrengen. Dit kan namelijk in strijd zijn met de verplichting het gepachte zelf te gebruiken. Hierbij is bepalend in hoeverre de pachter zijn zeggenschap heeft afgestaan aan zijn medevennoten. Een goede maatschapsovereenkomst is daarom van essentieel belang.

Indeplaatsstelling
Bij een pachtovereenkomst is het wel mogelijk dat de pachter zijn zoon of dochter in de plaats laat stellen. De nieuwe generatie neemt dan de pachtovereenkomst van de pachter over. De pachtrelatie wordt met de nieuwe generatie als contractspartij voortgezet. Een indeplaatsstelling kan met instemming van de verpachter worden geregeld door middel van een pachtwijzigingsovereenkomst. Als de verpachter niet instemt kan de pachter een vordering tot indeplaatsstelling bij de rechtbank instellen. De rechter beslist dan naar billijkheid, maar zal de vordering van de pachter afwijzen als de voorgestelde nieuwe pachter onvoldoende waarborgen voor een behoorlijke bedrijfsvoering biedt.

Ontbinding pachtovereenkomst
Besteed de pachter te weinig aandacht aan de pachtovereenkomsten dan kan dit verregaande consequenties met zich brengen. Op het moment dat de pachter het gepachte zelf niet meer gebruikt kan de verpachter de pachtovereenkomst wegens deze tekortkoming laten ontbinden. De bedrijfsopvolging kan daardoor in gevaar komen.

De kwestie
Een recente uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 oktober 2017 is hier een pijnlijk voorbeeld van. Een pachter heeft, in het kader van een bedrijfsoverdracht, de gepachte gronden in een maatschap ingebracht. Het bedrijfsrisico komt grotendeels ten laste van de andere medevennoten. In deze zaak heeft de pachter inmiddels de respectabele leeftijd van 79 jaar bereikt. Hoewel de pachter nog wel betrokken is bij de bedrijfsvoering heeft hij slechts een adviserende rol, de dagelijkse bedrijfsvoering is sinds enige tijd in handen van de kleinzoon van de pachter. De zoon van de pachter is wegens ziekte niet in staat om het bedrijf van zijn vader te leiden. De verpachter vordert een ontbinding van de pachtovereenkomst vanwege het feit dat de pachter het gepachte niet zelf gebruikt. Uit de feiten en omstandigheden leidt het hof af dat de pachter het gebruik van de gronden, zo al niet juridisch, in ieder geval feitelijk heeft afgestaan en niet meer in persoonlijk gebruik heeft.

Overweging gerechtshof
De pachter verweert zich door alsnog een vordering tot indeplaatsstelling in te stellen. De beoogde opvolger is de kleinzoon van de pachter. De omstandigheid dat een vordering tot indeplaatsstelling voorligt, kan volgens het hof meewegen bij de vraag of de tekortkoming van de pachter vanwege bijzondere aard of geringe betekenis een ontbinding van de pachtovereenkomst niet rechtvaardigt. De kleinzoon is 20 jaar oud en heeft naast een vmbo-diploma dierverzorging ook een eendaagse BBL opleiding afgerond. Bedrijfseconomisch en beleidsmatig heeft hij echter nauwelijks opleiding of ervaring. Hoewel de kleinzoon tijdens de mondelinge behandeling een kundige indruk maakte wat betreft de melkvee en de actuele ontwikkelingen, was dit in de ogen van het hof onvoldoende. De kleinzoon bood onvoldoende waarborgen voor een behoorlijke bedrijfsvoering en de vordering tot indeplaatsstelling werd daarom afgewezen. Nu vast kwam te staan dat de pachter het gepachte niet meer zelf gebruikte was de ontbindingsgrond daarmee een gegeven. Het gerechtshof bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Aan de pachtrelatie kwam definitief een einde.

Meer informatie
Wilt u weten wat het team Food en Agri bij een bedrijfsoverdracht voor uw onderneming kan betekenen? Neem dan contact op met Luc Golsteijn of een van de andere advocaten van team Food en Agri.

16716 
Ik help u graag verder
Luc Golsteijn
Advocaat
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering