Vrijwillige vertrekregeling als onderdeel van Sociaal Plan géén VUT-regeling

Als een werkgever genoodzaakt is haar organisatie te reorganiseren zal in veel gevallen in samenspraak met de vakbonden een sociaal plan opgesteld worden. Het is niet ongebruikelijk dat een vrijwillige vertrekregeling onderdeel uitmaakt van zo’n sociaal plan. In de praktijk blijkt dat werknemers in de leeftijdscategorie van 55 jaar en ouder verhoudingsgewijs vaker gebruik maken van deze regeling. Dat kan er mogelijk toe leiden dat de met deze werknemers gesloten regelingen door de Belastingdienst worden aangemerkt als een Regeling voor vervroegde uittreding (RVU), met een (ongewenste) eindheffing van 52% over de betaalde ontslagvergoeding tot gevolg. Deze komt voor rekening van werkgever.

Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft op 18 november 2016 (ECLI:NL:GHSHE: 2016:5158) geoordeeld  dat bij de vraag of sprake is van een RVU gekeken dient te worden naar de uitwerking van de getroffen regeling en naar de vraag of de regeling en de daarin opgenomen voorwaarden als zodanig ertoe strekken, dat een overbrugging wordt geboden tot de pensioendatum van de werknemer. Het standpunt van de Inspecteur dat niet naar het doel van de regeling, maar naar de feitelijke uitstroom van werknemers in de leeftijdscategorie van 55 jaar en ouder en de hoogte van de feitelijk overeengekomen beëindigingsvergoedingen gekeken dient te worden, wordt door het Hof gepasseerd.

In de betreffende casus is sprake van een regeling die ertoe strekt alle werknemers van werkgever, ongeacht hun leeftijd, een mogelijkheid te bieden om vrijwillig hun dienstverband te beëindigen tegen een vertrekvergoeding op basis van de kantonrechtersformule. Hoewel 72 van de 86 deelnemers aan de vrijwillige vertrekregeling 55 jaar of ouder waren, heeft het Hof geoordeeld dat deze regeling niet kwalificeert als een RVU en de Inspecteur ten onrechte de gevraagde beschikking ex artikel 32ba, lid 7, van de Wet op de loonbelasting 1964 geweigerd heeft.

De uitspraak van het Hof bevestigt dat het belangrijk is en blijft om een vrijwillige vertrekregeling in een sociaal plan zorgvuldig op te stellen en aan te bieden. Het doel van de regeling mag er niet in gelegen zijn om afscheid te nemen van oudere werknemers. Het standpunt van de Staatssecretaris van Financiën dat niet naar het doel, maar naar de feitelijke uitstroom als gevolg van de regeling gekeken dient te worden is gepasseerd. De vraag is of deze in cassatie zal gaan bij de Hoge Raad van de betreffende uitspraak. Om verrassingen te voorkomen is het raadzaam om een sociaal plan inclusief de daarin opgenomen ontslagregelingen op tijd te laten toetsen.

Indien u vragen heeft over het bovenstaande onderwerp kunt u contact opnemen met onze specialisten arbeidsrecht

714 
Ik help u graag verder
Mareine Callemeijn
Advocaat
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering

Website feedback

Wij stellen uw mening erg op prijs. Om uw ervaring te verbeteren vragen wij ongeveer 1 minuut van uw tijd om onze website te beoordelen.

You have Successfully Subscribed!