Wet uiterste betaaltermijn van zestig dagen voor grote ondernemingen

Op 1 juli 2017 is de Wet uiterste betaaltermijn van zestig dagen voor grote ondernemingen in werking getreden. De wet zorgt ervoor dat grote ondernemingen geen langere betaaltermijn dan 60 dagen kunnen overeenkomen met het midden- en kleinbedrijf (mkb) en zelfstandig ondernemers als leverancier of dienstverlener. De wet is een uitwerking van de Europese richtlijn late betalingen (richtlijn 2011/7/EU).

Achtergrond wettelijke regeling
Sinds 2013 is de Richtlijn late betalingen van kracht (richtlijn 2011/7/EU). Deze richtlijn heeft tot doel het bestrijden van betalingsachterstanden bij handelstransacties. De richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, meer specifiek in art. 6:119a lid 5 BW, dat bepaalt dat dat een betaaltermijn van meer dan 60 dagen alleen mag worden overeengekomen tussen contractspartijen indien uitdrukkelijk een langere termijn van betaling in de overeenkomst is opgenomen. Bovendien mag deze termijn niet kennelijk onbillijk zijn jegens de schuldeiser.

In de praktijk is het niet ongebruikelijk dat grote ondernemingen betaaltermijnen hanteren van 90 tot 120 dagen. Dergelijke lange betaaltermijnen leiden tot nadelige gevolgen bij met name mkb-ondernemers. De reden waarom mkb-ondernemers akkoord gaan met lange termijnen, heeft veelal te maken met de ongelijke onderhandelingspositie.

Om te voorkomen dat grote ondernemingen betaaltermijnen van 60 dagen of meer hanteren bij het afnemen van goederen van mkb-leveranciers en zelfstandig ondernemers, is een nieuwe wettelijke regeling in het leven geroepen.

Inhoud
De Wet uiterste betaaltermijn van zestig dagen voor grote ondernemingen zorgt ervoor dat grote ondernemingen geen langere betaaltermijn van meer dan 60 overeen kunnen komen. Indien grote bedrijven alsnog besluiten om betaaltermijnen van meer dan 60 dagen af te sluiten, is vanaf 1 juli 2017 sprake van een nietig beding. Dat betekent dat de betaaltermijn dan wordt aangemerkt als ‘ongeldig’. De betaaltermijn van 60 dagen wordt van rechtswege, dus automatisch, omgezet naar een betaaltermijn van 30 dagen (vgl. art. 6:119a lid 2 BW). Indien de afnemer de factuur pas na 30 dagen betaalt, is dan van rechtswege wettelijke handelsrente (op dit moment 8%) verschuldigd over de termijn die de 30 dagen overschrijdt.

MKB-leverancier
De wet definieert dat mkb-ondernemers en zelfstandigen van deze regeling kunnen profiteren. Om daarvoor in aanmerking te komen, moet het gaan om een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:

  • de waarde van de activa volgens de balans met toelichting, bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 20.000.000;
  • de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 40.000.000;
  • het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 250.

Verjaring
De vordering tot vergoeding van de wettelijke handelsrente verjaart na verloop van 5 jaren. De mkb-ondernemer of zelfstandig ondernemer kan dus ook later, bijvoorbeeld wanneer de handelsrelatie eindigt, alsnog aanspraak maken op de wettelijke handelsrente, zolang de termijn van 5 jaar vanaf opeisbaarheid niet wordt overschreden. Het is immers denkbaar dat mkb-ondernemers of zelfstandig ondernemers tijdens de handelsrelatie niet naar de rechter durven stappen, vanwege de afhankelijkheidsrelatie die zij hebben met de grote onderneming.

Directe werking
De nieuwe wet is van toepassing op overeenkomsten die gesloten zijn na 1 juli 2017. Voor bestaande overeenkomsten geldt dat het oude regime tot één jaar na 1 juli 2017 blijft gelden. Daarna (dus vanaf 1 juli 2018) geldt de nieuwe regeling ook voor de overeenkomsten die op 1 juli 2017 reeds bestonden. Ondernemingen hebben dus – ten aanzien van bestaande overeenkomsten – een jaar de tijd om hun overeenkomsten aan te passen en dus een betaaltermijn van maximaal 60 dagen te hanteren

Wees bedacht op opschortende voorwaarden
Een wijze waarop grote ondernemingen kunnen trachten de gevolgen van de nieuwe wettelijke regeling te verzachten, is door het ontstaansmoment van de vordering afhankelijk te maken van een opschortende voorwaarde in de overeenkomst. Een dergelijke opschortende voorwaarde kan inhouden dat de vordering pas ontstaat onder de opschortende voorwaarde dat de grote onderneming zelf is betaald door zijn afnemer. Omdat de vordering pas ontstaat op het moment dat de vordering van de grote ondernemer op zijn afnemer is voldaan, is het niet strikt noodzakelijk voor de grote ondernemer om een lange betaaltermijn op te nemen. Het gevolg is echter hetzelfde; namelijk dat de mkb-ondernemer pas laat wordt betaald terwijl levering al lang heeft plaatsgevonden. Wees hiervan bewust.

Conclusie
De nieuwe wettelijke regeling zorgt ervoor dat betaaltermijn van meer dan 60 dagen, overeengekomen tussen grote ondernemingen en mkb-ondernemers of zelfstandig ondernemers, nietig zijn. De afspraak waarbij een langere betaaltermijn wordt afgesproken is nietig. De betaaltermijn wordt in dat geval van rechtswege omgezet naar 30 dagen. Wanneer de grote ondernemer besluit de factuur pas na 30 dagen te betalen, is hij de wettelijke handelsrente verschuldigd over de termijn die de 30 dagen overschrijdt.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u andere vragen, neem dan contact op met Daniëlla van Hoenselaar of Monica Leenders. U kunt uiteraard ook contact opnemen met een van de andere advocaten van ons team Commerciële contracten.

 

6078 
Ik help u graag verder
Daniëlla Cox
Advocaat
420 
Ik help u graag verder

Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering
  • (Tucht)procedures en wijziging Wet BIG: meer...