Wet verduidelijking voorschriften woonboten

Op 1 januari 2018 is de Wet van 25 januari 2017 tot wijziging van de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met de verduidelijking van voorschriften voor woonboten (Wet verduidelijking voorschriften woonboten) in werking getreden .

Deze wijzigt de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en beoogt rechtszekerheid te geven over de juridische status van woonboten en andere drijvende objecten die vooral worden gebruikt voor verblijf. Het gaat om drijvende objecten waarop primair wordt gewoond zoals op een woonboot of drijvende objecten waarop personen verblijven zoals een hotel of restaurant.

Deze wijziging is een reactie op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 april 2014 waarin de Afdeling uitspraak heeft gedaan in een zaak over een gemeentelijke verbouwingsvergunning die was verleend voor de verbouwing van een bestaande woonboot (ABRVS 16 april 2014 ECLI:NL:RVS:2014:1331). De Afdeling sluit bij de beoordeling of sprake is van een bouwwerk in haar vaste rechtspraak aan bij de begripsomschrijving voor bouwwerk die is opgenomen in een Model-bouwverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De Afdeling oordeelde dat de desbetreffende woonboot moet worden aangemerkt als bouwwerk in de zin van de Wabo. Aangezien de Wabo bij het begrip «bouwwerk» aansluit zoals dat bedoeld is in de Woningwet, betekent deze uitspraak tevens dat de desbetreffende woonboot aangemerkt moet worden als een bouwwerk in de zin van de Woningwet. In deze uitspraak legt de Afdeling het zwaartepunt bij het criterium van het plaatsgebonden karakter. Dat plaatsgebonden karakter wordt bij een woonboot bepaald door de bedoeling om deze ter plaatse als woning te laten functioneren. In meer algemene bewoordingen overweegt de Afdeling dat niet alleen aan de hand van de wijze waarop het object met de grond is verbonden, maar dat ook aan de hand van de aard en hoedanigheid van het object, alsmede het gebruik dat ervan wordt gemaakt moet worden bepaald of het «object» als bouwwerk is aan te merken.

Deze uitspraak zou voor vele woonboten en andere drijvende objecten die hoofdzakelijk worden gebruikt voor verblijf zoals watervilla’s en drijvende hotels kunnen betekenen dat deze eveneens als een bouwwerk in de zin van de Woningwet en de Wabo aangemerkt moeten worden. Dit zou als consequentie hebben dat veel van die woonboten niet voldoen aan de geldende regelgeving en daarmee in feite illegaal zijn geworden. Voor deze woonboten zijn immers geen omgevingsvergunningen op grond van de Wabo afgegeven.

Met deze wijziging wordt de gewenste duidelijkheid gegeven.

Meer informatie

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u vragen, neem dan contact op met Janske Schrijnemaekers. U kunt uiteraard ook contact opnemen met één van de andere advocaten van ons team Bestuursrecht

6489 
Ik help u graag verder

Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering