Wetsvoorstel Wijziging Awb stroomlijning omgevingsrecht

Op 17 januari 2018 is het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht (‘Awb‘) en enkele andere wetten’ gepubliceerd . Dit wetsvoorstel vervangt de huidige regeling voor de coördinatie van samenhangende besluiten in afdeling 3.5 van de Awb door een nieuwe regeling. Deze nieuwe regeling is toepasbaar op het gehele omgevingsrecht. Ook bevat het wetsvoorstel nog enkele andere wijzigingen in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

In dit artikel worden de belangrijkste veranderingen als gevolg van deze wetswijziging besproken.

Huidige coördinatieregeling
De huidige coördinatieregeling is opgenomen in afdeling 3.5 Awb. Ingevolge artikel 3:19 Awb is deze regeling alleen van toepassing op besluiten die nodig zijn om een bepaalde activiteit te verrichten of strekken tot het vaststellen van een financiële afspraak met het oog op die activiteit. Denk hierbij aan individuele beschikkingen zoals een vergunning of ontheffing, maar ook aan meer algemene besluiten zoals het wijzigen van een bestemmingsplan of financiële afspraken zoals subsidies. Het doel van de regeling is om een oplossing te bieden voor onduidelijkheden waar burgers in de praktijk tegenaan lopen bij meerdere vergunningaanvragen.

De kern van de huidige regeling staat in artikel 3:20 Awb. Dit artikel legt aan bestuursorganen een inspanningsverplichting op om de aanvrager van een besluit te informeren dat aanvullende aanvragen noodzakelijk zijn voor de uitvoer van een activiteit. Het bestuursorgaan moet daarbij alle informatie verstrekken waarvan het redelijkerwijs kan aannemen dat deze noodzakelijk is voor de uitvoering van de betreffende activiteit. In ieder geval moeten de namen en adressen van de bevoegde instanties worden vermeld, evenals de wettelijke grondslag van het genomen besluit.

Naast deze algemene coördinatieregeling geldt er een bijzondere regeling voor de coördinatie van besluitvorming en rechtsbescherming. Die aanvullende regeling kan op grond van artikel 3:21 Awb van toepassing worden verklaard bij wettelijk voorschrift of door het besluit van het bevoegde bestuursorgaan. Uitgangspunt van deze regeling is dat één bestuursorgaan verantwoordelijk wordt voor het gehele proces. Dit bestuursorgaan ziet toe op de samenhang en doelmatigheid van de besluitvorming. Alle aanvragen voor besluiten dienen zoveel mogelijk gelijktijdig, tenminste binnen een periode van zes weken na de eerste aanvraag, te worden ingediend bij het verantwoordelijk bestuursorgaan. Ontbreekt een aanvraag, dan stelt het bestuursorgaan de aanvrager een termijn om de ontbrekende aanvraag alsnog in te dienen.

Verder gelden enkele aanvullende voorschriften voor procedures waarop de algemene uniforme voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb van toepassing is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het toepassen van een buitenplanse afwijking van een bestemmingsplan op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo. Artikel 3:26 Awb bepaalt dat in dergelijke gevallen dat ontwerpbesluiten en mededelingen ter voorbereiding van een besluit ter inzage worden gelegd bij het coördinerend bestuursorgaan. Het coördinerend bestuursorgaan regelt de mogelijkheid tot het naar voren brengen van zienswijzen en maakt de van andere bestuursorganen ontvangen samenhangende besluiten gelijktijdig bekend. Tot slot kan tegen al deze besluiten bezwaar (en eventueel beroep) worden aangetekend bij het coördinerend bestuursorgaan.

De nieuwe coördinatieregeling
Met het voorliggende wetsvoorstel wordt een nieuwe algemene coördinatieregeling geïntroduceerd. Deze regeling strekt dan ook niet alleen tot vervanging van de regeling in de Awb, maar ook tot vervanging van andere in bijzondere wetgeving opgenomen regelingen. Aanvullende regelingen zoals nu zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening en de Tracéwet zijn dan niet langer nodig.

De nieuwe regeling brengt een aantal belangrijke veranderingen met zich. Allereerst valt op dat het coördinerend bestuursorgaan meer bevoegdheden krijgt binnen het coördinatieproces. Zo kan het coördinerend bestuursorgaan op grond van het nieuwe artikel 3:23 lid 1 Awb bepalen dat een andere dan de reguliere zes wekentermijn geldt. Het coördinerend bestuursorgaan wordt daarnaast mede bevoegd tot het indienen van een aanvraag bij het bevoegde bestuursorgaan, als de aanvraag betrekking heeft op een besluit van het coördinerend bestuursorgaan. Te laat ingediende aanvragen hoeven door het coördinerende bestuursorgaan niet langer bij de aanvraag te worden betrokken. Andere maatregelen zijn de mogelijkheid om de nieuwe coördinatieregeling niet van toepassing te laten zijn op besluiten die een langere voorbereiding behoeven. Dit maakt clustervorming van besluiten mogelijk.

Ook als de algemene uniforme voorbereidingsprocedure van toepassing is, wordt de rol van het coördinerend bestuursorgaan versterkt. Zo kunnen zienswijzen voortaan alleen nog naar voren worden gebracht bij het coördinerend bestuursorgaan. Tevens wordt het coördinerend bestuursorgaan als enige bevoegd te reageren op de ingebrachte zienswijzen. Verder bepaalt het coördinerend bestuursorgaan de termijn waarbinnen besluiten worden genomen. Een en ander vloeit voort uit het nieuwe artikel 3:25 Awb. Andere belangrijke veranderingen zijn de nieuwe mogelijkheid van indeplaatsstelling van het nieuwe artikel 3:27 Awb. Dit betekent dat minister of college van gedeputeerde staten als coördinerend bestuursorgaan in plaats van het oorspronkelijke bevoegde bestuursorgaan een besluit kan nemen, mits dit besluit niet of niet tijdig is genomen of de uitvoering van een ander besluit belemmert. Tenslotte is nog relevant dat op grond van het nieuwe artikel 3:29 Awb de binnen deze afdeling samenhangende besluiten als één voor beroep vatbaar besluit worden aangemerkt. Hiermee wordt dus ook de rechtsbescherming bij samenhangende besluiten gebundeld

Verder wordt een handhavingsbepaling geïntroduceerd met de toevoeging van een nieuw derde lid aan artikel 5:20 Awb. Hiermee wordt het mogelijk voor een bestuursorgaan om een last onder bestuursdwang op te leggen voor overtreding van de medewerkingsplicht. Deze bevoegdheid bestaat voor het bestuursorgaan dat werkzaam is onder de toezichthouder als bedoeld in artikel 5:20 lid 1 Awb. Naast een last onder bestuursdwang kan het bestuursorgaan daarbij op grond van artikel 5:32 lid 1 Awb ook een last onder dwangsom opleggen.

Tot slot bevat het wetsvoorstel ook een aantal aanpassingen met betrekking tot de intrekking van bijzondere nadeelcompensatieregelingen. Deze aanpassingen worden gedaan in het licht van de nadeelcompensatieregeling van de nog in werking te treden Omgevingswet.

Beoordeling
De nieuwe coördinatieregeling heeft als doelstelling een uniforme regeling te scheppen voor samenhangende besluiten die zich meer voor de praktijk leent. Aan deze doelstelling lijkt te zijn voldaan met de voorgestelde veranderingen. Zo zorgt de versterkte rol van het coördinerend bestuursorgaan er niet alleen voor dat zij meer invloed kan uitoefenen op de procedure, maar tegelijkertijd dat het voor aanvragers van besluiten duidelijk wordt bij welk bestuursorgaan zij moeten zijn. De mogelijkheid tot clustervorming van besluiten en de bundeling van deze besluiten in het kader van beroep bij de bestuursrechter komen de efficiëntie eveneens ten goede, evenals de nieuwe zienswijzeregeling. Ook beschikt het bestuursorgaan nog over voldoende aanvullende middelen om door te pakken, zoals het niet behandelen van te late aanvragen en de medebevoegdheid tot het indienen van een aanvrager. Verder zijn er verschillende middelen om alsnog op te treden, bijvoorbeeld door het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom en het alsnog nemen van een besluit middels een indeplaatsstelling. Tot slot wordt met de aanpassing van de nadeelcompensatieregelingen alvast een voorschot genomen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Internetconsultatie
De internetconsultatie van het wetsvoorstel is inmiddels van start gegaan. Dit betekent dat iedereen tot en met 18 mei 2018 een reactie op de consultatieversie van het voorstel kan geven.

Meer informatie

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u vragen, neem dan contact op met Nina Rijsterborgh. U kunt uiteraard ook contact opnemen met één van de andere advocaten van ons team Bestuursrecht

 

723 
Ik help u graag verder
Nina Rijsterborgh
Advocaat
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering