Wijzigingen vergoedingssystematiek Participatiefonds

De regels van het Participatiefonds voor de vergoeding van WW-uitkeringen aan schoolbesturen in het basisonderwijs gaan ingrijpend op de schop. De streefdatum voor invoering van de zogenoemde moderniseringsmaatregelen is 1 januari 2021. In deze blog zetten wij uiteen wat de voorgenomen wijzigingen zijn, welke arbeidsrechtelijke gevolgen deze wijzigingen met zich meebrengen en waar nu al mee rekening dient te worden gehouden.

Aanleiding modernisering

Het basisonderwijs is eigenrisicodrager voor de WW en door premiebetaling aan het Participatiefonds worden de werkloosheidskosten collectief gedragen door alle schoolbesturen. Het reglement van het Participatiefonds bepaalt onder welke voorwaarden een schoolbestuur een beroep kan doen op het fonds voor de vergoeding van WW-kosten. Momenteel worden vergoedingsverzoeken in het overgrote deel van de gevallen (96,5%) toegewezen door het Participatiefonds. De kosten voor WW-uitkeringen zijn gestegen van 158 miljoen euro in 2013 naar 249 miljoen euro in 2018. Dit heeft geresulteerd in (te) hoge premies.

Het Participatiefonds heeft verder geconstateerd dat het huidige reglement erg complex en omvangrijk is geworden en aan modernisering toe is. Dit ook omdat indiening van een vergoedingsverzoek voor veel administratieve en juridische lasten en kosten zorgt. Ook stelt het Participatiefonds momenteel onvoldoende te kunnen controleren of een beëindiging van het dienstverband had kunnen worden voorkomen.

Doel van de moderniseringsslag is lagere premies voor de schoolbesturen en een eerlijkere verdeling van WW-lasten. Ook zet het Participatiefonds actiever in op het voorkomen van werkloosheid door bij onderwijswerkgevers bewustwording te creëren voor duurzame inzetbaarheid en door bepaalde inspanningsverplichtingen te verlangen.

Nieuwe vergoedingssystematiek

Na de modernisering betaalt ieder schoolbestuur een eigen bijdrage van 50% van de uitkeringskosten bij elk ontslag dat WW-kosten met zich meebrengt. De overige 50% wordt nog wel door het Participatiefonds bekostigd.

Een onderwijswerkgever kan een verzoek indienen om de eigen bijdrage te verlagen tot 10%. Voorwaarde hierbij is dat het ontslag voldoet aan een beëindigingsgrond uit het reglement van het Participatiefonds en het schoolbestuur voldoet aan de inspanningsverplichting. Deze inspanningsverplichting behelst onder andere het uitvoeren van werk-naar-werk trajecten en uitgave van een bepaald bedrag ten behoeve daarvan.

Er komen 7 ontslagsituaties waarbij een schoolbestuur een verlaging van de eigen bijdrage van 50% naar 10% kan verzoeken:

  1. Wegens bedrijfseconomische reden via UWV of vaststellingsovereenkomst;
  2. Wegens langdurige arbeidsongeschiktheid via UWV;
  3. Via kantonrechter op tegenspraak;
  4. Het niet verlengen van een tijdelijk contract voor vervanging;
  5. Het eindigen van een tijdelijk contract van een zij-instromer wegens het niet behalen van de onderwijsbevoegdheid;
  6. Participatiebaan;
  7. Ontslag op verzoek werknemer waarna recht op WW bestaat (uitzonderlijk).

Enkel bij deze 7 ontslagsituaties kan een vergoedingsverzoek worden ingediend tot een verhoging van 90 procent van de WW-kosten, mits aan de hierbij horende voorwaarden is voldaan en de inspanningsverplichting in acht is genomen.

In het oog springende veranderingen

Het is in de eerste plaats duidelijk dat onderwijswerkgevers altijd ten minste 10% van de WW-uitkering betalen. In die zin wordt ontslag dus duurder, aangezien het Participatiefonds momenteel in veruit de meeste gevallen 100% van de uitkeringslasten draagt. Hoewel tegelijkertijd een premieverlaging wordt beoogd, zullen onderwijswerkgevers de facto te maken krijgen met hogere kosten bij een individueel ontslag. Een hogere ontslagdrempel dus.

De versimpeling van het Reglement Participatiefonds zal worden bereikt. Momenteel staan er immers ruim 60 grondslagen voor vergoedingsverzoeken in en dit worden er minder dan 10. Dit resulteert er in dat in veel situaties een eigen bijdrage van 50% van de uitkeringskosten ten laste gaat komen van het schoolbestuur, waar nu nog 100% van de kosten door het Participatiefonds worden gedragen. Bijvoorbeeld bij ontslag tijdens de proeftijd of bij het niet verlengen van een tijdelijk dienstverband, zelfs als de werknemer het verlengingsaanbod heeft geweigerd.

Wat tot slot opvalt, is dat de operatie ‘Modernisering Participatiefonds’ ertoe zal gaan leiden dat werkgever en werknemer in het onderwijs aanmerkelijk vaker tegenover elkaar in de rechtbank zullen staan. Dit omdat geschillen momenteel veelal worden beslecht middels een vaststellingsovereenkomst wegens persoonlijke redenen, bijvoorbeeld een onoverkomelijk verschil van inzicht. Bij deze manier van beëindiging kan straks niet om een verlaging van de eigen bijdrage van 50% naar 10% worden gevraagd. Omdat dit vaak vele tienduizenden euro’s zal schelen, worden onderwijswerkgevers door de nieuwe regels gedwongen tot een weinig verzoenbare opstelling. Zelfs schikking op de zitting en vastlegging hiervan in een rechterlijk proces-verbaal lijkt niet tot een lagere eigen bijdrage te kunnen leiden.

Overgangsrecht?

Er komt geen overgangsrecht. Afhankelijk van de ontslagdatum zal het oude of nieuwe Reglement Participatiefonds van toepassing zijn. Wordt een werknemer ontslagen vóór de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2021, dan zal ten aanzien van die werknemer het oude reglement worden toegepast.

De wijziging van de vergoedingssystematiek van het Participatiefonds kan (na invoering) voor fors hogere WW-kosten zorgen. Het kan verstandig zijn hier in het aannamebeleid reeds rekening mee te houden, bijvoorbeeld door in bepaalde situaties voor contracten te kiezen met een kortere looptijd dan 6 maanden. Ook kan het raadzaam zijn een nieuwe medewerker eerst op detacheringsbasis aan te nemen, zeker als sprake is van een lang arbeidsverleden.

Conclusie

Door de wijzigingen van de vergoedingssystematiek en introductie van de inspanningsverplichting probeert het Participatiefonds de premie die een schoolbestuur moet betalen te verminderen. Een uiteindelijke premiedaling zal nog even op zich laten wachten nu de premie kostendekkend wordt vastgesteld en het oude reglement nog tot 1 januari 2021 gehandhaafd blijft. Arbeidsrechtelijk zijn de gevolgen groot. Een individueel ontslag wordt duurder, in veel ontslagsituaties kan geen aanspraak worden gemaakt op een verlaging van de eigen bijdrage van 50% naar 10% en werkgevers worden gedwongen meer te gaan procederen bij de kantonrechter.

Meer informatie
Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met de arbeidsrechtadvocaten van ons team Onderwijsrecht.

Mei 2020

21306 
Ik help u graag verder
Stijn Blom
Advocaat
Meest gelezen
  • ‘Kopietje paspoort’
  • ‘Oude’ pandeigenaren versus nieuw...
  • ‘Recht op vergetelheid’ heeft geen...
  • “Als lekkerste getest” niet...
  • “Detachering” leerling is verwijdering

Website feedback

Wij stellen uw mening erg op prijs. Om uw ervaring te verbeteren vragen wij ongeveer 1 minuut van uw tijd om onze website te beoordelen.

You have Successfully Subscribed!