Publicaties

Publicaties
Array
(
    [0] => WP_Post Object
        (
            [ID] => 21033
            [post_author] => 28
            [post_date] => 2018-10-09 12:00:41
            [post_date_gmt] => 2018-10-09 10:00:41
            [post_content] => algemene-voorwaarden-onder-het-weens-koopverdrag-een-vreemde-eend-in-het-nederlandse-verbintenissenrecht-monica-leenders
            [post_title] => Algemene voorwaarden onder het Weens Koopverdrag - een vreemde eend in het Nederlandse verbintenissenrecht
            [post_excerpt] => 
            [post_status] => publish
            [comment_status] => closed
            [ping_status] => closed
            [post_password] => 
            [post_name] => algemene-voorwaarden-weens-koopverdrag-vreemde-eend-nederlandse-verbintenissenrecht
            [to_ping] => 
            [pinged] => 
            [post_modified] => 2018-10-09 12:18:21
            [post_modified_gmt] => 2018-10-09 10:18:21
            [post_content_filtered] => 
            [post_parent] => 0
            [guid] => https://www.boelszanders.nl/?post_type=publication&p=21033
            [menu_order] => 0
            [post_type] => publication
            [post_mime_type] => 
            [comment_count] => 0
            [filter] => raw
        )

    [1] => WP_Post Object
        (
            [ID] => 19961
            [post_author] => 2
            [post_date] => 2018-08-20 13:44:18
            [post_date_gmt] => 2018-08-20 11:44:18
            [post_content] => De Nederlandse rechtspraak internationaliseert. In 2016 oordeelde de Hoge Raad reeds dat Engelse, Franse en Duitse stukken in beginsel zonder vertaling worden toegelaten tot de procedure. Komend najaar gaat de Nederlandse rechtspraak een stap verder. In Amsterdam wordt als onderdeel van de Rechtbank en van het Gerechtshof Amsterdam een gespecialiseerde meervoudige handelskamer voor het voeren van Engelstalige internationale handelsgeschillen opgericht: de Netherlands Commercial Court (NCC).

Voordelen
Het recht wordt complexer, de wereld globaliseert en internationaal procederen (arbitrage) is vaak erg duur. De opening van de NCC is daarom ook een strategische zet om buitenlandse bedrijven naar Nederland te lokken en om Nederlandse ondernemers tegemoet te komen. Procederen bij de NCC biedt veel voordelen, zoals:
  • De procedure is Engelstalig. De Engelse taal is immers de voertaal in de internationale handelspraktijk.
  • De rechters hebben specifieke kennis en ervaring in het behandelen van internationale zaken. Dit is een groot voordeel ten opzichte van de algemene rechtbanken. Internationale zaken zijn vaak complex door de grote hoeveelheid regelgeving.
  • Er wordt digitaal geprocedeerd. Dit zal niet gaan via KEI, maar via een systeem, dat ook al door de Hoge Raad wordt gebruikt. Zittingen kunnen plaatsvinden in een gedigitaliseerde zaal. Op deze manier kan ook een zitting op afstand plaatsvinden. Dit is een groot voordeel indien een van de partijen ver weg woont. Kosten en tijd worden bespaard.
  • De procedure is flexibel. Aanvullend op het Wetboek van Rechtsvordering geldt een NCC-procesreglement. Hierin is onder andere opgenomen dat een keuze kan worden gemaakt voor een ander bewijsrechtsysteem dan het Nederlandse bewijsrecht. Het Nederlandse bewijsrecht wijkt af van veel andere systemen. Partijen kunnen in een forumkeuzebeding bij de keuze voor de NCC bijvoorbeeld vastleggen dat de IBA Rules on Taking of Evidence in International Arbitration toepasselijk zijn. Een buitenlandse wederpartij zal dit vaak als prettig ervaren. Ook kunnen beeld- en geluidopnamen tijdens de zitting worden gemaakt en kan vooraf aan een getuige een schriftelijke verklaring worden gevraagd. Tevens is er een kamer die oordeelt over geheimhouding van stukken. Dit laatste kan van bijvoorbeeld van belang zijn bij concurrentiegevoelige informatie.
Forumkeuze Bijzonder aan de NCC is dat partijen de bevoegdheid uitdrukkelijk schriftelijk moeten overeengekomen. Een geschrift dat een dergelijk beding bevat of dat verwijst naar algemene voorwaarden die en dergelijk beding bevatten zijn volgens de wet voldoende, mits het beding door of namens de andere partij uitdrukkelijk is aanvaard. Stilzwijgende aanvaarding is niet mogelijk. Ook de keuze voor de Engelse taal moet uitdrukkelijk geschieden. De NCC is niet bevoegd voor kantonzaken (zaken met een belang onder de EUR 25.000). Kosten De griffierechten voor de procedure zullen naar verwachting EUR 7.500 voor een kort-geding en EUR 15.000 voor een bodemprocedure in eerste aanleg bedragen. Dit lijkt erg veel. Deze kosten zijn echter relatief gering vergeleken met veel Angelsaksische landen. Ook arbitrage pakt vaak duurder uit. Advies Wij hebben hoge verwachtingen van de NCC. De komst van de NCC zal internationaal procederen hopelijk sneller, goedkoper en beter maken. Mocht u overwegen een forumkeuze voor de NCC op te nemen, dan helpen wij u graag. Neem dan contact op met Anne-Marie van Dijk of een van onze andere advocaten van team Commerciële Contracten. Augustus 2018   [post_title] => Netherlands Commercial Court [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => closed [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => netherlands-commercial-court [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2018-08-20 14:18:28 [post_modified_gmt] => 2018-08-20 12:18:28 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.boelszanders.nl/?post_type=publication&p=19961 [menu_order] => 0 [post_type] => publication [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 14366 [post_author] => 21 [post_date] => 2017-09-14 09:43:22 [post_date_gmt] => 2017-09-14 07:43:22 [post_content] => Op 1 juli 2017 is de Wet uiterste betaaltermijn van zestig dagen voor grote ondernemingen in werking getreden. De wet zorgt ervoor dat grote ondernemingen geen langere betaaltermijn dan 60 dagen kunnen overeenkomen met het midden- en kleinbedrijf (mkb) en zelfstandig ondernemers als leverancier of dienstverlener. De wet is een uitwerking van de Europese richtlijn late betalingen (richtlijn 2011/7/EU). Achtergrond wettelijke regeling Sinds 2013 is de Richtlijn late betalingen van kracht (richtlijn 2011/7/EU). Deze richtlijn heeft tot doel het bestrijden van betalingsachterstanden bij handelstransacties. De richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, meer specifiek in art. 6:119a lid 5 BW, dat bepaalt dat dat een betaaltermijn van meer dan 60 dagen alleen mag worden overeengekomen tussen contractspartijen indien uitdrukkelijk een langere termijn van betaling in de overeenkomst is opgenomen. Bovendien mag deze termijn niet kennelijk onbillijk zijn jegens de schuldeiser. In de praktijk is het niet ongebruikelijk dat grote ondernemingen betaaltermijnen hanteren van 90 tot 120 dagen. Dergelijke lange betaaltermijnen leiden tot nadelige gevolgen bij met name mkb-ondernemers. De reden waarom mkb-ondernemers akkoord gaan met lange termijnen, heeft veelal te maken met de ongelijke onderhandelingspositie. Om te voorkomen dat grote ondernemingen betaaltermijnen van 60 dagen of meer hanteren bij het afnemen van goederen van mkb-leveranciers en zelfstandig ondernemers, is een nieuwe wettelijke regeling in het leven geroepen. Inhoud De Wet uiterste betaaltermijn van zestig dagen voor grote ondernemingen zorgt ervoor dat grote ondernemingen geen langere betaaltermijn van meer dan 60 overeen kunnen komen. Indien grote bedrijven alsnog besluiten om betaaltermijnen van meer dan 60 dagen af te sluiten, is vanaf 1 juli 2017 sprake van een nietig beding. Dat betekent dat de betaaltermijn dan wordt aangemerkt als 'ongeldig'. De betaaltermijn van 60 dagen wordt van rechtswege, dus automatisch, omgezet naar een betaaltermijn van 30 dagen (vgl. art. 6:119a lid 2 BW). Indien de afnemer de factuur pas na 30 dagen betaalt, is dan van rechtswege wettelijke handelsrente (op dit moment 8%) verschuldigd over de termijn die de 30 dagen overschrijdt. MKB-leverancier De wet definieert dat mkb-ondernemers en zelfstandigen van deze regeling kunnen profiteren. Om daarvoor in aanmerking te komen, moet het gaan om een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata heeft voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten:
  • de waarde van de activa volgens de balans met toelichting, bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 20.000.000;
  • de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 40.000.000;
  • het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 250.
Verjaring De vordering tot vergoeding van de wettelijke handelsrente verjaart na verloop van 5 jaren. De mkb-ondernemer of zelfstandig ondernemer kan dus ook later, bijvoorbeeld wanneer de handelsrelatie eindigt, alsnog aanspraak maken op de wettelijke handelsrente, zolang de termijn van 5 jaar vanaf opeisbaarheid niet wordt overschreden. Het is immers denkbaar dat mkb-ondernemers of zelfstandig ondernemers tijdens de handelsrelatie niet naar de rechter durven stappen, vanwege de afhankelijkheidsrelatie die zij hebben met de grote onderneming. Directe werking De nieuwe wet is van toepassing op overeenkomsten die gesloten zijn na 1 juli 2017. Voor bestaande overeenkomsten geldt dat het oude regime tot één jaar na 1 juli 2017 blijft gelden. Daarna (dus vanaf 1 juli 2018) geldt de nieuwe regeling ook voor de overeenkomsten die op 1 juli 2017 reeds bestonden. Ondernemingen hebben dus – ten aanzien van bestaande overeenkomsten – een jaar de tijd om hun overeenkomsten aan te passen en dus een betaaltermijn van maximaal 60 dagen te hanteren Wees bedacht op opschortende voorwaarden Een wijze waarop grote ondernemingen kunnen trachten de gevolgen van de nieuwe wettelijke regeling te verzachten, is door het ontstaansmoment van de vordering afhankelijk te maken van een opschortende voorwaarde in de overeenkomst. Een dergelijke opschortende voorwaarde kan inhouden dat de vordering pas ontstaat onder de opschortende voorwaarde dat de grote onderneming zelf is betaald door zijn afnemer. Omdat de vordering pas ontstaat op het moment dat de vordering van de grote ondernemer op zijn afnemer is voldaan, is het niet strikt noodzakelijk voor de grote ondernemer om een lange betaaltermijn op te nemen. Het gevolg is echter hetzelfde; namelijk dat de mkb-ondernemer pas laat wordt betaald terwijl levering al lang heeft plaatsgevonden. Wees hiervan bewust. Conclusie De nieuwe wettelijke regeling zorgt ervoor dat betaaltermijn van meer dan 60 dagen, overeengekomen tussen grote ondernemingen en mkb-ondernemers of zelfstandig ondernemers, nietig zijn. De afspraak waarbij een langere betaaltermijn wordt afgesproken is nietig. De betaaltermijn wordt in dat geval van rechtswege omgezet naar 30 dagen. Wanneer de grote ondernemer besluit de factuur pas na 30 dagen te betalen, is hij de wettelijke handelsrente verschuldigd over de termijn die de 30 dagen overschrijdt. Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u andere vragen, neem dan contact op met Daniëlla van Hoenselaar of Monica Leenders. U kunt uiteraard ook contact opnemen met een van de andere advocaten van ons team Commerciële contracten.   [post_title] => Wet uiterste betaaltermijn van zestig dagen voor grote ondernemingen [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => closed [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => wet-uiterste-betaaltermijn-zestig-dagen-grote-ondernemingen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2017-09-14 09:43:22 [post_modified_gmt] => 2017-09-14 07:43:22 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.boelszanders.nl/?post_type=publication&p=14366/ [menu_order] => 0 [post_type] => publication [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 13408 [post_author] => 21 [post_date] => 2017-07-17 13:07:41 [post_date_gmt] => 2017-07-17 11:07:41 [post_content] => Op 22 februari 2017 is de Uitvoeringswet van de Europese Verordening betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (EU/910/2014) in werking getreden. Hierdoor zijn met betrekking tot de elektronische handtekening enkele kleine wijzigingen ontstaan. In deze blog zullen wij kort de wijzigingen van de elektronische handtekeningen in Nederland en de rechtsgevolgen daarvan bespreken. Nieuwe regeling Het nieuwe artikel 3:15a BW verwijst voor de elektronische handtekening naar de Europese Verordening (EU/910/2014). In de Verordening wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen drie soorten elektronische handtekeningen:
  • De gewone elektronische handtekening;
  • De geavanceerde elektronische handtekening;
  • De gekwalificeerde elektronische handtekening.
De gewone elektronische handtekening is de eenvoudigste variant. U kunt hierbij denken aan een gescande PDF met handtekening. Er is sprake van een geavanceerde elektronische handtekening, wanneer
  • zij op unieke wijze aan de ondertekenaar verbonden is;
  • zij het mogelijk maakt de ondertekenaar te identificeren;
  • zij tot stand komt met gegevens voor het aanmaken van elektronische handtekeningen die de ondertekenaar, met een hoog vertrouwensniveau, onder zijn uitsluitende controle kan gebruiken, en
  • zij op zodanige wijze aan de daarmee ondertekende gegeven is verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord.
De vereisten voor de geavanceerde handtekening lijken op enkele vereisten van het oude artikel 3:15a BW. De gekwalificeerde elektronische handtekening is een geavanceerde elektronische handtekening, die is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen. De eisen voor het certificaat staan in de Verordening opgesomd. Verschillen en rechtsgevolgen Op grond van de Verordening heeft een gekwalificeerde elektronische handtekening hetzelfde rechtsgevolg als een handgeschreven handtekening. In het nieuwe artikel 3:15a BW is geregeld dat de gewone elektronische handtekening en de geavanceerde elektronische handtekening ook dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening hebben. Wel is dan vereist dat de methode voor ondertekening die gebruikt is voldoende betrouwbaar is, gelet op het doel waarvoor de elektronische handtekening is gebruikt. Verschillende omstandigheden kunnen hierbij een rol spelen. Het verschil met het oude artikel 3:15a BW is dat het bewijsvermoeden voor de gekwalificeerde elektronische handtekening in het nieuwe artikel is verdwenen. Onder het oude artikel kon de elektronische handtekening niet per definitie met een handgeschreven handtekening gelijk worden gesteld. Als aan alle vereisten in het artikel was voldaan, bestond wel een bewijsvermoeden hiervoor. Onder het nieuwe artikel kan de gekwalificeerde elektronische handtekening wel per definitie met een handgeschreven handtekening gelijk worden gesteld. Voor de andere twee handtekeningen geldt dat deze pas met de handgeschreven handtekening gelijk worden gesteld als sprake is van voldoende betrouwbaarheid. Het begrip betrouwbaarheid is door de wetgever open gelaten. Partijen hebben een grote mate van vrijheid om zelf afspraken te maken over het gebruik van de elektronische handtekening en het gewenste veiligheids- en betrouwbaarheidsniveau daarvan. Zij kunnen zelf het rechtsgevolg bepalen. Partijen hebben bijvoorbeeld de vrijheid om te bepalen dat de gewone elektronische handtekening en de geavanceerde elektronische handtekening niet hetzelfde rechtsgevolg als een handgeschreven handtekening hebben. Het begrip betrouwbaarheid zal ook moeten worden ingevuld op grond van de aard van de transactie of het doel waarvoor elektronische gegevens worden verzonden of andere omstandigheden die dit kunnen beïnvloeden. In de rechtspraak is het begrip betrouwbaarheid nog niet uitgekristalliseerd. Tot slot Sinds het nieuwe artikel 3:15a BW in werking is getreden zijn enkele punten voor de elektronische handtekening veranderd. Hoewel het hier niet om grote veranderingen gaat, blijft het van belang om u van te voren goed te laten adviseren over de keuze voor een bepaald soort elektronische handtekening en de rechtsgevolgen daarvan. Meer informatie Heeft u nog vragen over de elektronische handtekening of andere vragen over (elektronisch) contracteren? Neem dan contact op met ons team Commerciële Contracten. Wij helpen u graag verder.   Juli 2017 [post_title] => Nieuwe wetgeving elektronische handtekening [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => closed [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => nieuwe-wetgeving-elektronische-handtekening [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2017-07-17 13:07:54 [post_modified_gmt] => 2017-07-17 11:07:54 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.boelszanders.nl/?post_type=publication&p=13408/ [menu_order] => 0 [post_type] => publication [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 1361 [post_author] => 2 [post_date] => 2016-01-06 17:14:23 [post_date_gmt] => 2016-01-06 17:14:23 [post_content] => De Hoge Raad heeft zich in april 2015 gebogen over een tomaten-kwestie. De casus betreft het volgende Eiseres heeft een lading tomaten gekocht van Primar. Primar heeft deze tomaten vanuit Marokko en via Perpignan, Frankrijk geleverd aan eiseres in haar vestigingsplaats. Onbekend is waar eiseres is gevestigd. Daarna heeft eiseres de tomaten verscheept naar haar afnemer in Moskou. Bij aankomst in Moskou bleken de tomaten niet (meer) geschikt voor verkoop. De procedure gaat voornamelijk over de vraag voor wiens rekening en risico de schade komt die hierdoor is ontstaan. Ook de inspectie- en klachtplicht en het moment van overgang van risico komen aan de orde. Vast staat dat de tomaten in Moskou niet meer voldeden. Het is echter de vraag of dat ook het geval was in de vestigingsplaats van eiseres. Daar heeft Primar namelijk de tomaten geleverd en daar is het risico overgegaan op eiseres. Vanaf dat moment is eiseres zelf verantwoordelijk voor de conformiteit van de tomaten. Het is dus de vraag of het feit dat de tomaten niet meer voldoen, is terug te leiden tot een gebrek van de tomaten dat reeds bestond voor levering. Het gerechtshof heeft het antwoord op deze vraag in het midden gelaten. Hoewel niet duidelijk is of de tomaten op de juiste wijze (gekoeld etc.) naar Moskou zijn vervoerd door eiseres, oordeelde het gerechtshof dat de schade voor rekening van eiseres blijft. Omdat het gerechtshof hierbij geen antwoord heeft gegeven op de vraag of het gebrek bij levering in de vestigingsplaats al gebrekkig was, vernietigt de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof. Het gerechtshof Amsterdam zal zich nu over deze kwestie moeten gaan uitlaten. Dit arrest laat het belang van inspecteren van de waar bij risico-overgang en het zo snel mogelijk klagen over eventuele gebreken maar weer zien. Zeker wanneer het gaat om een overeenkomst van koop van roerende zaken tussen internationale partijen. In dat geval is namelijk het Weens Koopverdrag ("CISG") van toepassing, tenzij partijen de werking van dit verdrag hebben uitgesloten. Onder het CISG is de inspectie- en klachtplicht strenger dan in ons nationale recht. Het is maar de vraag in hoeverre eiseres uiteindelijk haar schade kan verhalen op Primar. De Hoge Raad heeft nu gezegd dat het gerechtshof moet beoordelen of de tomaten gebrekkig waren bij risico-overgang. Eiseres zal moeten bewijzen dat de tomaten op dat moment gebrekkig waren. Het is maar de vraag of eiseres daar in slaagt. Bovendien rijst dan de vraag waarom de tomaten dan alsnog naar Moskou zijn gestuurd. Verder is van belang of eiseres tijdig over het gebrek heeft geklaagd bij Primar. Kortom, krijgt u waren geleverd en zeker in internationaal verband, zorg ervoor dat u de waren keurt en de bevindingen vast legt. Heeft u gebreken ontdekt, neemt u daarover zo spoedig mogelijk contact op met degene van wie u de waren heeft gekocht. Heeft u vragen over internationaal zakendoen? Neemt u dan contact op met de collega's van commerciële contracten of met ondergetekende. [post_title] => Denk bij (internationale) koop van roerende zaken aan de inspectie- en klachtplicht! [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => closed [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => denk-bij-internationale-koop-van-roerende-zaken-aan-de-inspectie-en-klachtplicht [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2016-07-14 21:11:17 [post_modified_gmt] => 2016-07-14 21:11:17 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://31.3.97.74/~boelzander/?post_type=publicatie&p=1361 [menu_order] => 0 [post_type] => publication [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 4804 [post_author] => 2 [post_date] => 2016-10-12 11:50:15 [post_date_gmt] => 2016-10-12 09:50:15 [post_content] => Met name in de (detail)handel worden vaak franchiseovereenkomsten gesloten. Een dergelijke overeenkomst houdt in dat de franchisenemer wordt gerechtigd te handelen binnen de formule en onder de naam van de franchisegever. Denk bijvoorbeeld aan de naam "Intertoys" en de winkels die onder deze naam worden geëxploiteerd door zelfstandige ondernemers. In een dergelijke overeenkomst worden vaak ook afspraken vastgelegd over huisstijl, marketing en exclusiviteit. Het is van belang om u als franchisegever te realiseren dat bepalingen in een overeenkomst vaak strikt worden geïnterpreteerd en dat over het algemeen groot belang wordt gehecht aan de taalkundige uitleg van een overeenkomst. Zo ook in een zaak die afgelopen maand bij de rechtbank Gelderland diende. Hier had de franchisenemer een procedure aangespannen omdat de franchisegever zich niet aan het exclusiviteitsbeding had gehouden. Partijen waren namelijk overeengekomen dat de franchisegever de formule niet aan derden in gebruik zou geven binnen een straal van 5 km van de franchisenemer. Een half jaar na ondertekening van de overeenkomst blijkt echter dat ook een derde zal gaan opereren binnen de formule en wel op een afstand van 4,65 km van de franchisenemer. Hiermee overtreedt de franchisegever het exclusiviteitsbeding. De rechter veroordeelt franchisegever tot nakoming van de overeenkomst jegens franchisenemer. Met andere woorden, franchisegever wordt veroordeeld om de overeenkomst met de derde te beëindigen en ervoor te zorgen dat die derde zich niet langer binnen dezelfde formule kan presenteren. De rechter oordeelt verder dat eventuele schadeplichtigheid van de franchisegever richting de derde, voor rekening van de franchisegever blijft omdat de franchisegever de partij is die de overeenkomst met de franchisenemer overtreedt en daarvoor ook aansprakelijk is. Uit deze uitspraak blijkt wel weer dat franchisegevers zich goed moeten realiseren hoe zij de markt afbakenen. Los van mededingingsrechtelijke vraagstukken, die in de hiervoor geschetste casus geen rol spelen, is het van belang goed na te denken over exclusiviteitsafspraken die worden gemaakt. Misschien nog belangrijker is strikt toezicht op naleving van die bepalingen. Heeft u vragen over het opstellen van commerciële contracten zoals een franchiseovereenkomst of over naleving daarvan door uw contractspartij? Neem dan contact op met de auteur of een ander lid van het team commerciële contracten. [post_title] => Franchiseovereenkomsten en exclusiviteit [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => closed [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => franchiseovereenkomsten-en-exclusiviteit [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2016-10-12 11:52:56 [post_modified_gmt] => 2016-10-12 09:52:56 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.boelszanders.nl/?post_type=publication&p=4804 [menu_order] => 0 [post_type] => publication [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) )
< 1 >

Wij gebruiken cookies om u de beste online ervaring te bieden. Door akkoord te gaan, accepteert u het gebruik van cookies in overeenstemming met ons cookiebeleid.

Privacy Settings saved!
Privacy-instellingen

Wanneer u een website bezoekt, kan het informatie in uw browser opslaan of ophalen, meestal in de vorm van cookies. Beheer hier uw persoonlijke Cookie Services.

Deze cookies zijn nodig om de website te laten functioneren en kunnen niet worden uitgeschakeld in onze systemen.

In order to use this website we use the following technically required cookies
  • wordpress_test_cookie
  • wordpress_logged_in_
  • wordpress_sec

Omwille van de prestaties gebruiken we Cloudflare als een CDN-netwerk. Hiermee wordt een cookie "__cfduid" opgeslagen om beveiligingsinstellingen per client toe te passen. Deze cookie is strikt noodzakelijk voor de beveiligingsfuncties van Cloudflare en kan niet worden uitgeschakeld.
  • __cfduid

Geen toestemming
Wel toestemming