Skip to main content

Als een bestemmingsplan verschillende ontwikkelingen mogelijk maakt, dan kan het zijn dat de ene ontwikkeling zorgt voor een toename en de andere ontwikkeling voor een afname in stikstofdepositie. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de hoogste bestuursrechter, hierna: ‘Afdeling’) heeft onlangs geoordeeld dat die toe- en afnames alleen tegen elkaar mogen worden weggestreept, als de verschillende ontwikkelingen die dat veroorzaken te beschouwen zijn als één project. Daarbij is niet doorslaggevend dat de verschillende ontwikkelingen zich afspelen in de buurt van elkaar of binnen dezelfde plangrenzen. Tussen de ontwikkelingen moet een zodanige ruimtelijke samenhang zijn dat er sprake is van één ruimtelijke ontwikkeling. In dit blog gaan wij nader in op deze uitspraak van de Afdeling en wat hiervan de gevolgen zijn voor de praktijk.

De gemeente streept de toe- en afnames in stikstofdepositie tegen elkaar weg

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet in kaart worden gebracht wat de gevolgen zijn van dat plan en de daarmee veroorzaakte stikstofdepositie voor Natura 2000-gebieden. Dat kan door het uitvoeren van een voortoets en door een (daaropvolgende en meer intensieve) passende beoordeling.

In deze uitspraak gaat het om de vaststelling door de gemeente Steenwijkerland van een bestemmingsplan, die twee ontwikkelingen mogelijk maakt: (1) het intensiever gebruik van een laad- en loswal (2) de functiewijziging van een molen van een woonfunctie naar een kantoorfunctie. Het intensiever gebruik van de laad- en loswal zorgt voor een stikstofdepositietoename en de functiewijziging van de molen tot een afname. De gemeente heeft de gevolgen van het bestemmingsplan voor het Natura 2000-gebied “De Wieden” in kaart gebracht door een voortoets. Daarbij concludeerde de gemeente dat de toe- en afnames tegen elkaar konden worden weggestreept (dat wordt ook wel ‘intern salderen’ genoemd), waardoor het bestemmingsplan per saldo niet zou leiden tot een toename in stikstofdepositie.

Intern salderen is alleen toegestaan bij een plan met één ruimtelijke ontwikkeling

De Afdeling oordeelt dat de gemeente niet juist heeft gehandeld. De laad- en loswal en de molen liggen wel binnen dezelfde plangrenzen, maar dat betekent niet dat de toe- en afname van beide ontwikkelingen tegen elkaar mochten worden weggestreept. Daarvoor moet namelijk sprake zijn van een zodanige ruimtelijke samenhang tussen de twee ontwikkelingen, dat er sprake is van één ruimtelijke ontwikkeling. Van die samenhang is geen sprake, waardoor de gemeente voor elke aparte ontwikkeling de gevolgen van de stikstofdepositie in kaart had moeten brengen. Daarbij was een voortoets onvoldoende. In dit geval was het verplicht om ook een passende beoordeling op te stellen.

Conclusie

U moet goed onderzoeken of uw plan meerdere ontwikkeling mogelijk maakt en of tussen die ontwikkelingen een zodanige ruimtelijke samenhang bestaat, dat er sprake is van één ruimtelijke ontwikkeling. Onvoldoende is dat de verschillende ontwikkelingen binnen dezelfde plangrenzen plaatsvinden. Als er sprake is van één ruimtelijke ontwikkeling, dan kunnen de toe- en afnames in stikstofdepositie binnen uw plan tegen elkaar worden weggestreept. De gevolgen van uw plan voor Natura 2000-gebieden kunnen dan in kaart worden gebracht door een voortoets. Als er meerdere ontwikkelingen zijn, waarbij de een leidt tot een toename en de ander tot een afname in stikstofdepositie, dan is het tegen elkaar wegstrepen van die toe- en afnames niet mogelijk. In dit geval moet ook een passende beoordeling worden opgesteld. U moet er daarom op rekenen dat uw project meer tijd in beslag neemt, vanwege het (laten) onderzoeken hoeveel ruimtelijke ontwikkelingen het plan mogelijk maakt.

Heeft u vragen, wenst u advies of wilt u meer weten over dit onderwerp, neem dan contact op met Anouk Hofman of Guus Verhaegh van Team Bestuursrecht.