Skip to main content

Ongeveer één op de vijf paren woont ongehuwd samen. Circa de helft daarvan heeft een samenlevingscontract. Regelmatig wordt er rechtspraak gepubliceerd over geschillen tussen ex-partners zónder samenlevingscontract. Een vaak terugkerend discussiepunt is de draagplicht voor de kosten van de gezamenlijke woning. Het ontbreken van duidelijke afspraken kan leiden tot grote gevolgen. Dit blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad van juni 2012.

De kwestie

Man en vrouw hadden van 1993 tot en met 2005 samengewoond. Zij hadden samen de woning gekocht (ieder voor 50%). In 1996 en 2002 werden hun kinderen geboren. Na de geboorte van het tweede kind stopte de vrouw met werken. Vanaf dat moment betaalde de man alleen de volledige hypotheekrente. Tevens betaalde hij de premie voor de levensverzekering, gekoppeld aan de hypotheek. Voordien werden deze lasten feitelijk door ieder voor de helft gedragen. Partijen hadden geen samenlevingscontact. Na beëindiging van de relatie stelde de man een vordering in jegens de vrouw. De man vorderde dat de vrouw alsnog 50% van voornoemde kosten betaalt. De vordering zag op de periode van 2002 tot het moment van verdeling.

Het oordeel van het Hof

De woning behoort partijen ieder voor 50% in eigendom toe. Derhalve geldt dat ieder voor 50% draagplichtig is voor de daaraan verbonden kosten. Dit is slechts anders indien partijen anders waren overeengekomen. Volgens het hof was stoppen met werken “een eigen keuze” van de vrouw.  De vrouw had duidelijke, andere afspraken met de man moeten maken. Deze afspraken zouden moeten inhouden dat de man vanaf 2002 100% van de lasten diende te voldoen. Een dergelijke expliciete afspraak bestond echter niet. Derhalve wees het hof de vordering van de man toe.

De Hoge Raad

De maatstaf van het Hof vond de Hoge Raad te streng. Zijn er tussen samenwoners bepaalde afspraken gemaakt? Welke inhoud hebben deze? Deze vragen moeten volgens de Hoge Raad worden beantwoord aan de hand van het zogenaamde Haviltex-criterium. Volgens dit criterium komt het aan op:

  • de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen; en
  • op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Hierbij zijn alle omstandigheden van belang, waaronder het feitelijk handelen van partijen. De Hoge Raad vindt dat deze maatstaf ook geldt voor later gewijzigde afspraken. De vrouw stelde dat sprake was van een stilzwijgende afspraak. De man zou na de geboorte van het tweede kind 100% van de lasten dragen. Zij stelt dat zij zich overeenkomstig de feitelijk gegroeide taakverdeling gedragen hadden. Naar het oordeel van de Hoge Raad had het hof te weinig aandacht besteed aan deze stelling. De Hoge Raad verwees de zaak terug. Het hof dient te beslissen of de vrouw voor 50% draagplichtig is. Hiervoor dient (alsnog) voornoemde maatstaf gehanteerd te worden.

Advies

In beginsel geldt voor samenwonende partners het volgende. Ieder der partijen draagt 50% van de lasten van de gemeenschappelijke woning. Dit is slechts anders indien andersluidende (stilzwijgende) afspraken zijn gemaakt. Of van dergelijke afspraken sprake is, wordt bepaald aan de hand van alle omstandigheden van het geval.

Zolang de relatie goed is, leidt het feitelijk afwijken van de draagplicht niet tot problemen. Discussies ontstaan pas in het kader van de echtscheiding. Eventuele stilzwijgende afspraken worden dan waarschijnlijk door de andere echtgenoot ontkend.

De onzekerheid die een dergelijke discussie met zich meebrengt, is eenvoudig te voorkomen door het maken van schriftelijke afspraken. Het vastleggen van de afspraken in een notariële akte verdient de voorkeur. Een dergelijke akte heeft namelijk een grotere bewijskracht. De notariële vorm is echter niet verplicht. Ons advies aan samenwonenden is om in ieder geval schriftelijke afspraken te maken.