Skip to main content

Wettelijke zorgplicht

In maart 2021 is het initiatiefwetsvoorstel Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel introduceert voor internationaal opererende Nederlandse ondernemingen en voor in Nederland actieve buitenlandse ondernemingen een wettelijke zorgplicht om schending van mensenrechten, arbeidsrechten en het milieu in hun productieketen tegen te gaan.

De wettelijke zorgplicht houdt in dat wanneer deze ondernemingen weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat hun activiteiten nadelige gevolgen kunnen hebben voor mensenrechten, arbeidsrechten of het milieu in hun productieketen buiten Nederland, zij verplicht zijn:

  • tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
  • voor zover de gevolgen niet kunnen worden voorkomen, de gevolgen zoveel mogelijk te beperken, ongedaan te maken, en zo nodig zorg te dragen voor herstel; en
  • voor zover de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, de activiteit achterwege te laten als dat redelijkerwijs kan worden gevergd.

Van nadelige gevolgen voor mensenrechten, arbeidsrechten of het milieu is in ieder geval sprake als in de waardeketen van de onderneming gebruik wordt gemaakt van: beperking van vrijheid van vereniging en collectieve onderhandeling, discriminatie, dwangarbeid, kinderarbeid, onveilige arbeidsomstandigheden, slavernij, uitbuiting of milieuschade.

Plicht tot gepaste zorgvuldigheid

Verder verplicht het wetsvoorstel ondernemingen met buitenlandse activiteiten tot gepaste zorgvuldigheid in hun productieketen, voor zover zij op de balansdatum ten minste aan twee van de volgende drie criteria voldoen:

  • meer dan EUR 20 miljoen balanstotaal;
  • meer dan EUR 40 miljoen netto-omzet;
  • gemiddeld meer dan 250 werknemers.

De plicht tot gepaste zorgvuldigheid in de productiekreten houdt kortgezegd in dat een onderneming een doorlopend proces moeten integreren, waarbij zij (potentiële) nadelige gevolgen in het buitenland identificeert en tegengaat, en waarmee zij verantwoording kan afleggen over haar aanpak van die gevolgen als onderdeel van haar besluitvormingsproces en risicobeheerssysteem. Deze plicht is gebaseerd op de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen en houdt concreet in:

  • MVO-integratie in het beleid en de managementsystemen van de onderneming;
  • het identificeren van (potentiële) nadelige gevolgen voor MVO;
  • deze nadelige gevolgen beëindigen, voorkomen of beperken;
  • het monitoren van de praktische toepassing en resultaten;
  • het communiceren over de manier waarop de gevolgen worden aangepakt; en
  • waar van toepassing herstel mogelijk maken of hieraan meewerken.

Handhaving

Beoogd wordt om de naleving van deze verplichtingen te waarborgen door zowel bestuursrechtelijke, strafrechtelijke als civielrechtelijke handhaving mogelijk te maken:  

  • Bestuursrechtelijke handhaving kan plaatsvinden door het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete. Ook kent het wetsvoorstel de mogelijkheid om opgelegde lasten onder dwangsom en bestuurlijke boetes openbaar te maken, ook wel public shaming Dit is een is een methode die een afschrikwekkend effect moet creëren, door de namen van de overtreders te publiceren.
  • Strafrechtelijke handhaving kan plaatsvinden op basis van de Wet op de economische delicten als bestuurlijke handhaving in eerdere gevallen niet heeft geleid tot beëindiging van activiteiten of tot herstel.
  • Civielrechtelijke handhaving kan plaatsvinden doordat betrokkenen die nadelige gevolgen ondervinden of constateren schadevergoeding kunnen verlangen via de rechter.

Inwerkingtreding

De beoogde datum van inwerkingtreding was 1 januari 2023, welke datum niet is gehaald. Verschillende aanpassingen in het wetsvoorstel zijn hier mede de oorzaak van. Momenteel is het wetsvoorstel in behandeling bij de Tweede Kamer en zal het nog door de Tweede en Eerste kamer moeten worden aangenomen. Op basis van het huidige wetsvoorstel zullen de bestuursrechtelijke handhavingsmogelijkheden al bij inwerkingtreding gelden, maar de strafrechtelijke handhavingsmogelijkheden pas op 1 januari 2024.

Tot slot

Het wetsvoorstel kent enkele belangrijke gelijkenissen met het Europese richtlijnontwerp voor de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDD) dat wij in een eerder artikel hebben behandeld. De initiatiefnemers van het wetsvoorstel willen echter niet wachten op de Europese wetgever en willen de zorgplicht en de plicht tot gepaste zorgvuldigheid zo spoedig mogelijk invoeren. Hoewel er in het bedrijfsleven enkel kritische stemmen opgaan tegen de verstrekkende MVO-verplichtingen, lijken deze er vroeg of laat op nationaal dan wel op Europees vlak te gaan komen. Het is dus raadzaam voor ondernemingen met buitenlandse activiteiten om hun MVO-beleid al eens kritisch onder de loep te nemen en (potentiële) nadelige gevolgen op MVO-aspecten in hun productieketen te identificeren en tegen te gaan.

Heeft u vragen of wilt u meer informatie over het wetsvoorstel Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen of MVO? Neem dan contact op met Robbert van Roij of een van onze andere leden van het team Corporate Advisory.

Deel I van de reeks leest u hier: overzicht MVO wetsontwikkelingen.
Deel II leest u hier: duurzaamheidsrapportage.
Deel III leest u hier: de CSDD