Skip to main content

De curator bevindt zich vaak in een bijzondere positie waarin hij tegenstrijdige belangen behartigt en beslissingen moet nemen die geen uitstel dulden. Een tegenstrijdig belang is echter nog geen conflict. Soms raken de onderlinge verhoudingen verstoord met een conflict als gevolg. Bijvoorbeeld tussen failliet en de curator. Dat gebeurde ook in een uitspraak van Rechtbank Den Haag.

Verzoek tot ontslag curator

In deze zaak ging het om een persoon die in privé failliet was. Een half jaar na de faillietverklaring verzoekt de failliet op grond van artikel 73 Faillissementswet (“Fw”) ontslag van de curator en aanstelling van een andere curator.

Eén van de redenen die failliet voor het ontslagverzoek aanvoert, is dat de verhouding tussen hem en de curator is verstoord. Zo zou de curator failliet onheus hebben bejegend door hem te intimideren, chanteren en uit te schelden. Dit zou in de weg staan aan een goede, eerlijke en efficiënte afwikkeling van het faillissement. De failliet zegt ook hoge druk te ondervinden en door toedoen van de curator (gezondheids)schade te lijden.

De rechtbank formuleert eerst een aantal algemene uitgangspunten die bij een verzoek tot ontslag van de curator om de hoek komt kijken:

  • de bevoegdheid van de rechtbank om de curator te ontslaan is een discretionaire bevoegdheid van de rechtbank. De rechtbank zal moeten beoordelen of er zwaarwegende omstandigheden zijn die het ontslag van de curator rechtvaardigen;
  • de mogelijkheid tot verzoek van ontslag van de curator is niet bedoeld om op eenvoudige wijze persoonlijke rechten van de failliet of anderen tegenover de boedel geldend te maken;
  • het artikel is evenmin in het leven geroepen om het beleid van de curator te laten toetsen. Dat toezicht wordt namelijk door de rechter-commissaris uitgeoefend; en
  • een verzoek tot ontslag kan ook niet worden ingezet als verkapt hoger beroep tegen beslissingen van de rechtbank of de rechter-commissaris, waartegen geen voorziening openstaat of waarvan niet in hoger beroep is gekomen.

Verstoorde onderlinge verhoudingen als grond voor ontslag?

Hoe zit het dan wanneer de onderlinge verhoudingen tussen de failliet en de curator verstoord zijn? De rechtbank stelt voorop dat deze partijen in een faillissement geen gelijken zijn. Op de failliet rusten immers verplichtingen die hij moet nakomen om de curator de mogelijkheid te geven het faillissement in het belang van de gezamenlijke schuldeisers af te wikkelen. De failliet zal de instructies van de curator moeten opvolgen. De curator moet dan wel objectief blijven in zijn oordeelsvorming en zich professioneel, fatsoenlijk en respectvol gedragen, ook richting de failliet. Het is in de eerste plaats aan de curator om een failliet op de verplichtingen te wijzen en hem, het liefst met een vriendelijk woord, tot medewerking te bewegen.

Volgens de rechtbank zijn er in dit geval aanwijzingen dat de failliet zijn verplichtingen niet nakomt en de belangen van de gezamenlijke schuldeisers frustreert. In dat geval volstaat niet altijd een vriendelijk woord. De curator mag gebruik maken van verschillende communicatiestijlen: van een vriendelijk en opbeurend woord, via helder, kritisch, stevig en onvriendelijk tot functioneel boos. Als de curator daarbij een keer een misstap in zijn communicatie begaat, dan is dat overigens niet meteen een grond voor ontslag. Daarvoor zijn zwaarwegende omstandigheden nodig die zien op het functioneren van de curator als behartiger van de belangen van de boedel.

In deze zaak bleek uit de e-mailwisseling niet dat tussen failliet en curator onjuiste toon werd aangeslagen. De e-mails van de curator waren zakelijk. Van bedreiging, intimidatie of chantage door de curator is helemaal niet gebleken. Het is onvoldoende dat de failliet zich ernstig bedreigd en geïntimideerd zegt te voelen. De rechtbank onderkent juist dat het soms nodig is dat de curator op niet mis te verstane wijze de gevolgen van niet-meewerken schetst. Dat kan dreigend overkomen en als ‘hoge druk’ gevoeld worden. Zo kan en mag dag dat ook bedoeld zijn. Het is echter géén grond voor ontslag van de curator als hij zeer klemmend wijst op de verplichtingen van de failliet. De rechtbank wijst het verzoek tot ontslag op grond van de door de failliet gesteld verstoorde verhoudingen (alsook de andere aangevoerde grondslagen) af.

Tot slot

Goede persoonlijke verhoudingen zullen ongetwijfeld bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen failliet en curator en aan medewerking door failliet. Daar zullen de inspanningen van de curator in de eerste plaats op gericht zijn.

Dat neemt niet weg dat verslechtering van de verhoudingen of spanningen niet altijd te voorkomen zijn. Dat is inherent aan het ‘vat met tegenstrijdige belangen’ in het faillissement en de verhoudingen tussen de taak van de curator en de plicht van de failliet. Het is dan niet de taak van de curator de persoonlijke verhoudingen met de failliet goed te houden of spanningen te voorkomen, bijvoorbeeld vanwege de dreiging van zijn ontslag als curator.

Heeft u vragen over het faillissement en de rol van de curator daarin? Neem dan contact op met Koen Vermeulen of een van de andere advocaten van team Insolventie & Herstructurering.