Verzekeren is gebaseerd op vertrouwen. Een verzekeraar kan haar verzekerden niet voortdurend controleren. Op de (adspirant-)verzekerde rust daarom een mededelingsplicht. Die begint al bij het aangaan van de verzekering. De (adspirant-)verzekerde dient de verzekeraar alle relevante informatie naar waarheid mede te delen (art. 7:928 BW). Vaak gebeurt dit door het invullen van een door de verzekeraar aangereikte vragenlijst. Schending van de mededelingsplicht kan leiden tot uitsluiting of beperking van een uitkering (art. 7:930 leden 3 en 4 BW).

Tijdens de looptijd van de verzekering én zodra het verzekerde risico zich heeft verwezenlijkt, rust op de verzekerde ook een mededelingsplicht. Hij of zij moet de verzekeraar zo spoedig mogelijk informeren over feiten die van belang zijn om de uitkeringsplicht te beoordelen (art. 7:941 leden 1 en 2 BW).

De hoogste gradatie van schending van de mededelingsplicht doet zich voor als de (adspirant-)verzekerde de opzet heeft om de verzekeraar te misleiden. Opzet tot misleiding wordt dan ook altijd bestraft met de meest verregaande sanctie: verval van het recht op een uitkering (art. 7:930 lid 5 respectievelijk art. 7:941 lid 5 BW). De verzekeraar dient de opzet op misleiding te bewijzen.

Al in 2016 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:507) zich uitgelaten over het begrip ‘opzet tot misleiding’ in artikel 7:930 lid 5 BW (dus: bij het aangaan van de verzekering). Pas recent deed de Hoge Raad dit voor hetzelfde begrip in artikel 7:941 lid 5 BW (ECLI:NL:HR:2020:311). De relevante vraag was of het begrip ‘opzet tot misleiding’ in beide gevallen gelijk moet worden uitgelegd.

De door de Hoge Raad beoordeelde zaak betreft een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Nadat de verzekerde zijn arbeidsongeschiktheid had gemeld bij de verzekeraar, ASR, bleek dat tijdens de looptijd van de verzekering de werkzaamheden waren uitgebreid (met andere taken). ASR vond dat de verzekerde dit had moeten mededelen, omdat dit van invloed is op het percentage arbeidsongeschiktheid in de zin van de polis en dus op de uitkering.  Sterker, ASR stelde zich ook op het standpunt dat de verzekerde opzet had om haar te misleiden met als doel om een hogere uitkering te krijgen.

Volgens het gerechtshof (de hoger beroeprechter) moet ‘opzet tot misleiding’ in artikel 7:941 lid 5 BW op gelijke wijze worden uitgelegd als in artikel 7:930 lid 5 BW. Namelijk als: “een situatie waarin de mededelingsplicht is geschonden met de bedoeling om een hogere uitkering te krijgen“. In dit geval was daarvan geen sprake, aldus het gerechtshof.

De Hoge Raad was het hiermee eens. Onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis overwoog de Hoge Raad dat de opzetregeling in de artikelen 7:930 en 7:941 BW zijn gebaseerd op eenzelfde opvatting. Volgens de Hoge Raad kan de meest vergaande sanctie worden verbonden aan schending van een mededelingsplicht. De mededelingsplicht die in verband staat met het specifieke risico dat zich verwezenlijkt, staat hierbij centraal.

Toch was de zaak hiermee niet afgedaan. Ook zonder opzet tot misleiding kan schending van de mededelingsplicht namelijk leiden tot verval of beperking van de uitkering. Dit is het geval indien de verzekeraar door het schenden van de mededelingsplicht in een redelijk belang is geschaad (art. 7:941 leden 3 en 4 BW). ASR had dit betoogd, maar het gerechtshof had dit niet behandeld. Ten onrechte, volgens de Hoge Raad. De Hoge Raad stelde vast dat de verzekerde de uitbreiding van zijn werkzaamheden niet had gemeld. Hierdoor heeft ASR geen onderzoek kunnen verrichten. In dit belang is de verzekeraar dus geschaad. Een ander gerechtshof moet nu beoordelen of hieraan een sanctie wordt verbonden.

Is dit juridisch de meest spannende uitspraak? Misschien niet. Het is voor verzekerden, ondernemers en particulieren, wel een reminder om wijzigingen in de bedrijfsvoering of persoonlijke omstandigheden zo spoedig mogelijk te melden bij de verzekeraar, indien deze wijzigingen invloed zouden kunnen hebben op een verzekeringsuitkering.

Meer informatie
Heeft u vragen naar aanleiding van deze bijdrage of heeft u andere vragen? Neem gerust contact op met Thom Beukers. U kunt uiteraard ook contact opnemen met één van de andere collega’s van team Proces & Aansprakelijkheid. We helpen u graag verder!

April 2020