Skip to main content

Schakeljurisprudentie
Al sinds een arrest van de Hoge Raad uit 1946 wordt in de jurisprudentie aangenomen dat een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst eveneens het schenden van een maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm jegens een derde kan betekenen. De tekortkoming is dan tevens een onrechtmatige daad, waardoor de derde aanspraak kan maken op schadevergoeding. Vereist is dat de overeenkomst een “schakel” is gaan vormen waarmee de belangen van de derde nauw zijn verbonden. De omstandigheden moeten daarbij zodanig zijn dat de contractspartij deze belangen niet mocht verwaarlozen.

Omstandighedencatalogus
In het arrest Vleesmeesters/Alog geeft de Hoge Raad de “omstandighedencatalogus” die gehanteerd dient te worden om te bepalen of een contractuele tekortkoming ook onrechtmatig is jegens een derde. Relevant zijn:

  • de hoedanigheid van alle betrokken partijen;
  • de aard en strekking van de desbetreffende overeenkomst;
  • de wijze waarop de belangen van de derde daarbij zijn betrokken;
  • de vraag of deze betrokkenheid voor de contractant kenbaar was;
  • de vraag of de derde erop mocht vertrouwen dat zijn belangen zouden worden ontzien;
  • de vraag in hoeverre het voor de contractant bezwaarlijk was met de belangen van de derde rekening te houden;
  • de aard en omvang van het nadeel dat voor de derde dreigt;
  • de vraag of van hem kon worden gevergd dat hij zich daartegen had ingedekt;
  • de redelijkheid van een eventueel aan de derde aangeboden schadeloosstelling.

In het arrest Wierts/Visseren past de Hoge Raad dezelfde omstandigheden – behalve de laatste – toe op aanneming van werk. Opdrachtgever, hoofdaannemer en onderaannemer(s) zijn in de regel nauw bij elkaar betrokken doordat zij werken aan hetzelfde bouwproject, terwijl er tussen opdrachtgever en onderaannemer géén contractsband zal bestaan. De Hoge Raad oordeelt dat in deze gevallen een tekortkoming van de onderaannemer jegens de hoofdaannemer niet steeds een onrechtmatige daad jegens de opdrachtgever oplevert, maar dat aan de hand van de omstandighedencatalogus moet worden beoordeeld of dit het geval is.

Tekortkoming niet noodzakelijk
Niet altijd zal de derde slechts belang hebben bij de behoorlijke uitvoering van de overeenkomst: een derde kan bij de uitvoering van een overeenkomst ook schade of ander nadeel lijden zonder dat in die overeenkomst wordt tekortgeschoten. Dit onderkent het hof Den Haag in een arrest uit 2011, dat handelt over de inspectie van een aangekochte partij pootaardappels. Het hof oordeelt dat het in beginsel niet uitgesloten is dat een contractspartij onrechtmatig handelt jegens een derde, zonder dat tevens sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Het arrest werd in cassatie bekrachtigd, maar onrechtmatigheid werd in kwestie niet aangenomen.

In een situatie van aanneming van werk werd onrechtmatigheid door het hof Amsterdam in 2016 wél aangenomen. De zaak ging over de vraag of een asbestverwijderaar, in zijn hoedanigheid van onderaannemer, de belangen van de opdrachtgever heeft verwaarloosd door geen passende maatregelen te nemen bij het aantreffen van mogelijk asbesthoudend materiaal. Uit de formuleringen van het hof blijkt dat hij de omstandighedencatalogus uit Vleesmeesters/Alog toepast. Dit is frappant, omdat er in het midden wordt gelaten of er eveneens een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst tussen de hoofdaannemer en de onderaannemer bestond.

Hoge Raad: tekortkoming niet noodzakelijk
In het arrest van 14 juli 2017 wordt door de Hoge Raad voor het eerst expliciet uitsluitsel gegeven over de vraag of een contractuele tekortkoming vereist is voor het vaststellen van de onrechtmatigheid van de uitvoering van de overeenkomst jegens een derde. In de omstandighedencatalogus uit Vleesmeesters/Alog is volgens de Hoge Raad:

“(…) bepalend of de aangesproken partij haar verklaringen en gedragingen ter zake van de overeenkomst waarbij zij partij is, mede diende te laten bepalen door de belangen van de betrokken derde, en is dus niet mede vereist dat de aangesproken partij is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst waarbij zij partij is en waarmee de belangen van die derde verbonden zijn.”

Conclusie
Uit de recente schakeljurisprudentie blijkt dat het in “geschakelde” verhoudingen aankomt op hetgeen de maatschappelijke zorgvuldigheidsnormen voorschrijven ten aanzien van een nauw bij een overeenkomst betrokken derde. Alle verklaringen en gedragingen ter zake van de overeenkomst dienen in dat verband beoordeeld te worden. Dit gebeurt aan de hand van de omstandighedencatalogus uit het arrest Vleesmeesters/Alog. Als uit deze beoordeling volgt dat een contractspartij rekening dient te houden met de belangen van de derde, dan leidt het verwaarlozen van deze belangen tot onrechtmatigheid. Of de onrechtmatige verklaringen en gedragingen eveneens een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst opleveren, is daarbij (terecht) niet relevant.

De Hoge Raad hanteert met de overweging dat de aangesproken partij haar gedrag mede moet laten bepalen door de (gerechtvaardigde) belangen van de derde, (nagenoeg) dezelfde norm voor aansprakelijkheid als in precontractuele verhoudingen. Daarmee wordt recht gedaan aan de verplichting van partijen om zich steeds te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid, óók jegens derde partijen met wie zij (nog) geen overeenkomst hebben gesloten.

Lessen voor de praktijk
Hoewel de schakeljurisprudentie complex kan voorkomen, is de les voor de praktijk eenvoudig. In situaties met meerdere, nauw bij elkaar betrokkenen partijen (bijvoorbeeld: opdrachtgever – hoofdaannemer – onderaannemer) verdient het aanbeveling om rekening te gehouden met ieders gerechtvaardigde belangen, ongeacht of er met een bepaalde betrokkene een overeenkomst is gesloten of niet. Dat doet denken aan de (morele) norm die eeuwen geleden al bekend is geworden als de “Gulden Regel”: behandel anderen, zoals u ook zelf behandeld wil worden. Waakzaamheid is echter geboden: het naar behoren uitvoeren van een overeenkomst betekent niet per definitie dat u ook voldoende rekening houdt met een nauw bij de overeenkomst betrokken derde. Omdat de beoordeling daarvan nauw luistert, verdient het aanbeveling om u bij twijfel te laten bijstaan door één van onze gespecialiseerde advocaten.

Heeft u vragen over dit onderwerp of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met een van onze bouwrecht specialisten. Zij zijn u graag van dienst.

Juni 2018